Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Over de grens: Tweezijdige integratie in het Bunte Kreuzberg

Het ontmoetingscentrum van de Berlijnse Arbeiterwohlfahrt Verrein begon ooit als consultatiebureau voor buitenlandse werknemers. In de jaren ’90 richtte het zich vooral op de ontplooiing van oudere migranten. Nu ligt de focus op actief burgersschap. Het opbouwwerk speelt daarbij de hoofdrol.
Over de grens: Tweezijdige integratie in het Bunte Kreuzberg

Door Martin Zuithof - Het oude zusterhuis van het vroegere Bethanien Krankenhaus in Berlijn-Kreuzberg herbergt het Begegnungszentrum, het ontmoetingscentrum van de Arbeiterwohlfart Verrein (AWO, zie kader). Het oude pand aan de rand van het ziekenhuisterrein heeft dringend een opknapbeurt nodig. De verf bladdert van de kozijnen. Het Begegnungszentrum is een combinatie van een brede welzijnsinstelling met een reeks zelforganisaties van migranten. Turkse, Joegoslavische, Spaanse, Griekse, Poolse, Italiaanse en Iraanse groepen hebben er hun thuisbasis.

In 1974 begon het centrum als adviesbureau voor buitenlandse werknemers die hulp zochten bij sociale problemen, werk en scholing, vertellen directeur Ben Eberle en opbouwwerker Filiz Müller-Lenhartz. In de jaren ’90 dienden zich steeds meer oudere migranten aan, die geen werk meer hadden en niet meer wisten wat ze moesten doen.

Pionierswerk
Filiz Müller-Lenhartz is zelf van Turkse komaf en begon in 1984 bij het centrum als hulpverlener. ‘Veel migranten waren niet voorbereid op hun leven als gepensioneerde in Duitsland. Ze vielen in een gat. De adviesloketten waren opgezet om de migranten over werk te adviseren. Nu kwamen ze met heel nieuwe vragen. De professionals hebben de nieuwe richting samen met de ouderen ontwikkeld. Daarom werd het ook een succes. Maar het was wel pionierswerk.’

Directeur Ben Eberle is een Amerikaan, studeerde in Berlijn sociologie en psychologie en deed onderzoek naar de ouderenzorg. Hij begon in 1994 als nieuwe directeur bij het Begegnungszentrum. ‘Het thema van de oudere migranten kwam toen net op. Samen met de vorige coördinator van het centrum hebben we ons toen georiënteerd op deze problematiek en een nieuw concept ontwikkeld.’

Het Begegnungszentrum is actief op vier hoofdterreinen: advies en begeleiding rond inburgering, opleiding en ontwikkeling, ouderenhulp en gezinsmaatschappelijk werk en opbouwwerk’. Centrale doelen zijn empowerment en integratie. ‘Onze focus hebben we intussen verlegd van ouderenwerk naar mensen die actief zijn in de wijk, stimuleren dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. We werken niet meer uitsluitend voor kinderen, families of ouderen, maar voor de gemeenschap.’

Weerstanden
De naam ‘ontmoetingscentrum’ geeft aan hoe Eberle en zijn organisatie willen bijdragen aan integratie. Om de nieuwe formule geaccepteerd te krijgen, moest Eberle wel veel weerstanden overwinnen, vertelt hij. ‘Aanvankelijk was er veel kritiek op de naam, veel mensen vonden die niet slim. Ze vonden dat we meer een hulpverleningsinstelling waren dan een ontmoetingscentrum. Maar als er een reden is waarom integratie niet lukt, is het wel dat mensen geen gelegenheid hebben elkaar te ontmoeten, te ontdekken hoeveel overeenkomsten er zijn en te leren met verschillen om te gaan.’
Naast hulpverlening, ouderenhulp en opbouwwerk, bestaat het aanbod uit cursussen, uiteenlopend van inburgering tot taaltraining en van internet- tot kapperscursussen. Net als in Nederland mag een welzijnsinstelling als het Begegnungszentrum geen categoraal, groepsgericht aanbod doen, maar moet dat toegankelijk zijn voor iedereen, onder het motto ‘interculturele openheid’. Volgens Eberle en Müller-Lenhartz leidt dit tot een te algemeen aanbod. ‘Inburgeringscursussen beperken zich vaak tot het leren van een taal, die de cursist in 1200 uren onderwijs moet leren. Daarbij wordt dan niet gekeken welke opleiding mensen al hebben. Dat is niet gedifferentieerd genoeg om succesvol te zijn in dit land.’

Heftig debat
Ook in Duitsland zijn inburgering en integratie voortdurend onderwerp van heftige discussies. Zo ontstond er na 2000 een verhit debat over het wetsvoorstel van de roodgroene regering-Schröder om migranten met een dubbel paspoort lokaal stemrecht toe te kennen. ‘Migranten die hier leven, krijgen voortdurend subtiele signalen dat er Duitsers zijn en anderen, die er niet bij horen’, zegt Eberle. ‘Turken hier voelden zich wel Duitser, maar wilden hun Turkse staatsburgerschap niet opgeven. Mijn Amerikaanse staatsburgerschap ga ik ook niet opgeven. Toen de regering-Schröder dat wilde erkennen, ontstond het gevoel eindelijk thuis te zijn, van acceptatie.’
Maar dat gevoel duurde niet lang. De CDU startte een campagne tegen het dubbele staatsburgerschap, waardoor het wetsvoorstel uiteindelijk werd verworpen in het parlement. Filiz Müller-Lenhartz herinnert zich de kater nog goed. ‘De positieve stemming sloeg om in een gevoel van uitsluiting: “jullie zijn niet van ons, migranten horen er niet bij”, heel krenkend. Het impliciete signaal was: ook al leven jullie hier al dertig jaar, jullie blijven tweedeklasse burgers.’
Migranten krijgen het verwijt dat ze zich niet als vrijwilliger inzetten, maar ze zijn juist heel actief in moskeeën, sportverenigingen en zorgen vaak ook goed voor hun Duitse buren, zegt ze. ‘Maar in de officiële cijfers komt dat niet terug. Als je steeds zegt: “wat jullie doen, telt niet mee”, dan sluit je mensen uit en laat je hun potenties onbenut.’

Gemengde tandems
Berlin-Kreuzberg is het armste stadsdeel van Berlijn. Van de 150.000 inwoners is zo’n 60 procent niet van Duitse afkomst. Het merendeel heeft een Turkse achtergrond. Om te laten zien waartoe die migranten zoal in staat waren, begon Filiz Müller-Lenhartz in 2001 de actie Buntes Kreuzberg putzt sein Zuhause (kleurrijk Kreuzberg maakt zijn huis schoon). Het stadsdeel, lokale politici en zelfs de stadsdeelburgemeester deden mee. Toch was het moeilijk om mensen te overtuigen om mee te doen aan de schoonmaakactie, zegt Müller- Lenhartz. ‘We hebben mensen gekozen die hier al heel lang wonen en die de voortrekkersrol konden spelen. Daarbij kozen we voor gemengde tandems, met bijvoorbeeld Duits-Spaanse, Turks-Poolse en Grieks-Duitse combinaties. Mensen die al langer in de wijk leven, zelfs mensen van 80 jaar en ouder, leidden de groepen langs vijf routes. Ze beschikten over schoonmaakspullen, maar vertelden ook de geschiedenis van de wijk. In 1933 zag het hier zo uit, in 1960 kwamen de eerste buitenlandse winkels.’

Acties als Buntes Kreuzberg zijn de manier om migranten tot echte burgers te socialiseren, stelt Eberle. ‘Als je dertig jaar in een fabriek hebt gewerkt, en je leert nu vergaderen, routes uitstippelen en plannen uitleggen op een flip-over, dan weet je dat je iets kunt. Voor een Duitser die naar school gaat, is dat vanzelfsprekend, maar niet voor een fabrieksarbeider.’

Müller-Lenhartz: ‘Het  is niet makkelijk als je nooit hebt geleerd actief te zijn, je aangesproken te voelen. Bovendien hebben deze mensen vaak grote levensproblemen: weinig inkomen, moeilijkheden in het gezin, chronische ziektes. Als ze een uitkering hebben, zeggen we: “uw leven gaat gewoon door, ook als u geen werk heeft.” We gaan niet van het tekort van mensen uit, maar van hun potenties. Die proberen we omhoog te halen, zodat ze die zelf ook zien.’

Charismatisch
In 2006 kreeg Buntes Kreuzberg de Berliner Tulpe für Gemeinsinn, de prijs voor het beste gemeenschapsinitiatief. Burgemeester Klaus Wowereit reikte de prijs uit. ‘Dankzij de inzet van het opbouwwerk hebben we geleerd wat we kunnen bereiken’, zegt Eberle. ‘We willen de samenlevingsopbouw versterken. Dat heeft zich steeds verder ontwikkeld richting actief burgerschap en civil society. Die aanpak willen we ook gebruiken bij nieuwe migranten. Hoe krijgen we hen zo ver dat ze zich in de maatschappij verankeren, zich ook inzetten en deelhebben aan de gemeenschap?’
De directeur is vol lof. ‘Je kunt je niet voorstellen hoeveel energie gaat zitten in het bedenken van dit soort acties en alle voorbereidingen. Hoe zorg je dat de burgemeester ook komt? Je moet niet alleen goed plannen, maar ook over een heel groot netwerk beschikken. Filiz moet zulke goede relaties hebben, dat bewoners meedoen en bij acties ook komen opdagen. Daar hoort een zeker charisma bij. Het is een van de beste beslissingen die ik ooit genomen heb om Filiz opbouwwerk te laten doen.’

Dit artikel staat in het dubbele Zorg + Welzijn zomermagazine nummer 7/8, juli/augustus 2009

Martin Zuithof/fotografie Metin Yilmaz/AWO

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden