Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

De onverklaarbare stijging van jeugdzorgtrajecten

Op 16 maart verscheen het ‘Eerste rapport van de commissie financiering jeugdzorg’. De commissie beoogt een advies te geven voor de ontwikkeling van de branche en dan vooral de financiering. Een belangrijk punt komt daarin naar voren.
De onverklaarbare stijging van jeugdzorgtrajecten

In het rapport wordt een vergelijking gemaakt tussen het aantal ambulante hulpverleningstrajecten in 1997 en 2007. Er is een stijging van 2500 trajecten in 1997 naar 37500 trajecten in 2007. Van deze stijging worden 4658 trajecten verklaard doordat er meer kinderen zijn, meer éénoudergezinnen en ouders met een allochtone achtergrond.

Voor de rest van de stijging is geen eenduidige verklaring te geven. Het valt mij op dat de commissie maar een beperkte poging doet hier haar licht op te laten schijnen. Om het de commissie makkelijk te maken geef een verklaring vanuit mijn waarneming.

Tussen 2002 en vandaag zijn er zeer dramatische zaken geweest die de dood van kinderen betrof. Denk aan Roermond, Savanna, het Maasmeisje enzovoort. De maatschappelijke norm voor het ingrijpen bij gezinnen is door de media-aandacht enorm veranderd.

In de jaren ‘80 was de norm dat de staat zich niet mocht bemoeien met gezinnen achter de voordeur. Dit zou de vrijheid van ouders aantasten in het opvoeden van de kinderen. Tegenwoordig wordt daar heel anders over gedacht. Er wordt veel eerder ingegrepen in de opvoedingssituatie. Mensen zijn ook eerder geneigd om zorgen rondom kinderen te melden. Denk hier bijvoorbeeld aan het melden van kindermishandeling. Kortom, de norm is veranderd en er kan en wordt eerder ingegrepen om te voorkomen dat kinderen komen te overlijden ten gevolge van mishandeling.

Er is nog een tweede verandering aan te duiden. In de afgelopen jaren is het begrip kindermishandeling verder geëxpliciteerd. Pas laat in de jaren ‘80 werd er voor het eerst onderzoek gedaan in Nederland naar kindermishandeling, dit was echter alleen gericht op  seksueel misbruik. Tegenwoordig is het begrip kindermishandeling veel breder gedefinieerd. Zo valt een getuige van huiselijk geweld en affectieve verwaarlozing ook onder de definitie. Onderzoek wijst uit dat 1 op de 5 kinderen een dergelijke vorm van mishandeling ondergaat.

In de afgelopen jaren is er nauwelijks geïnvesteerd in niet ambulante voorzieningen. Dat wil zeggen groepen waarin kinderen worden opgevangen. De middelen voor de zorg zijn toereikend voor ambulante trajecten. Ook dit verklaart een deel van de stijging.

De acties rondom huiselijk geweld, de opkomst van de Centra voor jeugd en gezin, de elektronische kinddossiers, het verbeteren van melden van kindermishandeling en de oproepen om dit te melden zullen er toe leiden dat de vraag naar jeugdzorg steeds meer ‘onverklaarbaar’ blijft stijgen.

De reden is dat we steeds beter zicht krijgen op wat er achter de voordeur van gezinnen kan misgaan en we vroegtijdig dienen in te grijpen. De reden dat het ‘ambulante trajecten’ zijn, heeft te maken dat we daadwerkelijk achter de voordeur zijn gaan werken en dan kan het niets anders dan ambulant zijn. Immers opvoeden doe je in de omgeving waar je woont.

Jacko van der Meulen (1971) is werkzaam als regiomanager bij Altra, een organisatie voor geïndiceerde jeugdzorg en speciaal onderwijs actief in de regio Amsterdam. Zijn werkervaring ligt op het terrein van jeugdzorg, LVG problematiek en arbeidsmarktbeleid in het publieke domein.

Jacko van der Meulen

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden