Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Gescheiden inburgeren

Ja hoor, het is weer zover. Minister Van der Laan zou sekse-apartheid faciliteren door gescheiden inburgering toe te staan. Daar schrok onze PvdA- politicus hevig van. Dus besloot hij dat gemeenten per 1 januari 2010 geen gescheiden lessen meer mogen aanbieden (of nu toch weer wel?). Waar zijn we nou mee bezig?
Gescheiden inburgeren

Ook wij bieden als welzijnsorganisatie, in samenwerking met het ROC Mondriaan, inburgeringslessen aan. Een relatief kleine groep inburgeraars hecht aan gescheiden lessen en als daar nadrukkelijk om wordt gevraagd bieden wij dit aan. Een belangrijk motief voor ons is dat inburgering - naast taal - ons de kans biedt de inburgeraars in contact te brengen met de Nederlandse samenleving en haar gewoonten en gebruiken.

Een belangrijk onderdeel in de lessen is de verhouding tussen man en vrouw. In ons Nederland een belangrijk goed. Daar hebben wij, in het bijzonder de vrouwen, de afgelopen veertig jaar keihard aan gewerkt. Van een feitelijk beperkte groep inburgeraars wordt nu gevraagd of zij die veertig jaar even in willen halen. ‘Wij hebben even niets met uw waarden en normen te maken; past u zich maar aan.’

Dat werkt buitengewoon contraproductief. Wij mogen er vanuit gaan dat de groep die dit wenst, in een hoge mate nog de traditie van het thuisland met zich meedraagt. Die traditie wordt deels in stand gehouden als houvast om het in Nederland te redden. Het gegeven dat deze groep toch wil inburgeren is een enorme stap. Waarom zien wij dat niet als positief? Het is de eerste stap die kan leiden tot een volgende. What’s the point?

Even een uitstapje. Bovenstaande discussie is er ook als een allochtone vrouw alleen door een vrouwelijke arts geholpen wil worden. Dat moet namelijk van haar man. Ik had hier onlangs een aardige discussie over met een PvdA-medewerkster. Zij vond het belachelijk dat die mannen dat bepalen. Nee, dat was nog niet eens zo lang geleden in Nederland beter, waar elke vrouw zich zonder enige vorm van discussie door mannelijke artsen moest laten onderzoeken.

De emancipatie van de vrouw heeft er gelukkig toe geleid dat vrouwen een vrouwelijke arts kunnen kiezen. Ook de PvdA-medewerkster had natuurlijk een vrouwelijke huisarts en gynaecoloog. ‘Goh’, opperde ik gekscherend, ‘dan blijken die allochtone mannen het toch beter te begrijpen dan vroeger de Nederlandse mannen. Wees blij dat die vrouwen een vrouwelijke arts krijgen, net zoals jij dat wenste.’ Dat schoot natuurlijk in het verkeerde keelgat!

Kijk, ik vind het ook vreselijk, vrouwen gekleed in burka’s te zien rondlopen bij 25 graden terwijl hun mannen in een t-shirt lopen. Ook ik word soms niet goed van die verhoudingen waarbij naar mijn gevoel de vrouw wordt onderdrukt. Maar waarom die opgewonden reacties? Waarom altijd weer het uitvergroten van dit soort zaken dat weer tot maatschappelijke turbulentie leidt?

Het wel of niet gescheiden inburgeren staat dagelijks in de krant en is natuurlijk het koren op de molen van de populisten. Ik geloof absoluut niet in maatregelen en verboden van overheden rond dit soort zaken. Het is een gegeven dat wij anno 2009 in principe gelijke rechten hebben voor mannen en vrouwen. En het is ook een feit dat dit vooral een westers gegeven is en dat het in de rest van de wereld anders ligt. En wij hebben honderdduizenden inwoners die niet uit het westen komen. We kunnen niet verwachten dat zij die veertig jaar emancipatiestrijd in no time inhalen. Maar we zien ook genoeg allochtone mannen en vrouwen die heel anders met elkaar en hun medeburgers omgaan. Het kost tijd en laten wij wel wezen; een generatie verder en het is geen issue meer. Er zijn belangrijkere zaken waar we ons zorgen over moeten maken.

MOOI heeft in Den Haag gescheiden vader- en moedercentra. Centra waar overigens in de loop der tijd ook vrouwen en mannen gezamenlijk binnen stappen. Maar wij hebben ook een vader-moedercentrum. Voor mannen en vrouwen. In één ruimte. Op de gevel staat een spreuk die ik de politiek graag wil aanbevelen: ‘Apart waar nodig, samen waar mogelijk’.

Dik Hooimeijer (1954) is lid Raad van Bestuur van Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en in Zoetermeer en omstreken. Binnen de organisatie heeft hij Marketing & Innovatie als aandachtsgebied. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is het welzijn te weinig innovatief en speelt het niet altijd in op de tijdgeest.

Dik Hooimeijer

Gerelateerde tags

Eén reactie

  • no-profile-image

    Ron

    LEUK EN AARDIG DIE ZOGENAAMDE INNOVATIEVE BENADERERING, MAAR JE ZIT WEL MET MEDEWERKERS DIE VAST ZITTEN IN EEN VASTGEROEST PATROON, TERWIJL DE MAATSCHAPPIJ ZICH ONTWIKKELD DIE ZIJ NIET BIJ KUNNEN/WILLEN HOUDEN.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden