Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

De andere wereld van Rotterdam

1982. ik ben Jiya uit Pakistan. Mijn aanstaande man woont in Nederland. Ik ken hem wel. Hij is een neef van mijn vader. Hij zoekt een vrouw om voor hem te zorgen. Ik ben 13, dus huwbaar. Ik ben blij dat een man mij wil hebben. Ik ben ook blij dat ik hem al ken.
De andere wereld van Rotterdam

2000. Mijn man is overleden. Hij is al oud. De afgelopen 2 jaar lag hij vooral op bed. Soms ging hij er wel uit om boodschappen te doen. Ik mag de deur niet uit. Ik hoor thuis te zijn. Het is een goede man. Hij slaat mij niet en schreeuwt nooit naar me. Hij zorgt er voor dat we eten in huis hebben. De laatste tijd kocht zijn neef eten voor ons. Hij was te ziek om op te staan. Ik weet niet waar zijn neef eten koopt. Ik kom weinig buiten. Ik weet de weg niet. Weet niet waar de winkel is. Ik weet ook niet of de mensen hier mij wel verstaan. Nu is er familie uit Pakistan om voor mij te zorgen. Maar niet lang meer.

2003. Ik weet de weg naar een winkel waar ik niet hoef te praten. Ik pak iets en geef bij de kassa mijn portemonnee. De neef van mijn man woont nu in Londen. Soms komt hij langs en leest dan de post en geeft mij geld. Ik kan niet lezen. Mijn broer woont ook af en toe in Londen, die zie ik nu ook wel eens. Het is wel eenzaam zo. Ik heb niemand om mee te praten en mijn lijf doet overal pijn; mijn knieën, heupen, rug. Ik weet waar de dokter woont die bij mijn man langs kwam. Ik hoop steeds, dat hij iets aan mijn pijn kan doen.

2005. Mijn broer heeft een meisje voor me; Nida, zijn dochtertje. Ze is nu 3 jaar en komt bij mij wonen. Ik mag haar hebben. Zijn vrouw vindt het niet erg. Ze heeft nog 3 jongentjes. Dat helpt tegen de eenzaamheid, zegt hij.

2007. Er komt iemand aan de deur die naar Nida wijst en praat. Ik snap er niets van. Later komt er iemand mee die ons beiden verstaat. Nida moet naar school. Ik breng haar dus. Er is een school aan de overkant.

School; Er komt een niet Nederlands sprekende vrouw een meisje brengen. Het meisje is ongeveer 4 jaar, spreekt geen Nederlands. We hebben het meisje toegelaten en gaan nog uitzoeken hoe een en ander zit. Nida kan niet spelen: pakt alles af van andere kinderen, maakt veel ruzie, slaat en schopt. Huilt hard als het niet gaat zoals zij wil. Ze gebruikt nauwelijks taal om zich te uiten. Het lijkt er op dat ze potloden, schaar en speelgoed voor het eerst ziet. Ze heeft vaak geen eten of drinken bij zich. Haar kleding is te klein, kapot en niet passend bij de weersgesteldheid. Er is volop werk om moeder te helpen met taal, geld, opvoeding.

Mijn vraag is: hoe kan het dat nooit iemand Jiya heeft geholpen? Is dat medemenselijkheid? Is dat ook respect voor de medemens?


Elly Bakker (1955) heeft jarenlang in de zorgsector gewerkt en werkt nu als onderwijzer op een zwarte school in een Vogelaarwijk. Ze doet op het moment de Master Pedagogiek en richt zich vooral op gelijke kansen voor jonge kinderen. In maart gaat ze op studiereis naar Istanbul met de HU om te bezien hoe zorg en welzijn daar is afgestemd op het onderwijs. Haar puberdochter geeft stof tot overwegingen. Haar opvoedwijze is democatisch en kindvolgend. En dat past niet geheel in de manier waarop anderen hun kinderen zien. Dat levert discussies op, onder andere met haar collega’s.

Elly Bakker

Eén reactie

  • no-profile-image

    J.Steenbeek

    Ik veronderstel dat dit een stuk casuïstiek is uit het leven gegrepen. Prachtig, doch schollend stuk. Dit zet mij met beide benen weer op de grond en ik besef weer waarom ik werken binnen de sector Zorg en Welzijn zo relevant is.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden