Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Haags ontmoetingsproject versterkt banden in wijk

In de Haagse Stationsbuurt en Schilderswijk zijn vrouwen van allerlei achtergronden samen actief. Paraplu is het project ‘Ontmoet je buur(t)vrouw’. Kern is samen organiseren, elkaar ontmoeten en nieuwsgierig zijn naar elkaars leven en ambities. En dat bindt.
Haags ontmoetingsproject versterkt banden in wijk

‘Het is vast iets psychisch, mevrouw. U komt toch uit Somalië? Weet u wat, laten we eens over uw ervaringen daar praten. Dat lucht vast op.’ Hani Omar hoorde die grammofoonplaat steeds als ze bij haar dokter langs ging. ‘Ik heb geen oorlogstrauma, ik was echt ziek. Maar dat geloofde hij pas toen ik 42 graden koorts kreeg.’

Hani Omar kwam in 1995 van Somalië naar Nederland, is moslima en woont met haar man en drie kinderen in de Schilderswijk in Den Haag. Met zo’n achtergrond stapelen de vooroordelen zich snel op, merkt ze. ‘Dat ik onderdrukt word door mijn man, dat ik geen Nederlands praat, dat ik alleen maar voor de televisie zit. Mensen trekken conclusies zonder vragen te stellen.’ Tegelijkertijd ziet ze ook dat vrouwen in haar buurt andere mensen niet de kans geven om die vragen te stellen. ‘Sommige vrouwen praten inderdaad geen Nederlands en hebben alleen met hun familie contact. Dan is het niet vreemd dat mensen je niet begrijpen. Iederéén moet elkaar beter leren kennen’, vindt ze.

Vrouw des huizes
Omar doet daarom mee aan het project ‘Ontmoet je buur(t)vrouw’, twee jaar geleden gestart door Buurtstation Den Haag en welzijnsorganisatie Zebra, waarbij vrouwen samen activiteiten ondernemen. Zo gingen ze al dansen, kregen een rondleiding van een kunstenaar langs een beeldententoonstelling en bezochten samen een balletvoorstelling. Ook wandelden ze in koppels van migrant- niet-migrant door de wijk, waarbij ze bij drie huizen stopten voor een gesprek met de vrouw des huizes.
De activiteiten zijn bedoeld om het contact tussen alle vrouwen in de Stationsbuurt en de Schilderswijk te verbeteren. En dus niet puur om eenzame migranten te helpen, benadrukt initiatiefneemster Joke van Gemmert, medewerker van Zebra. ‘Dat laatste wordt helaas wel vaak gedacht. De nadruk ligt steeds op inburgering, terwijl ook hoogopgeleide blanke dames hun buren beter moeten leren kennen.’

Angst
Elkaar kennen is cruciaal voor een goede sfeer in de wijk, zegt Van Gemmert. ‘Er is bijvoorbeeld angst voor de hoofddoek. Ik hoorde laatst een verhaal dat een vrouw wegrende toen iemand met een hoofddoek haar de weg vroeg. Kijk naar Hani Omar: zij is fantastisch met kinderen. In buurtcentrum Parada doet ze de kinderopvang. Wie ziet hoe goed ze voor kinderen zorgt, loopt niet om haar heen. En Hani blij is met het respect.’
Omar vindt het belangrijk dat ze anderen duidelijk kan maken dat ze zich wel degelijk aanpast. ‘Een paar jaar geleden had ik veel minder contacten. Ik kom nu mensen tegen die ik kan uitleggen dat in Somalië de man niets in het huishouden doet, maar dat ik mijn kinderen leer om wel samen af te ruimen. En dat ik die hoofddoek draag vanwege mijn geloof en niet vanwege mijn cultuur.’
Ook Irene Ashikali (45), geboren in Suriname, doet mee aan ‘Ontmoet je buur(t)vrouw’. Tijdens de puzzeltocht zette zij haar deur open om bezoekers op een Surinaams diner te trakteren. ‘We hebben gezellig gepraat over Suriname en Nederland.’ Speciaal voor haar was de balletvoorstelling. ‘Toen ik op mijn tiende naar Nederland kwam, wilde ik per se op ballet. Maar dat ging jammer genoeg niet.’

Enthousiast
Tot nu toe zijn er vijf bijeenkomsten geweest. Het aantal deelnemers varieert tussen de 25 en 75. Toen het project in de lente van 2008 begon, brachten Van Gemmert en collega’s van Zebra en Buurtstation de vrouwen bij elkaar. Velen kende Van Gemmert al van andere projecten. Een kern buurtvrouwen, onder wie Ashikali en Omar, bedenkt activiteiten en probeert meer bewoners enthousiast te maken.
Van Gemmert: ‘We laten ze zelf verzinnen wat ze leuk vinden om te doen. Zij weten het beste wat de buurt wil.’ Zij en haar collega’s helpen met de contacten en de faciliteiten. ‘We houden het bewust niet ingewikkeld.’ Ashikali en Omar knikken goedkeurend. ‘Ik houd niet van dure woorden’, zegt Omar. ‘Dat scheelt, ik ook niet’, reageert Van Gemmert.
Ze legt uit dat rolmodellen nodig zijn, wil het project succesvol zijn en de sfeer in de buurt verbeteren. ‘Voorbeelden zoals deze twee dames. Hani en Irene praten prima Nederlands, zetten zich in als vrijwilliger en zijn zeer sociaal.’

Kwaad
Ashikali stelt het heel vervelend te vinden dat andere immigranten helemaal geen Nederlands spreken. ‘Sommige Turken en Marokkanen weigeren de taal te leren. Die gaan naar de dokter met hun kind en kunnen niet uitleggen wat er mankeert. En dan nog kwaad worden ook. Ik vind dat je wel beter je best mag doen als je in een ander land komt wonen.’
Ook Van Gemmert stuit in haar werk nog regelmatig op het taalprobleem. De deelnemers die aan buur(t)vrouwen meedoen, zijn echter vaak een stap verder, zegt ze. Zebra geeft allerlei trainingen, zoals taalcursussen maar ook assertiviteitstrainingen, omdat immigranten volgens haar vaak bang zijn om ‘nee’ te zeggen. ‘De meeste deelnemers hebben daaraan meegedaan. En de uitstapjes zijn ook heel goed om de taal nog beter te leren.’
Behalve door communicatie komen cultuurverschillen ook spontaan opborrelen. Zoals bij de balletvoorstelling. ‘Pas toen we in het theater zaten, bedacht ik me dat het in Nederland heel normaal is om twee uur stil te zijn tijdens een voorstelling, maar dat dit niet overal op de wereld zo is’, vertelt Van Gemmert. ‘Wat als er iemand ineens een blikje cola openmaakt? Dat kon ik gelukkig nog op tijd uitleggen.’

Kinderopvang

Toen Omar twee jaar geleden voor het eerst van het project hoorde, zat ze vooral thuis. ‘Bang voor mensen was ik nooit, maar ik durfde me toch nooit helemaal te laten zien. ‘Nu doe ik de kinderopvang, help ik bij allerlei andere projecten en geef ik zelfs interviews’, straalt ze. ‘Voor de duidelijkheid: mijn man staat er helemaal achter.’ Ashikali, die in Suriname ook Nederlands moest praten, liet altijd al van zich horen. ‘Maar ik leer wel steeds meer dankzij Joke en de andere vrouwen.’

Een goede sfeer in de buurt valt of staat met begrip, beklemtoont Van Gemmert. Dat bereik je volgens haar het beste met laagdrempelige projecten. ‘Ik begrijp het belang van inburgeringscursussen wel, maar over de kwaliteit heb ik mijn twijfels. Wij zouden die toetsen zelf waarschijnlijk niet eens halen. Daarbij: dwingen werkt niet, je moet stimuleren dat mensen elkaar tegenkomen en met elkaar op stap gaan. Alleen dan kweek je begrip. En zonder begrip geen leefbare buurt.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 2, februari 2010.

Jeroen Wapenaar fotografie Roel Dijkstra

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden