Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

De cirkel van geweld systematisch doorbreken

De Vrouwenopvang Amsterdam is een van de instellingen met een sluitend zorgaanbod voor de bestrijding van relationeel geweld. De hulp is systeemgericht, outreachend en gericht op samenwerking met instellingen en sociale omgeving van het slachtoffer. ‘Zonder samenwerking met de politie zouden wij veel inventiever moeten zijn’

Maatschappelijk werker Cecilia Pérez-Yáñez vertelt over een Turks echtpaar dat verstrikt raakte in een ‘cirkel van geweld’. De man, vooraanstaand lid van de Turkse gemeenschap en hoogopgeleid, mishandelde de vrouw vrijwel dagelijks. Zowel fysiek, door haar te schoppen en te slaan, als psychisch, door haar te vernederen en thuis te isoleren. ‘De politie hoorde van de buren dat er problemen waren. Via de politie kwam ze bij mij,’ vertelt Pérez. ‘Ze wilde in de relatie blijven en vond het heel moeilijk om achter de rug van de man te praten. Met de politie overlegden we over de consequenties van een justitiële oplossing. Ze had een loyaliteitsconflict en wilde hem niet verklikken. Ze twijfelde ook of ze wel hulp wilde.’

Pérez richtte zich eerst op vergroting van haar zelfvertrouwen. ‘We namen de mogelijke overlevingsstrategieën door. Wat gebeurt er wanneer ze zich op een bepaalde manier opstelt: verergert dat het geweld? Wat is haar aandeel en wat kan ze doen om de situatie te veranderen? Waardoor voelt ze zich zwak en wat zijn haar sterke punten? Als een man de vrouw dom wil houden, zegt hij elke dag: jij bent dom, je bent een slechte moeder, je kan er niks van. Als iemand dat vaak zegt, terwijl jij hem lief hebt, dan ga je erin geloven. Ik probeer de situatie dan te objectiveren. Wat doe jij met je kinderen, hoe zit het echt?’

Enorm effect
Pérez bekeek of de vrouw aangifte wilde doen en hoe ze haar uit haar isolement kon halen. ‘Aan andere mensen vertellen wat er aan de hand was, was moeilijk. Dat zou haar man in diskrediet brengen. Ik sprak haar zus en vriendin en maakte het zo openbaar. Dat gaf haar een veilig gevoel, maar tegelijk had ze dat loyaliteitsconflict. Als zij begrijpt dat de mishandeling een probleem van de man is en niet van haar, kan ze dat ook aan anderen vertellen. Toen vonden we het tijd om de politie bij de man langs te laten gaan. ‘Meneer, we weten dat u mishandelt, dat moet afgelopen zijn.’ Dat had een enorm effect: het geweld hield op en de vrouw voelde zich weer veiliger.’

Voor de nazorg kwam de vrouw nog een paar keer bij het steunpunt, vertelt Cecilia Pérez. ‘De politie is nog een keer geweest en de man zei tegen haar: “Ik kan je niet meer aanraken, de politie weet ervan”. Ze werd ook mondiger. Ik heb haar verteld dat het hier in Nederland makkelijk is om te scheiden. Dat wist ze niet. Ze wist ook niet dat ze geen toestemming van de man nodig had om te studeren. Hij dreigde ermee dat de verblijfsvergunning ingetrokken zou worden als ze niet gehoorzaamde. Nu studeert ze weer, maar ze blijft bij haar man. Vrouwen willen helemaal niet scheiden, ze willen alleen dat het geweld stopt.'

Cecilia Pérez-Yáñez is maatschappelijk werker bij het steunpunt in Amsterdam-Oost, een van de zes steunpunten Relationeel Geweld die Vrouwenopvang Amsterdam op heeft gezet. Met maar zestien uur in de week begeleidt ze 24 cliënten in een werkgebied met ruim 80.000 inwoners. Het verhaal over het Turkse echtpaar bevat alle elementen van haar werkwijze: een systeemgerichte, outreachende aanpak en intensieve samenwerking met anderen, zoals de politie. De hulpverlening is er op gericht het geweld zo snel mogelijk te stoppen, de positie van de vrouw te versterken en het isolement waarin ze verkeert te doorbreken. ‘Vrouwen hebben vaak geen duidelijkheid over de hulpvraag. Ze willen advies van ons. Ze weten dat ze mishandeld worden, maar ze weten niet meteen wat ze van ons kunnen verwachten. Hun hulpvraag kan veranderen: eerst wil ze bij haar man blijven, maar na drie gesprekken kan ze erachter komen dat ze sterk genoeg is en dat ze zonder haar partner verder wil.’

Inventiever
Vanuit het steunpunt heeft Cecilia Pérez een netwerk huiselijk geweld opgezet, waarin instanties als RIAGG, jeugdzorg en het meldpunt extreme overlast samenwerken. Vaak fungeert Pérez als casemanager. ‘De bedoeling van het netwerk is wederzijdse signalering en warme overdracht. Dat betekent dat een vrouw niet op een wachtlijst komt te staan: alle organisaties hebben zich daaraan gecommitteerd. We praten niet over casuïstiek. Verwijzingen worden serieus opgepakt en ik maak zo snel mogelijk een afspraak met de vrouw. Het is niet de bedoeling dat als ik iemand doorverwijs naar het RIAGG of Mentrum (GGZ-instelling) dat zo iemand op een wachtlijst komt te staan.’

De samenwerking met politie lijkt cruciaal voor het succes van de aanpak. ‘Het komt voor dat een buurtregisseur (een wijkagent) huiselijk geweld vermoedt en de vrouw daarop aanspreekt. Vrouwen schamen zich vaak en ontkennen eerst dat ze mishandeld worden. De agent laat mijn naam achter. Later belt zo’n vrouw mij dan en blijkt dat het om ernstig geweld gaat. Het succes van de aanpak is dat je eerst de vrouw sterk maakt, zo sterk dat ze andere stappen kan ondernemen. De man wordt daardoor op een andere manier aangesproken door haar en door haar omgeving. Daarbij richt de politie zich op de pleger. Zonder die samenwerking zouden wij inventiever moeten zijn.’

Steunpunten Relationeel Geweld Amsterdam In de aanpak van de Steunpunten Relationeel Geweld staat het doorbreken van de geweldspiraal centraal. De geheimhouding, het isolement en de schaamte in het gezin moet worden doorbroken. Om het geweld blijvend te stoppen, werkt het steunpunt samen met het sociale netwerk van het gezin en zoveel mogelijk hulpverleningsinstanties. De steunpunten helpen de vrouwen hun zelfwaardering en zelfrespect te herwinnen en hun weerbaarheid te vergroten.

Kenmerken van de methodiek: de systeemgerichte benadering, de outreachende en ambulante werkwijze en nauwe samenwerking met het netwerk van hulpverleninginstanties. De systeemgerichte benadering houdt in dat de hulpverleners bekijken hoe de positie van de vrouw in haar omgeving is (haar verhouding met partner, kinderen, familie, vrienden en werk). De outreachende aanpak betekent dat de maatschappelijk werker veel initiatief neemt om de vrouw te bereiken. In het netwerk Huiselijk Geweld zijn afspraken gemaakt over wederzijdse signalering en ‘warme overdracht’. Slachtoffers komen hierdoor niet op een wachtlijst terecht. De steunpunten werken nauw met de politie samen (overleg over gezinnen waar huiselijk geweld speelt en eventueel huisbezoek). De politie vraagt aan vrouwen die aangifte doen toestemming om hun gegevens naar het steunpunt te faxen, zodat de maatschappelijk werkers contact kunnen opnemen. De hulp bestaat uit een kortdurende praktische en psychosociale behandeling. Na de vaststelling van de hulpvraag (in een of twee gesprekken) wordt een actieplan opgesteld (een Thuisplan, een Vluchtplan of een Nazorgplan).

Uit cijfers van onderzoeksbureau Intomart blijkt dat liefst 43 procent van de Nederlandse bevolking ooit slachtoffer is geweest van fysiek, seksueel of psychisch geweld in huiselijke kring. Van alle vrouwen tussen de 20 en 60 jaar is 20 procent wel eens mishandeld door hun (ex)partner. Tachtig procent van de daders is man. Huiselijk geweld is niet voorbehouden aan bepaalde etnische groepen, benadrukt manager Marijke Bruining van Vrouwenopvang Amsterdam. ‘Bij de steunpunten komen vaak de mondigere vrouwen terecht die al vroeg aan de bel trekken. In de vrouwenopvang zitten nu vooral allochtone vrouwen. Ze beschikken niet als Nederlandse vrouwen over een netwerk. Hun situatie is zo extreem dat ze naar de opvang moeten, omdat ze zelf de hulp niet kunnen vinden.’

Martin Zuithof

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden