Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Nieuw type toezichthouder nodig in de zorg’

De raad van toezicht in de (semi-) publieke sector moet een bredere taak krijgen. Dat bepleit bijzonder hoogleraar Rienk Goodijk in zijn oratie. Belangrijk is dat het toezicht zich ook richt op publiek belang en de kwaliteit van het product. ‘Wellicht is men te veel gericht op de inzet van bestuurders uit de marktsector.’
‘Nieuw type toezichthouder nodig in de zorg’

Volgens hoogleraar Rienk Goodijk zijn er nieuwe eisen nodig waaraan de raad van toezicht (rvt) van (semi-) publieke organisaties moet voldoen. Meer contact met cliënten en een visie op de grenzen van private activiteiten. De rvt is aan herziening toe door de steeds complexere organisaties, vindt Goodijk, die vanaf september bijzonder hoogleraar governance in de (semi-) publieke sector aan de Universiteit van Tilburg is.

Maatschappelijke ondernemingen zoals zorgorganisaties, woningbouwcorporaties en onderwijsinstellingen worden steeds meer een mix van private en publieke bedrijfsvoering. Maar het governancemodel – bestuur en toezicht - is volgens Goodijk daar niet meer op afgestemd.

Gekopieerd
‘In de jaren negentig is het raad van commissarissenmodel van de marktsector gekopieerd voor maatschappelijke ondernemingen. Maar het is niet geschikt, aldus Goodijk, die ook hoogleraar governance in de marktsector aan de universiteit Groningen is. ‘In de marktsector houdt de rvt zich vooral bezig met toezicht op het bedrijf. Bij een maatschappelijke onderneming is het ook belangrijk te weten hoe tevreden de cliënten zijn.’

Kwaliteit
Juist die bredere taak vraagt ook om bestuurders die oog hebben voor dat publieke deel. Volgens Goodijk ligt bij het gemis daarvan de oorzaak van dat er te veel mis gaat in het bestuur van maatschappelijke ondernemingen. ‘De aanstellingen van bestuurders zijn van onvoldoende kwaliteit, er zijn bestuurders die grenzen overschrijden. De oplossing is niet om bestuurders uit de markt aan het hoofd van een maatschappelijke onderneming te zetten. Wellicht heeft men zich daar te veel op gericht.’

Verschillend
Goodijk bepleit een raad van toezicht – én een raad van bestuur – die bestaat uit meerdere personen met een verschillende achtergrond en deskundigheid, meer vrouwen en niet-Nederlandse bestuurders. ‘Dat maakt een rvt alerter, mensen spreken elkaar eerder aan op risico’s, twijfels en functioneren van bestuurders. Het is ook belangrijk dat persoonlijkheden bij elkaar passen. Het gaat om gedrag ten opzichte van elkaar. Ik kom genoeg besturen tegen waar dat een probleem is.’

Informeren
Het onderzoek dat Goodijk aan de universiteit Tilburg gaat doen richt zich op de ontwikkeling van een geschikt toezichtmodel voor de (semi-) publieke sector. ‘De rvt zal dichterbij de organisatie staan en zich meer door anderen dan het bestuur moeten laten informeren. Opvallend is dat de rvt’s in de zorgsector op dit moment nauwelijks of geen contact hebben met ondernemingsraden en cliëntenraden. Het toezicht wordt een serieuzere taak, die je niet meer in zes vergaderingen per jaar “erbij” doet.’


Meer nieuws in uw inbox? Klik hier voor de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Voor meer achtergronden en opinies, neem hier een abonnement op Zorg + Welzijn Magazine. 


Volg Zorg+Welzijn op Twitter

Foto

  • ‘Nieuw type toezichthouder nodig in de zorg’

Carolien Stam

Gerelateerde tags

3 reacties

  • no-profile-image

    Rene Olthof

    Wat de heer Goodijk aangeeft is dat de huidige vorm van raden van toezicht tekort schieten. Ik kan mij daar in vinden.Immers de raden van toezicht houden veelal toezicht op de bestuurders die de leden van de raden van toezicht zelf hebben aangesteld. Hierdoor is er een gevaar voor ons kent ons. Het toezicht kan zich dan beperken tot een technische aangelegenheid zonder dat kennis genomen is van de ervaringen op een lager nivo in de organisatie of op het (maatschappelijk) functioneren van de organisatie als zodanig. De Kennis om een oordeel te vellen en werkelijk toezicht te houden wordt dan op een eenzijdig nivo binnen de organisatie opgehaald. Het tweede aspect is dat er uit een kleine vijver gevist wordt en dat daardoor het deel uitmaken van een raad van toezicht zelden beperkt blijft tot een enkele RVT benoeming. Als je deze job serieus neemt zal je ook hier tijd in moeten steken. Dat kan niet als het naast een zware fulltime job + 4,5,6 andere Raden van Toezicht jobs gedaan moet worden. Derhalve goed dat iemand er naar kijkt. Ik onderschijf de aangedragen gezichtspunten van harte.
    R.Olthof, de Bilt

  • no-profile-image

    Leo Huvers

    Zoals het hierboven staat, klinkt het mij als een raar praatke in de oren: doordat de complexiteit van zorginstellingen is gegroeid en steeds meet publiek-private hybride constructies zijn ontstaan, zou het toezicht nu meer door mensen met een publieke orientatie moeten worden uitgevoerd/ Snapt iemand dit? Ik niet. Het roept wel vragen op. Om te beginnen: hoe zag dat kennelijk destijds wel passende toezicht er uit als ze complexe publiek-private hybrides hebben genaard? Wie moet dat toezicht veranderen in die publiek-private hybrides? Zijn het niet doorgaans stichtingen waarin de RvT bij cooptatie door diezelfde RvT voorziet in vacatures? Zouden mensen die daar nu inzitten ertoe in staat zijn om mensen te selecteren die anders georienteerd zijn dan zij zelf zijn?

  • no-profile-image

    Wat de heer Goodijk signaleert hebben we al een tijdje in de gaten. Als lid van het bestuur van de Kruisvereniging West Brabant, zien wij hoe groot de afstand is tussen zorgaanbieders en de klanten. Vandaar dat wij er voor pleiten dat er een raad van Toezicht komt die grotendeels bestaat uit zorgvragers. Daarnaast dient er een keurmerk te komen voor zorgaanbieders. Niet gericht op HKZ/ISO, maar of een zorgaanbieder vraaggestuurd/vraaggericht werkt. Inmiddels is er door onze vereniging die 40.000 huishoudens als lid telt, een dergelijk keurmerk in het leven geroepen. Opgesteld door een organisatie ( CIIO ) die geaccrediteerd is om audits etc te doen. De eisen waaraan een zorgaanbieder dient te voldoen zijn inmiddels voor de eerste keer in de praktijk getoetst. Het is opvallend dat de eerste zorgaanbieder ook al bekend is die een dergelijke toets niet wenst te laten plaatsvinden in zijn bedrijf.
    Frans Fakkers, Fijnaart

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden