Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Hoogopgeleiden en ondernemers zetten zich in voor de wijk

Samenwerken aan de leefbaarheid van je buurt: in grote steden gaat dat vaak moeizaam. Ondernemers en hoogopgeleiden kunnen hun steentje bijdragen. Schrijver Joke Hermsen, oprichter van een denktank in de Amsterdamse wijk De Baarsjes: ‘Ik dacht de wijk na twintig jaar goed te kennen, maar dat bleek niet zo te zijn.’
Hoogopgeleiden en ondernemers zetten zich in voor de wijk

De moord op filmmaker Theo van Gogh (2004) en de heftige onderhuidse spanningen die vervolgens aan het daglicht kwamen, zetten toenmalig ambtenaar Mercedes Zandwijken aan het denken. Het drama voltrok zich op de drempel van het stadsdeelkantoor in Oost-Watergraafsmeer, waar ze werkzaam was. Burgemeester Cohen wilde de boel bij elkaar houden. Zandwijken daarover in de Volkskrant: ‘Ik dacht: man, je hebt geen idee! We moeten de partijen eerst bij elkaar bréngen.’
Ze vroeg zich in dit verband af wat de stedelijke elite kon betekenen. Zandwijken, inmiddels sociaal ondernemer: ‘Noblesse oblige; de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen. Waarom zie je de elite alleen op stedelijk niveau? Omdat ze niet wordt gevraagd bij te dragen aan het oplossen van problemen op buurtniveau. Bovendien voelt ze zich niet aangesproken door betuttelende overheidscommunicatie die zich altijd richt op kansarmen. En dacht je dat de elite in een buurthuis koffie uit een plastic bekertje gaat drinken en onder neonlicht aan een formica tafeltje wil zitten om over de buurt te praten? De elite draait liever aan de knoppen, wil iets betekenen.’

Ivoren toren
Zandwijken is ervan overtuigd dat de elite een grote bijdrage kan leveren aan sociale cohesie. ‘Ze heeft bewezen leiderschapskwaliteiten, kan out of the box denken en heeft een uitgebreid netwerk.’ Ook Zandwijken draait graag aan de knoppen. Ze benadert de beoogde leden van de denktanks persoonlijk en draait een jaartje in de opstartfase. ‘Ik krijg alleen positieve reacties. Mensen voelen zich vereerd als ze worden gevraagd.’
Momenteel draaien er denktanks in Amsterdam-Zuidoost, Amsterdam-Noord, Slotervaart, De Baarsjes, Utrecht en Den Haag. ‘Het is een model dat je overal kunt toepassen.’ Zandwijken won onlangs de Democracy Ribbon voor het idee.

Een doorsnee denktank bestaat uit acht tot twaalf personen van diverse etnische afkomst en komt een paar keer per jaar bijeen. De meeste leden zijn zo’n anderhalf jaar actief en maken dan plaats voor een ander. Schrijfster Joke Hermsen heeft in de Amsterdamse wijk De Baarsjes een denktank opgezet. ‘Het is voor een schrijver helemaal niet slecht om af en toe uit de ivoren toren te komen en met de voeten in de modder te staan. Ik dacht de wijk na twintig jaar goed te kennen, maar dat bleek niet zo te zijn’, zegt Hermsen. ‘Ik wist weinig van andere bevolkingsgroepen, en dat geldt voor bijna iedereen.’ Haar motivatie om mee te doen zijn de verscherpte tegenstellingen en de angst dat die tot een uitbarsting komen. ‘Mensen leven naast elkaar, in plaats van samen. Gebeurtenissen als de moord op Van Gogh versterken de tegenstellingen. Onbekend maakt onbemind. We moeten ervoor zorgen dat hier niet dezelfde dingen gebeuren als in de Franse voorsteden. Daarvoor zijn gesprekken en gezamenlijke buurtprojecten nodig. Als je elkaar leert kennen, vloeien de vooroordelen weg en blijken we veel gemeen te hebben.’

Schoolkeuze
Hermsens denktank richt zich onder meer op de schoolkeuze van allochtone leerlingen. Waar blanke kinderen met een hoge Cito-score op prestigieuze middelbare scholen terechtkomen, gaan de gekleurde kinderen bijna zonder uitzondering naar een zwarte school. Hun ouders maken zelden een rondje langs de scholen om de juiste vervolgopleiding te kiezen. Hermsen: ‘We hebben gepraat met schoolleiders: hoe kunnen we allochtone kinderen en hun ouders overtuigen van een andere schoolkeuze? Die gesprekken hebben opgeleverd dat middelbare scholen er aandacht aan besteden in hun beleidsplannen. Een categoraal gymnasium als het Barlaeus trekt nu de wijken in.’
De denktank in De Baarsjes loopt inmiddels tegen een ander obstakel aan: de samenwerking met het stadsdeelkantoor. Hermsen: ‘Dat gaat zó langzaam. We hebben een tiental projecten ingediend, maar de ambtenaren krijgen dat werk er ongevraagd bij. Het schort voorlopig dus aan de uitvoering. Je zou denktanks meer moeten integreren in de ambtelijke organisatie.’

Ambulance
Daar heeft Clemens Blaas juist slechte ervaringen mee. Hij is voorzitter van de denktank in Slotervaart. Een te sterke identificatie van de denktank op het stadsdeelkantoor heeft ‘ongewenste effecten’, zegt Blaas. ‘De boel gaat politiseren. Denktankleden stapten op toen het stadsdeel uitspraken deed waar zij het niet mee eens waren.’ In het dagelijks leven is Blaas directeur van HVO-Querido. Een van de projecten die uit de koker van zijn denktank komt, is het betrekken van Marokkaans-Nederlandse jongens bij het opknappen van een oude ambulance. Die is daarna naar Marokko vervoerd, waar er veel behoefte aan is. Het is een van de manieren om agressie tegen ambulancepersoneel te beteugelen.
Volgens Blaas zal onder het nieuwe kabinet het beroep op de inzet van burgers voor de wijk alleen maar toenemen, omdat er veel minder geld beschikbaar is voor professionele inzet. ‘De overheid heeft ons hard nodig.’ Tot de elite rekent Blaas zich niet. ‘Dat is een Amerikaanse benadering en die sluit minder aan bij de Nederlandse gelijkheidscultuur, zeker niet als het om sociale cohesie gaat.’

Hotelgasten
Sandra Chedi is eigenaresse van het budget-hotel Amstel Botel, dat aan de NDSM-pier in het IJ ligt afgemeerd. In 2008 werd ze uitverkozen tot zwarte zakenvrouw van het jaar. Ze neemt deel aan de denktank Amsterdam-Noord, al woont ze daar niet. ‘Maar ik heb wel mijn bedrijf in Noord, en dat maakt me medeverantwoordelijk voor de omgeving. Ik wil ook dat mijn hotelgasten in een prettige omgeving verblijven.’ Chedi ziet dat mensen apart van elkaar leven. ‘Op elk eilandje zit het wel goed met de sociale cohesie. De denktank probeert ze bij elkaar te brengen.’
Eilandjes vormden de vele voetbalverenigingen in Amsterdam-Noord zeker. Ze kampten allemaal met dezelfde problemen: een teruglopend aantal vrijwilligers, ongedisciplineerde leden, achterstallige contributies. Chedi: ‘In plaats van te zoeken naar best practices gingen ze ieder voor zich het zwart garen uitvinden. Wij hebben alle besturen uitgenodigd op het hoofdkwartier van Shell om van elkaars ervaringen te kunnen leren. Daar zijn de tien gouden regels uit voortgekomen waaraan de leden zich moeten houden.’ De denktank, zegt Chedi, legt verbanden. ‘Wij zijn het oliemannetje.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nr 11, november 2010.

Bron: Foto: Uitgeverij Arbeiderspers

Han van de Wiel

Gerelateerde tags

Eén reactie

  • no-profile-image

    Bente. Thé

    Samenwerken aan de leefbaarheid van je buurt moet je inderdaad ook doen met alle mensen die in de buurt wonen. Bij Beterburen melden zich vrijwilligers aan die willen bemiddelen bij burenruzies. Vaak zijn dit hoogopgeleiden, die hun kwaliteiten om een goed gesprek te voeren tussen mensen, willen inzetten als buurtbemiddelaar. Buurtbemiddeling tijdig inzetten voorkomt escalatie van burenruzies en verdere verstoring van de leefbaarheid. Iedereen die zich hiervoor wil inzetten is dan ook van harte welkom. Aan mensen die een conflict hebben met hun buren geef ik het advies: wacht niet te lang met het oplossen, want voordat je het weet escaleert de boel. Bel voor hulp tijdig met de vele buurtbemiddelingsorganisaties in Nederland, waaronder Beterburen in Amsterdam. Nieuwsgierig hoe dit in z'n werk gaat? Kijk op www.beterburen.nl

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden