Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

De sportschool als buurthuis van de 21ste eeuw

Dit voorjaar ben ik lid geworden van de plaatselijke sportschool. Er was een dringend advies nodig van mijn huisarts om mij over mijn vooroordelen ten aanzien van dergelijke plaatsen heen te zetten. De laatste keer dat ik een sportschool van binnen zag was meer dan vijftien jaar geleden. Door Anouchka van Miltenburg
De sportschool als buurthuis van de 21ste eeuw

Toen werd de zaal gedomineerd door gespierde mannen met enorme getatoeëerde armen: na drie weken ben ik afgehaakt omdat ik me er niet prettig voelde. Tot dit voorjaar dus. Toen merkte ik dat de gespierde boys nu lange mouwen dragen. Ik ga twee keer per week trainen en ontmoet er een heel gevarieerd gezelschap. Op maandagochtend trainen er klassen van de plaatselijke praktijkschool, de school voor kinderen die het laagste niveau van het VMBO niet halen. Maandag kwam één van hen binnen met een laptop. Trots vertelde hij dat hij die had gekregen omdat hij door de ondernemersvereniging was verkozen tot stagiair van het jaar.

Later komt er altijd een clubje heren op leeftijd: allen al ruim met pensioen, maar verbeten van plan om fit te blijven. Eén van hen heeft de ziekte van Parkinson. Door drie keer per week te trainen voelt hij zich veel beter, en na afloop drinkt hij samen met de anderen een kop koffie. Hij baalt zichtbaar van het sporten, maar hij geniet van de gezelligheid.

Een dame van ruim zestig met een beenprothese traint twee keer per week op de hometrainer en met gewichten. Fietsen durft ze niet meer, maar ze verhaalt heel open over haar belevenissen.
Als ik mezelf nog een halfuurtje afmat op de crosstrainer, lukt het me het eerste kwartier een gesprek te voeren met een verpleegkundige. Het sporten was voor haar de laatste strohalm. Haar rugklachten werden zo ernstig dat arbeidsongeschiktheid dreigde, maar daar is nu geen sprake meer van.

Na anderhalf uur sporten heb ik altijd een voldaan gevoel. Ik ben weer baas over mijn eigen lichaam. Daar was het om begonnen. Maar een onverwacht extraatje is dat ik iedere keer weer iets nieuws hoor of een onverwacht persoon ontmoet. Geen wonder dat meer dan de helft van de Nederlanders die sporten dit doen bij de fitnessclub: de sportschool is het buurthuis van de 21ste eeuw.

Anouchka van Miltenburg (42) is van huis uit journalist en sinds 2003 lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Ze is getrouwd en heeft drie kinderen.

Anouchka van Miltenburg

Eén reactie

  • no-profile-image

    Rob Beckers

    Goed plan.
    We willen dat de jeugd meer gaat bewegen en vooral van straat weg is.
    We willen dat ouderen actief blijven.
    We willen geen hokjes maken voor allerlei doelgroepen maar dat ze samen ergens vertoeven.
    Kansen te over.

    Ik zou dan ook graag een oproep willen doen niet alleen aan sportscholen om meer maatschappelijk betrokken te zijn bij hun wijk maar ook aan sportclubs. Laat sportclubs verder kijken dan hun spelletje alleen.

    Bij vrijwel elke sport doet men aan conditieverbetering. Een betere conditie geeft meer zelfvertrouwen. Ideaal voor die ouderen, die werkeloos of jongere van de praktijkschool.
    Een buurtfeest? Waarom niet de sportzaal of -kantine beschikbaar stellen.
    Vechtsportclub in de buurt? Speel in op de onveiligheidsgevoelens van ouderen, verzorg een cursus zelfverdediging.

    Buurthuizen zijn verworden tot verhuurders van hokje. Sportclubs en (gemeentelijke) sporthallen bieden beweging én ontmoeting.

    Overigens ken ik sportscholen die ook een broodje kunnen verzorgen. Gezamenlijk eten en sporten? Waarom niet...

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden