Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Kung Fu voor probleemjongeren, Amsterdam

De salto’s zijn populair. Aanloop, óp de trampoline, salto en gestrekt achterstevoren op het grote kussen terecht komen. De jongens, tussen de 13 en 18 jaar, applaudisseren en dagen elkaar uit: wie kan het best, mooist, hardst? Kung Fu-meester Ravi Chandrasiri klapt en de groten stoppen met de acrobatiek. Hij helpt een andere groep de gestrekte salto goed te leren. De sprongen zijn hoog en ver.

 Bijna elke avond geeft Ravi Chandrasiri Kung Fu-lessen in Amsterdam-Oost. De jongeren betalen alleen voor de huur van de sportzaal, meer zouden ze ook niet op kunnen brengen. Twee keer in de week trainen ze. Kung Fu is meer dan vechten, legt Ravi uit. Het is een manier van omgaan met alles wat om je heen is: je bent in balans met je omgeving. Dat ging voor de meeste van deze jongens een jaar geleden nog niet op; toen maakten ze deel uit van die probleemjochies in Amsterdam-Oost, die de buurt terroriseren. Nu steken ze hun vechtersbaasvriendjes de loef af met hun getrainde lichaam en met indrukwekkende sprongen. En ze voelen zich goed, vol zelfvertrouwen, want ze zijn goed in Kung Fu en ze zijn een hecht clubje met elkaar.

Respect
We zijn een familie,’ zegt Chandrasiri, ‘dat is wat ik de jongens probeer bij te brengen. Kung Fu is een filosofie, waarbij respect voor elkaar een belangrijke basis is.’Niet dat hij daar in de eerste les over gaat praten met de jongens - en 12 meisjes. Het is iets wat ze in de loop van de tijd meekrijgen. ‘De meesten komen hier binnen en willen vechten. Die laat ik het even opnemen tegen de getrainde jongens. Dan worden ze meteen op hun plaats gezet. Ik ga met ze trainen, leer hen de salto’s en de Kung Fu-bewegingen. Ik geef hen zelfvertrouwen. Door ze vast te houden als ze die salto moeten maken. Dat is heel belangrijk: dat ze je vertrouwen. Ik zal ze nooit laten vallen.’

Trainen in het park

Negen jaar geleden kwam Ravi als vluchteling uit Sri Lanka naar Nederland. In het Oosterpark in Amsterdam hield hij zijn Kung Fu-training bij. Twee Surinaamse jongens die zijn fiets probeerden te pikken, sprak hij aan: ‘Waarom doe je dat?’ Ze gingen met hem samen Kung Fu trainen in het park en algauw werd de groep groter. Nu, vijf jaar later geeft Ravi les aan zo’n 140 jongeren in Amsterdam-Oost. En dwingt iets af waar jongerenwerkers nog van dromen: discipline. ‘Strakke regels zijn de enige manier om deze jongens aan te pakken. Iedereen is ontevreden, iedereen wil meer. Dat dragen die jongeren ook uit als ze bij mij binnen komen. In het buurthuis mogen ze blowen, kunnen ze doen wat ze willen. Ze zijn heel creatief om hun zin door te zetten. Ik leer ze dat ze respect moeten hebben. Door aandacht aan ze te geven, door streng te zijn, door ze iets te leren waar ze zelfvertrouwen van krijgen. Ik leer ze dat ze niet alleen zijn, maar dat we met elkaar, met welke culturele achtergrond dan ook, een band opbouwen. In Nederland hebben we de neiging afstand te nemen van iemand die iets fout doet. Wij proberen een hand te geven: kom hier, het kan ook anders.’

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden