Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Goed nabuurschap in het Drents Dorp (Eindhoven)

De bewoners voelen zich minder verbonden met de buurt, maar zijn wel degelijk bereid om elkaar te helpen. Zo blijkt uit onderzoek naar informele zorg in de Eindhovense volksbuurt Drents Dorp. ‘Je wilt niet afhankelijk zijn van anderen.’
Goed nabuurschap in het Drents Dorp (Eindhoven)

In gemeenschapshuis Trefpunt zit op dinsdagmiddag de kienclub bijeen. De tien dames, gemiddelde leeftijd 75 jaar, kennen allen mooie voorbeelden van burenhulp: Nico die de stoepen van de buren sneeuwvrij maakt. Toon die, totdat hij het lichamelijk niet meer opbracht, behalve zijn eigen tuin ook die van vier straatbewoners bijhield. En mevrouw Van Doorn van 85, voor wie de buurvrouw boodschappen doet als het glad is. Een van de dames krijgt vanwege haar reuma hulp van de thuiszorg bij het aan- en uitkleden. Maar als ze ’s avonds uitgaat, is het daarvoor te laat. Dan helpt haar buurvrouw haar met uitkleden. Ze zegt er wel bij, dat ze liever haar dochter belt. ‘Maar zij kan niet altijd.’ Dat vinden de andere dames verkeerd. ‘Dan moet je dochter uit Waalre komen, terwijl de buurvrouw hulp aanbiedt!’ Maar ze snappen ook dat het moeilijk is hulp te vragen. ‘Je wilt niet afhankelijk zijn van anderen. Wij hebben geleerd dat als je het voor de helft zelf kan, je het ook zelf doet.’

Philips-arbeiders
Alle oudere bewoners zeggen het: het Drents Dorp is erg veranderd. In deze volksbuurt, begin vorige eeuw gebouwd om Philips-arbeiders uit Drente te huisvesten, kende je vroeger iedereen. Je trof elkaar bij de bakker, de slager en de Spar. Je wist wie er in de penarie zat  - die hielp je - , je zong bij het koor van de paters, de kinderen zaten op de padvinderij en velen werkten bij Philips.
Nog steeds ademt het wijkje, begrensd door drie autowegen, een dorpse sfeer. Het is er rustig, er rijdt nauwelijks zwaar verkeer door de straten, op twee seniorenflats na wonen de mensen in eengezinswoningen met kleine voor- en diepe achtertuinen.

Het zijn vaak ouderen die ouderen helpen, mensen die zelf kwetsbaar zijn. Oftewel: de lammen helpen de blinden. Daarmee is niets mis, vindt Linders, ‘mits de helpers niet overbelast raken. Vooral bij mantelzorgers schuilt dat gevaar.’ Maar naast de bereidwilligheid om te helpen, ontdekte ze ook veel verborgen vragen. Mensen die wel hulp nodig hebben, maar er niet om vragen of hulp weigeren. Linders: ‘Een oude mevrouw had een defecte wasmachine. Ze wilde haar kinderen niet inschakelen. Ik vroeg wie ze zou bellen als ze zou vallen. “Niemand”, zei ze. Ze had acht kinderen, maar ze wilden hen niet met haar problemen lastigvallen. Een depressieve man overwoog vrijwel dagelijks van het balkon te springen. Toch sprak hij met niemand, ook niet met zijn zoon, over zijn psychische problemen.’

Eenzaamheid
Annemie den Hartog van Stichting Buurtbelangen Drents Dorp bevestigt dat beeld. De stichting huist in de buurtinfowinkel: een kantoortje met een vergadertafel, enkele tafeltjes waaraan twee mannen koffie drinken en computers die buurtbewoners gratis kunnen gebruiken. Den Hartog: ‘Uit onderzoek onder senioren in de wijk bleek dat er best veel eenzaamheid was en behoefte aan hulp. Toch zouden ze niet bij de buren hulp vragen, maar eerder bij hun kinderen. We hebben ze gewezen op de Zonnebloem, die mensen thuis bezoekt. Maar mensen willen geen inmenging in hun privéleven. Je moet ze echt over de drempel duwen. Want als ze eenmaal moedoen met Zonnebloem-activiteiten, waarderen velen dat wel. We hebben eens vervoer beschikbaar gesteld naar het winkelcentrum voor mensen die slecht liepen. Een aantal had zich daarvoor opgegeven. Op de dag zelf kwam niemand opdagen. Achteraf bleek dat ze het niet vertrouwden.’

Aan de andere kant, zo is haar ervaring, zijn veel mensen wel bereid hulp te géven. Voor de vele activiteiten die de stichting organiseert - van opruimdag, kinderbingo, meimarkt tot voetbalwedstrijden - zijn genoeg vrijwilligers te vinden, en ook deelnemers. Maar ‘het zijn vaak wel dezelfde mensen.’ Dat zegt ook Linders: ‘Met projecten om de sociale cohesie in de wijk te bevorderen, bereik je niet alle mensen die informele zorg nodig hebben. Die mensen voelen zich niet thuis bij buurtbarbecues. Zij moeten veel persoonlijker worden benaderd. Bijvoorbeeld door opbouwwerkers die individuen aan elkaar koppelen.’ Hulpverleners zouden outreachender moeten werken. ‘Dat gebeurt al wel, maar blijkbaar niet genoeg. Zij moeten het sociale netwerk meer bij de zorg betrekken. Op de Fontys Hogeschool, waar ik werk, proberen wij studenten daarin op te leiden.’

Hondenpoep
De verborgen vraag verbaast opbouwwerker Tinus van Dalen. ‘Enkele jaren geleden zijn we in het kader van een buurtactiveringsproject bij alle bewoners in Drents Dorp-Oost langsgegaan. Er waren alleen klachten over hondenpoep en brommeroverlast. Niet over te weinig hulp. Toen we een spreekuur van sociaal raadslieden organiseerden, waar iedereen met problemen terechtkon, kwamen er amper mensen.’

Sylvi van der Heijden, maatschappelijk werker bij Welzijn Eindhoven, herkent het probleem wel. ‘We kijken altijd of er meer hulp nodig is. Bij huurachterstand gaan we bijvoorbeeld samen met de woningcorporatie op bezoek om de oorzaak te achterhalen. We gaan in op signalen van buurtwerkers en vrijwilligers. Het is echter ireëel te verwachten dat we iedereen bereiken. We proberen het netwerk zoveel mogelijk in te schakelen, maar soms is  dat er niet. En niet iedereen wil meedoen aan onze cursussen en activiteiten.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 3, maart 2010.

Maria van Rooijen/Fotografie Erik van der Burgt/Verbeeld!

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden