Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Offers voor een compleet vernieuwd Kanaleneiland

Bij herstructurering van wijken als Kanaleneiland moeten ook bewoners offers brengen voor een betere wijk, bepleit hoogleraar actief burgerschap Evelien Tonkens. Maar hoe groot mogen die offers zijn? En wat wérkt nu eigenlijk?
Offers voor een compleet vernieuwd Kanaleneiland

door Patrick Pouw - Het was het typische ‘David tegen Goliath’-scenario dat haar zo irriteerde aan de Netwerk-uitzending. Het vertelschema van machteloze burgers die strijden tegen megalomane bestuurders, waar journalisten volgens haar zo graag naar grijpen als ze berichten over wijken als het Utrechtse Kanaleneiland. Wederom een verhaal over bestuurders en corporaties die een wijk willen verbeteren, zonder te luisteren naar wat de bewoners van die wijk willen.
Socioloog Evelien Tonkens, bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap bij de Afdeling Sociologie en Antropologie van de Universiteit van Amsterdam, stoorde zich aan de uitzending en schreef er een column over in de Volkskrant. De titel: ‘Raar gehannes in Kanalen-
eiland’.

En ‘raar gehannes’ is het, zegt ze. ‘De journalistiek kijkt erg eenvoudig naar dit soort kwesties. Bij herstructurering van wijken als Kanaleneiland gaat het om lange trajecten. De journalist kijkt alleen maar naar accute nood: wie aan het eind van de rit het hardst schreeuwt, is zielig. Vooral die mensen krijgen aandacht.’
In de Netwerk-uitzending werd die nood verbeeld door Nordin Talhaoui, die namens actievoerende bewoners verklaarde dat 80 procent tegen sloop is. Ook andere bewoners beklaagden zich over de plannen om in het nieuwe Kanaleneiland vooral koopwoningen te bouwen: zeventig procent van de wijk bestaat straks uit koopwoningen, waardoor zeventig procent van de huidige wijkbewoners niet zou kunnen terugkeren.

Offers brengen
Die bewoners moeten beseffen dat ook zij offers moeten brengen, benadrukt Tonkens. ‘Sommigen wonen er prettig, en toch moet je hen vertellen dat ze hun huis uit moeten. Straks willen ze misschien niet meer terug, maar nu hebben ze er moeite mee. Dan moet je niet zeggen dat dat béter voor hen is, want dat is het in de beleving van die mensen na-tuurlijk niet. Maar Kanaleneiland is niet voor niets een probleemwijk. Er moet wat gebeu-ren.’
Over wát er moet gebeuren is het voormalig GroenLinks-kamerlid duidelijk: betere woningen, waardoor de wijk aantrekkelijker wordt voor sociale stijgers én kapitaalkrachtige nieuwkomers. Daarmee is Tonkens nadrukkelijk voorstander van menging, van het mixen van bewoners met verschillende sociaal-economische achtergronden. Niet gemakkelijk, beseft ze. Maar wel mogelijk. ‘Natuurlijk willen sommige bewoners weg als ze het beter krijgen. Maar er zijn ook bewoners die graag blijven als ze een stap hebben gezet: omdat hun sociaal netwerk zich in de wijk bevindt.’
Tonkens is tegelijkertijd ‘redelijk optimistisch’ over het binnenhalen van kapitaalkrachtigere nieuwkomers. ‘Kijk naar een wijk als De Pijp in Amsterdam. Twintig jaar geleden wilden mensen daar niet dood gevonden worden. Ook die buurt had een heel negatief imago, maar het is opgesjiekt, waardoor de buurt populair is geworden. Het kan in een decennium omslaan. De voorbeelden zijn er.’

Sociaal werkers
Tonkens ziet bij het veranderen van wijken als Kanaleneiland een belangrijke rol voor sociaal werkers: overheden moeten probleemwijken juist voor die mensen aantrekkelijk maken om in te wonen. ‘Dat heeft een – beperkt – positief effect op de buurt. Onderwijzers en verpleegsters hebben vaak interesse in mentorschappen en buddyprojecten. Maak daar gebruik van, door ze bijvoorbeeld voorrang te geven onder het mom van sociaal noodzakelijke beroepen.’
Socioloog Anne van Veenen, die onderzoek deed naar de effecten van opbouwwerkinterventies bij stedelijke vernieuwing, ziet net als Tonkens kansen voor mengen als instrument om wijken te veranderen. ‘Maar je moet van menging niet verwachten dat intensieve contacten zullen ontstaan tussen mensen uit uiteenlopende sociale en culturele milieus. Een positief effect van een gemengde wijk is wel dat mensen met verschillende achtergronden elkaar tegen kunnen komen in de publieke ruimte. Dat levert, ook zonder dat sprake is van persoonlijke contacten, een gevoel van bekendheid en vertrouwdheid op tussen mensen uit diverse milieus. Daarmee wordt het gevoel van veiligheid in een wijk vergroot. Een gemengde wijk biedt ook mogelijkheden voor gemengde scholen en voor het versterken van verenigingen en sportclubs. Maar je moet niet denken dat je het buurtgevoel terugkrijgt dat er ooit is geweest, want dat lukt niet.’

Emancipatie
Ook Radboud Engbersen, programmaregisseur van de Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV) in Rotterdam, ondersteunt het pleidooi van Tonkens om ‘eindelijk eens door te pakken’. ‘Toverstafjes om wijken te transformeren bestaan niet, maar we moeten echt oppassen dat wijken als Kanaleneiland niet aan hun lot overgelaten worden. Twintig jaar geleden waren daar al serieuze signalen dat er serieuze problemen waren, en al die tijd is er net te weinig geïnvesteerd in beheer en onderhoud. Met alle gevolgen van dien. Maar bewoners zijn vaak conservatief, en willen behouden wat ze hebben. Natuurlijk moet je die mensen niet bij de hand nemen en ze vertellen wat goed voor hen is. Je moet ze laten zíen dat de wijk kan verbeteren door mensen die gegroeid zijn vast te houden – zonder overigens de mensen te beknotten die hun vleugels willen uitslaan. Emancipatie moet in het blikveld van de wijk zichtbaar zijn.’
Nathan Rozema is zo’n bewoner die Tonkens, Van Veenen en Engbersen graag in Kanaleneiland zien wonen. De directeur van onderzoeksbureau Labyrinth woont er sinds 2001. Het scheelde weinig of hij was vertrokken. Een kleinschalig nieuwbouwproject behield hem voor de wijk. ‘Ik woonde in een koopappartement, maar dat werd bij de komst van mijn tweede kindje te klein. Ik keek naar huizen in andere wijken, tot ik hoorde over het project waar ik nu woon. Ik besloot te blijven, want Kanaleneiland is ondanks alle verhalen een fijne wijk om te wonen.’ Zijn buren in het nieuwbouwproject zijn veelal ook afkomstig uit de wijk. ‘Dat strookt niet met de bedoeling van de gemeente om mensen van buiten aan te trekken, maar het geeft aan dat er wel degelijk mensen wooncarrière maken in de wijk.’

Klagers
Om echt wat van de wijk te maken zijn halve maatregelen niet genoeg. En voortvarendheid is geboden, benadrukt Rozema. ‘Ik hoor van mijn Turkse buren dat ze teleurgesteld zijn. Zij kregen bij de koop van hun woning van makelaars te horen dat de wijk snel op de schop zou gaan. Ze balen dat het zo lang duurt, maar die mensen hoor je niet. Daarin heeft Tonkens gelijk: het zijn vaak de klagers die je in de media hoort.’
Bewoner Ger Hoogenberg is zo’n ‘klager’. Hij verzet zich al jaren tegen de sloop van woningen die volgens hem nog best gerenoveerd kunnen worden. Het voormalig CPN-raadslid, dat tegenwoordig GroenLinks stemt, noemt de door de gemeente gewenste sloop ‘een financieel verhaal’. ‘Partijgenote Tonkens slaat de plank volledig mis. Zij is misschien groen, maar niet links. Het komt er gewoon op neer dat mensen gedeporteerd worden, met het idee dat daar rijkere mensen voor terug komen. Maar je krijgt de blanke mensen hier niet terug. En vergeet niet dat de ook de Marokkaanse mensen die de wijk uit moeten hier vaak al veertig jaar wonen, of hier geboren zijn. De politiek wil betrokken burgers, maar als tachtig procent van de wijk zegt wat ze willen, dan wordt er niet naar ze geluisterd.’

Stadsgeograaf en onderzoeker Erik van Marissing van het Verwey-Jonker Instituut herkent dat gevoel. ‘Huurders worden bij herstructurering van wijken te vaak gezien als klanten die maandelijks de huur betalen, terwijl het juist om het gevoel van die mensen gaat.’

Hekken
Van Marissing is kritisch over de aanpak van Kanaleneiland. ‘Je kunt een paar blokken koopwoningen neerzetten, en dan zeggen dat zoveel procent van de woningen in de wijk uit koopwoningen bestaat, maar daarmee los je de problemen niet op. Sloop en nieuwbouw zijn een positief signaal omdat bewoners zien dat er wat gebeurt in de wijk. Maar van menging is geen sprake. De nieuwbouw die tot nu toe in Kanaleneiland is gerealiseerd, is ook letterlijk afgekeerd van de rest van de wijk, soms zelfs met hekken eromheen. Ik ben daar zelf eens met een collectebus rondgegaan. Mensen in de koopwoningen schrokken dat ik zomaar op hun galerij rondliep. Dat geeft aan dat er angst en wantrouwen heerst en er dus waarschijnlijk ook weinig contact met de rest van de wijk is.’ 
Geograaf Matthieu Permentier (thans werkzaam op het SCP) heeft op de Universiteit Utrecht promotieonderzoek gedaan naar buurtreputaties. De slechte reputatie van Kanaleneiland kan volgens hem een extra barrière opwerpen bij herstructurering. ‘Het imago van een wijk verandert niet snel: het staat bij veel mensen in het geheugen gegrift. Vanwege dit negatieve beeld zijn niet-wijkbewoners waarschijnlijk minder snel bereid hier een huis te kopen.’
Ook volgens Permentier is het onduidelijk wat de bijdrage van menging is aan de verbetering van stadswijken. ‘Bovendien zijn die verwachtingen vaak niet goed geformuleerd. Men gooit met een steen, en hoopt tien vogels te raken, terwijl niet duidelijk is welke vogels men uit de lucht wil halen. Steden kennen historisch altijd vrij gesegregeerde wijken. Maar er is tegenwoordig een discours ontstaan waarbij scheiding op basis van etniciteit en sociaal-economische status niet wenselijk is. Dat past in ons Nederlandse ideaal van gelijkheid.’

Braaf gedachtegoed
Dat ‘brave gedachtegoed’ moet overboord, stelt geograaf Gideon Bolt, die samen met Ronald van Kempen in ‘De Mantra van de Mix’ onderzoek naar gemengde wijken verzamelde en concludeerde dat het weinig oplevert. ‘Tonkens schrijft braaf op wat iedereen denkt: mix, en het zal goedkomen. Ook de gemeente zet daarop in. Ik ben daar niet mordicus tegen, maar sociale doelen als de bestrijding van werkloosheid en schooluitval worden er niet mee bereikt, terwijl dat vaak de achterliggende gedachte is. Onderzoek toont ook aan dat wijken als geheel helemaal niet veel verbeteren door dat gemix. Integendeel: de verschillen in de wijk worden vergroot en de veiligheid gaat nauwelijks omhoog.’

Volgens Bolt verwacht Tonkens ook veel te veel van de middenklasse in wijken als Kanaleneiland. ‘Dat ze vriendjes worden, of in ieder geval banden aangaan met mensen uit een andere sociale klasse. Dat werkt niet: mensen gaan om met mensen die op hen lijken. Het is ook te optimistisch om te denken dat je sociale stijgers voor een wijk kunt behouden als je maar huizen voor ze bouwt. Zij zullen er eerder voor kiezen om naar een wijk als Leidsche Rijn te verhuizen of de stad te verlaten waar mensen wonen zoals zijzelf.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 4, april 2009.


 

Patrick Pouw

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden