Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Nieuwe justitiële jeugdinrichting biedt meer dan harde hand: Humaan wonen achter de tralies

Criminele jongeren die vastzitten in gesloten justitiële jeugdinrichtingen hebben zware psychiatrische stoornissen. Voor deze jongeren wordt fors geïnvesteerd in hulpverlening. Justitiële jeugdinrichting Rentray Flevoland werkt nauw samen met jeugdzorg, jeugdreclassering en de Raad voor de Kinderbescherming. ‘Deze jongeren helpen, dat kun je niet alleen. We hebben deze partners nodig om aan de verschillende problemen te werken.’

Opgepakt voor straatroof, verkrachting of moord. Het aantal criminele jongeren dat in justitiële jeugdinrichtingen terecht komt blijft stijgen. Nederland telt nu ongeveer 2400 plaatsen in gesloten en open jeugdinrichtingen en dat zal over een paar jaar oplopen tot 3000. Maar het stijgende aantal is niet het enige probleem. Negentig procent van alle criminele jongeren die tot jeugddetentie of een plaatsing in een justitiële jeugdinrichting (PIJ) is veroordeeld heeft een psychiatrische stoornis. Dertig procent van hen hoort stemmen of ziet dingen die niet bestaan, tien procent lijdt aan allerlei angsten en bijna tachtig procent heeft gedragsstoornissen. Dat concludeerde kinder- en jeugdpsychiater Coby Vreugdenhil uit onderzoek dat ze deed in zes gesloten justitiële jeugdinrichtingen. De jongeren die in de inrichtingen opgesloten zitten hebben naast de psychiatrische stoornissen ook een hele geschiedenis van problemen thuis. Vreugdenhil zegt dat justitie wordt geconfronteerd met problemen waar ze niet op berekend is.

Justitiële jeugdinrichting Rentray heeft locaties in Eefde, Rekken en Lelystad. Op 7 januari is Rentray Flevoland in Lelystad geopend. Deze nieuwe gesloten locatie vult met 134 plaatsen een deel van het tekort aan plekken op en biedt daarnaast ook veel specifieke zorg aan deze jongeren. Er wordt nauw samengewerkt met regionale partners, zoals de jeugdzorg, jeugdreclassering en Raad voor de Kinderbescherming. Behandeldirecteur Henny Lodewijks noemt samenwerking met hulpverlening noodzakelijk. ‘Deze jongeren helpen, dat kun je niet alleen. We hebben deze partners nodig om aan de verschillende problemen te werken, dus hebben we ze intern een werkplek gegeven. De jongeren moeten natuurlijke wel voelen dat ze hier voor straf zitten, maar het gaat ons er om ze weer zo goed mogelijk in de samenleving te laten terugkeren. Daar hebben we niet alleen alle programma’s op aangepast, maar ook het gebouw is humaan ingericht.’

Als je door het stervormig ingedeelde gebouw loopt, vergeet je dat je in een gesloten inrichting bent. Van buiten is het echt een gevangenisgebouw, maar van binnen lijkt het net een schoolcomplex. De jongeren wonen boven in het pand en kunnen op de benedenverdieping naar school. Naast theorielokalen zijn er ook verschillende praktijkruimtes, waar gekookt, gelast of met hout gewerkt wordt. De jongeren wonen in groepen van tien tot twaalf personen. De ruimtes zijn mooi ingericht met een grote houten eettafel, een kleurige zithoek rondom de televisie en een moderne keuken waar de jongeren zelf koken. Binnen mag niet worden gerookt, dus heeft elke woonkamer - of unit - een balkon. Tegenover de woonkamer liggen de ‘slaapkamers’. Dit zijn echte cellen met een dikke deur en doorkijkluik.

Opvang en behandeling

Tot voor kort werden de criminele jongeren in Flevoland over het hele land verspreid. Daardoor konden ouders niet altijd langs komen. Lodewijks omschrijft het aantal criminele jongeren in de provincie als ‘booming’. ‘Flevoland is een groeiprovincie en trekt nogal wat probleemgezinnen uit de Randstad en voor jongeren is hier weinig te doen. Dat is een voedingsbodem tot storend gedrag. Binnen het complex zitten verschillende groepen jongeren in opvang- en behandelgroepen. In de behandelgroepen worden jongeren geplaatst op straf- of civielrechterlijke titel. De civielrechterlijk geplaatste jongeren hebben geen strafblad, maar zijn bijvoorbeeld weggelopen uit internaten, in de prostitutie beland of zwerven op straat. Als het met hen de verkeerde kant op dreigt te gaan, kan een jongere als beschermingsmaatregel in een gesloten jeugdinrichting terecht komen. Een ander groot deel van de jongeren in de behandelgroepen zijn strafrechterlijk veroordeeld en hebben een PIJ-maatregel opgelegd gekregen; een soort jeugd-tbs. Zij hebben een ernstig delict gepleegd en daarnaast dusdanig zware stoornissen dat de rechter ook behandeling oplegt.

In de opvanggroepen zit van alles. De preventief gehechten en de jongeren die een detentiestraf hebben gekregen. In de opvang zitten verder ook crisisplaatsingen. Dit zijn jongeren die in zo’n onhoudbare situatie zitten, dat er per direct een plekje voor ze nodig is. Lodewijks: ‘Wat bij Rentray Flevoland nieuw is, is dat we geen onderscheid maken in behandeling. Iedereen krijgt dezelfde aanpak en behandeling, ook al is er in de wet wel onderscheid tussen de groepen. De PIJ-maatregel moet zich in principe vooral op de behandeling van de stoornis richten, terwijl bij de detentiemaatregel de straf voorop moet staan. Maar, zoals ook al uit het onderzoek van Vreugdenhil bleek, hebben vrijwel alle jongeren die hier zitten stoornissen. Vandaar een uitgebreide screening en een persoonlijk behandelplan voor iedereen.’ Een ander nieuw onderdeel is de nachtdetentie. Dit is een nieuw concept dat Rentray samen met het Openbaar Ministerie, Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming ontwikkelt. ‘Het idee is dat je intact moeten laten wat goed loopt, ’ zegt de behandeldirecteur. ‘De jongere gaat gewoon naar zijn eigen school, maar keert ’s avonds terug naar de justitiële jeugdinrichting. Het beste is als een jongere zo kort mogelijk in de inrichting verblijft. Zit een jongere te lang, dan ontstaan er alleen maar frustraties.’

Individeel behandelplan

Kenmerkend voor de behandeling van Rentray is de persoonlijke begeleiding die gericht is op het realiseren van een reëel toekomstperspectief. Voor de meeste jongeren betekent dat zelfstandig wonen en voorzien in het eigen levensonderhoud. De jongeren worden intensief betrokken bij het opstellen van het individueel behandelplan en op hun eigen verantwoordelijkheid aangesproken. Dit blijkt de motivatie voor behandeling te bevorderen. In het behandelplan staat aangegeven welke problemen in de groep en welke individueel worden uitgewerkt. Er zijn verschillende begeleidingsvormen beschikbaar: individuele gesprekstherapie, groepsbesprekingen, expressieve therapieën, leren omgaan met angsten, agressie- en impulscontroletraining en training van sociale vaardigheden. Vaste psychologen en maatschappelijk werkers zijn dagelijks aanwezig en de groepsleiders zijn vrijwel allemaal sociaal pedagogisch opgeleid. Dat justitiële jeugdinrichtingen de zware problematiek van jongeren niet aan zou kunnen, is volgens Lodewijks onterecht. ‘We moeten ons alleen zorgen maken over eventuele bezuinigingen. Dan zul je toch op personeel moeten korten. Maar met ons huidige goed opgeleide personeel gaat het prima.’

Via het programma Work-wise krijgen jongeren een individueel traject, bestaande uit een samenhangend geheel van activiteiten. Door scholing, training en werkervaring, huisvesting, schuldsanering, relatieherstel, sociaal netwerk, sociale vaardigheden en vrijetijdsbesteding moet de reïntegratie succesvol verlopen. Het uiteindelijke doel is de bemiddeling naar een baan (of beroepsopleiding) en het kunnen behouden van een baan. Een half jaar nazorg moet terugval voorkomen.

Het aantal jongeren dat in de justitiële jeugdinrichtingen terecht komt stijgt alleen maar. Uiteindelijk is dit niet meer te betalen, voorspelt Lodewijks. ‘De vraag is of dit wenselijk is. Het belangrijkste is dat je niet gaat bezuinigen op behandelprogramma’s.’ Het verschil tussen penitentiaire inrichtingen (voor volwassenen) en de justitiële jeugdinrichtingen is groot. Waar bij volwassenen vrijwel geen hulpverleners meer aanwezig zijn (allemaal wegbezuinigd), werken bij de jongeren vrijwel alleen maar hulpverleners. Locatiemanager Belia Haasbroek noemt dit een gevolg van de keuze van de maatschappij. ‘Gelukkig vindt men nu nog dat we voldoende moeten investeren in de reïntegratie van jongeren, maar als de bezuinigingen doorgaan, dan zullen we op personeel moeten bezuinigen. Maar om met deze moeilijke groep om te gaan heb je een goede filosofie nodig die breed wordt gedragen en voldoende personeel. Die filosofie zie je in alles terug. Van ontwerp van het gebouw tot de houding van de medewerkers.’

Ester Mijnheer

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden