Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Allochtonen zijn supermensen

Waar denkt u aan bij het woord 'allochtoon'? Of bij het woord migrant? Of oudere? Afhankelijk van uw referentiekader, uw woonomgeving, de mate waarin u media volgt, zult u hier positieve of negatieve gevoelens bij hebben. In onze maatschappij is er een eenzijdig beeld van allochtonen. Permitteert u mij een ander - ook heel eenzijdig - beeld te geven.
Allochtonen zijn supermensen

Wie van u kent nu echt een allochtoon? En dan bedoel ik niet groenteman Ali bij u om de hoek. Ik wil u graag vertellen waarom ik allochtonen supermensen vind. En ze niet kut, zielig, eurovreters of achterlijk zijn. En ik hoop dat u als professional 'de allochtoon' beter wilt leren kennen. Hoe goed kent u uw doelgroep?

Onlangs heb ik twee boeken gelezen met levensverhalen van migranten. De eerste is Van Ver, geschreven door Eveline van de Putte. Hierin beschrijft zij bijzondere levens van ouderen die van heinde en ver komen. Toen ik het las dacht ik  ‘wauw’ wat een krachtige mensen, bijzonder, creatief, doorzetters. Maar niemand kent ze.
Als je de verhalen leest, kun je alleen maar respect opbrengen voor deze mensen. De manier waarop ze vertrokken uit hun vaderland, zich vestigden in Nederland, hun dromen en hun ambities. En die zijn helemaal niet zo anders dan die van Nederlanders. Wie wil er nou geen leuke baan met dito inkomen? Iedereen wil toch een gezond en rijk leven? Eigenlijk zijn allochtonen net Nederlanders. Misschien zijn ze wel net iets sterker en ambitieuzer.

Het andere boek dat ik inspirerend vind, is de publicatie van Janneke Donkerlo over een Turks ondernemersgezin in Amsterdam. Na het lezen van Saygili & zoon bleef ik in verwondering achter over de mate van doorzettingsvermogen van deze migrant. Hij wordt als baby min of meer verstoten door zijn familie en groeit op op het erf van zijn grootvader. Zodra hij kan, loopt hij weg naar Istanbul en pakt alles aan waar hij geld mee kan verdienen. En komt uiteindelijk met al zijn ambities terecht in Nederlandse fabrieken. Maar ook hier ziet en pakt hij kansen. Met vallen en opstaan wordt hij eigenaar van een heel bekende slagerij/supermarkt in Bos en Lommer, Amsterdam. Waar komt dan toch dat hardnekkige beeld vandaan dat allochtonen profiteurs, lastig en wat al niet meer zijn?

Maar het boek is meer dan het verhaal van een vechter. Het geeft iedereen een helder beeld van hoe de eerste allochtonen naar Nederland zijn gekomen. Hoe welkom ze waren en dat ze helemaal niet zielig waren. Ik leerde er veel van. Ik hoop dat dit soort boeken op scholen als lesmateriaal kunnen worden gebruikt. Allochtone kinderen worden trots op hun roots en Nederlandse kinderen stellen hun beeld hopelijk bij. Zo werk je aan respect voor elkaar. Ik werd er zelfs weer even trots van. Al voelt het beslist niet altijd zo als professional of als burger. Gadverdamme, hoe kom ik toch van dat etiket af?

De laatste jaren zijn alle pijlen op inburgeren gericht, en op arbeidsparticipatie van vooral allochtone vrouwen. Want zo is onderzocht: de arbeidsparticipatie van allochtone vrouwen is veel te laag. Maar vrouwen in Nederland willen helemaal niet zoveel werken, als ze al willen werken. Zo blijkt uit een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ze willen parttime werken. En als ze al meer willen werken, dan is dat niet meer dan twee uur erbij. Ik hoop dat alle beleidsmedewerkers die allochtone vrouwen willen dwingen om vooral mee te doen (met werk of vrijwilligerswerk) zich eens een goed beeld vormen van wat daadwerkelijk de wensen en behoeften van deze vrouwen zijn.

Die zullen niet veel anders zijn dan die van Nederlandse vrouwen. En dan niet de hoogopgeleide vrouwen met de laagopgeleiden vergelijken. Het lezen van twee bovengenoemde boeken zal helpen. Het stimuleert mij in ieder geval om met migrantenvrijwilligers tweetalige levensboeken te gaan schrijven. Dit soort boeken werkt positief voor de migranten die uit het verdomhoekje komen. En het levert logische projecten en beleid op voor de Nederlandse professional die haar doelgroep helemaal niet kent.

Fatos Ipek-Demir (1970) is manager Burgerschap bij HOF, Promotie Haags Vrijwilligerswerk. Ze is afgestudeerd aan de Hogere Europese Beroepen Opleiding (Haagse Hogeschool) en heeft onder meer 7,5 jaar als (senior) beleidsmedewerker gewerkt bij E-Quality, kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit. Fatos maakt zich als professional en als burger druk om mensen die aan de zijkant van de samenleving worden geduwd of die ervoor kiezen om aan de zijkant te (blijven) staan. Naast inhoudelijke kennis van zaken heeft ze veel aan haar Grieks-Turkse-Brabants-Haagse achtergrond.

Fatos Ipek-Demir

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden