Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Stichting Valentijn mag opvang jonge asielzoekers blijven doen: ‘Opvang maakt misbruik van onwetendheid ama’s’

Het 12,5-jarig jubileum van Stichting Valentijn, die alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) en kindgezinnen de eerste drie tot zes maanden na aankomst in Nederland opvangt, kan toch worden gevierd. Nadat de stichting minister Nawijn dreigde met een proces, kwam de demissionaire minister terug op zijn besluit Valentijn per 1 januari te laten sluiten. Directeur Jan Willem de Jonge: ‘Ons pressiemiddel heeft gewerkt.’

Opluchting bij Stichting Valentijn. Onverwachts kan zij
toch haar deuren openhouden. Demissionair minister Hilbrand Nawijn van
integratie- en vreemdelingenbeleid nam eind september een besluit over wat te
doen met de 13 en 14-jarige alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s). Hij
was er al uit wat hij met de jongste en oudste groep minderjarige asielzoekers
wilde doen, maar de groep in de leeftijd van 13 en 14 jaar was nog een probleem.
Nawijn besloot uiteindelijk dat zij dezelfde opvang zouden krijgen als de 0 tot
12-jarigen. En dat betekende óf in pleeggezin, óf in een kleinschalige
woonvoorziening. Voor Valentijn, die er vanuit ging nog kans te maken om de 13
en 14-jarigen onder haar hoede te krijgen, was dit een flinke teleurstelling.
Ook werd besloten dat de kinderen niet langer eerst op een centrale plek werden
opgevangen, maar direct zouden worden verspreid over Nederland. En dus kon
Valentijn de deuren van haar vestigingen in Nunspeet, Elspeet en Lochem
sluiten.



Het besluit van de minister dat de kinderen tot 15 jaar onder
verantwoordelijkheid van voogdij-instelling Nidos zou komen te vallen, terwijl
het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zich over de oudste kinderen ging
buigen, bracht Valentijn ertoe een proces tegen Nawijn aan te spannen. Directeur
Jan Willem de Jonge: ‘In de Wet COA is vastgelegd dat de opvang van asielzoekers
onder de verantwoordelijkheid van COA valt. Nawijn kon dus helemaal niet op
eigen houtje beslissen om de opvang van de 0 tot 15-jarigen onder te brengen bij
Nidos. Toen Nawijn ter ore kwam dat we hem een proces aandeden, kwam hij tot
inkeer. De opvang voor deze jongste ama’s blijft onder verantwoordelijkheid van
Nidos, maar zij moeten de opvang voor de 13 en 14-jarigen bij ons onderbrengen.
Op voorwaarde dat we het proces laten vallen. Nou, dat willen wij best. Ons
pressiemiddel heeft gewerkt.’



Nu ligt de situatie er zo voor dat ama’s jonger dan 13 jaar door Nidos
direct in kleinschalige woongroepen of pleeggezinnen worden opgevangen, het COA
plaatst een deel van de kinderen vanaf 15 jaar óf in een regulier opvangcentrum,
óf in de nieuwe campussen in Ede, die in januari van start gaat, en de campus
die begin november is geopend in Vught. In totaal kunnen hier 540 ama’s terecht.
De groep 13 en 14-jarigen en kindgezinnen - kinderen uit een familie die hier
zonder ouders zijn - blijven bij Valentijn. Hoe dit precies gaat gebeuren en hoe
de financiering wordt geregeld, is nog niet bekend.



Kwam het bericht van de sluiting begin oktober als donderslag
bij heldere hemel?




‘Ja, dat kun je wel zeggen. We wisten wel dat het aantal ama’s terug zou
lopen, dus we gingen er al vanuit dat we moesten krimpen. Maar dat het COA per 1
januari met de subsidie zou stoppen, hadden we niet verwacht. We werden gewoon
buitenspel gezet. Op 1 oktober kregen we een brief van het COA met daarin de
mededeling dat het de subsidie stopzette per 1 januari. Verder is ons eigenlijk
niks duidelijk gemaakt. De opvang voor kinderen jonger dan 15 is niet langer hun
verantwoordelijkheid, schreven ze ons. Nawijn zelf zei tegen de Kamer dat hij
zich nog aan het beraden was. We hebben er de afgelopen dagen alles aan gedaan
om een manier te vinden dit stop te zetten. En dat is dus gelukt.’



Gezien de nieuwe locaties in Ede en Vught staat minister Nawijn
achter het campussysteem. De werkwijze van Valentijn sluit daar toch juist bij
aan?




‘Daarom is het ook zo vreemd dat wij van het toneel moesten verdwijnen. Wij
werken al jaren met de campusstructuur, waarbij onderwijs, opvang en vrije tijd
op één locatie zijn geconcentreerd. We hebben een aantal jaren geleden al het
voorstel gedaan om zelf een pilot te starten om vervolgopvang ook in een campus
onder te brengen. De toenmalige staatssecretaris van Justitie Ella Kalsbeek vond
dat het niet onze taak was, maar die van het COA. We hebben wel in de werkgroep
gezeten die hiermee bezig was, maar we zijn op een gegeven moment afgehaakt. We
zijn gestopt omdat de andere werkgroepleden de Glen Mills-campus voor criminele
jongens als een goed voorbeeld zagen, door het strakke regime. Maar dat slaat
echt nergens op. Jongens op de Glen Mills-school krijgen een zware tijd, met
uiteindelijk de beloning in de vorm van vrijheid. Ama’s die onder dat zware
regime leven, krijgen geen beloning maar straf. Zij moeten na afloop van die
periode naar hun thuisland terug. Dat werkt niet. Verder vind ik dat de jongeren
een opleiding moeten kunnen doen, zodat zij bij terugkomst in hun vaderland iets
zinvols kunnen laten zien. Op dit moment heeft Vught hier nog geen duidelijke
plannen voor.’



Zit er een gevaar in het hanteren van zo’n streng
regime?




‘De nieuwkomers krijgen een groen uniform aan, dat zijn letterlijk en
figuurlijk de groentjes. Als ze goede vorderingen maken, krijgen ze een rood
uniform aan. Dat houdt in dat ze meer rechten krijgen en boven de groentjes
staan. In die leeftijd is het juist belangrijk dat ze zich onderscheiden van
elkaar. Kleding is hiervoor erg belangrijk. Ik vind het echt verschrikkelijk dat
deze kinderen als criminelen worden behandeld. Ik denk dat een campus alleen
werkt als er een aantrekkelijk programma wordt aangeboden. Als de kinderen
leuke, zinvolle dingen doen, blijven ze uit zichzelf. Maar zo’n zwaar programma
geeft het gevoel opgesloten te zitten. Die kinderen weten het verschil niet
tussen besloten en gesloten. De opvang maakt misbruik van hun onwetendheid. De
kinderen horen hoe het elders in de reguliere opvang gaat en vertrekken. Ik
verwacht dat veel kinderen er tussenuit piepen en in de reguliere opvang of in
de illegaliteit belanden.’



Deze opvang van Nidos en het COA moet gericht zijn op
terugkeer. De opvang in pleeggezinnen en woongroepen lijkt juist op integratie
gericht te zijn.




‘Dat klopt. Het terugkeerbeleid is hier niet in terug te zien. De kinderen
gaan naar Nederlandse scholen, leren alleen maar de Nederlandse taal en krijgen
Nederlandse vriendjes. Wel stuurt de IND af en toe een brief om de kinderen
eraan het herinneren dat de mogelijkheid op terugkeer er nog steeds is. Dat
rijmt echt niet. Bovendien zijn er verschillende gevaren verbonden aan het
direct verspreiden van de kinderen over Nederland. Ik maak me grote zorgen over
de gezondheidsrisico’s. Veel kinderen nemen overdraagbare tropische ziekten mee,
maar ook besmettelijke ziekten als tbc. Hier hebben we de expertise van ervaren
artsen, maar heeft een huisarts in Dokkum dezelfde kennis? Ik verwacht dat deze
ziekten zich met de directe verspreiding van kinderen zullen uitbreiden. Een
ander nadeel is het gemis aan contact met lot- en landgenoten. De kinderen die
hier al een tijdje zitten kunnen een soort gidsfunctie hebben.’



Waarom kunnen Nidos en COA de opvang niet samen
regelen?




‘Nidos en COA willen niet met elkaar praten. Ik vermoed dat de
verstandhouding slecht is door een ongefundeerd negatief rapport dat Nidos
geschreven heeft over het COA en Valentijn. Het gaat bij deze instellingen om
eigenbelang, en niet om het belang van de kinderen. Per 1 januari zouden de
kindgezinnen op gewoon in de kou staan.’/Ester Mijnheer

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden