Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Hulp aan ex-gedetineerden schiet tekort

De nazorg aan gedetineerden verloopt stroef. De naadloze overgang van detentie naar vrije samenleving bestaat vooral in theorie. Er zijn uitzonderingen, zoals Hoorn. ‘Als ik vroeger naar een instantie ging, dronk ik me eerst moed in. Nu heb ik Roel.’
Hulp aan ex-gedetineerden schiet tekort

Door Han van de Wiel - Wat nu? Die vraag overvalt dagelijks tientallen ex-gedetineerden die, net ontslagen uit een van de penitentiaire instellingen, buiten de gevangenispoort staan. Velen hebben geen werk, geen geld, geen woning, geen identiteitspapieren en hun psychische of psychiatrische problemen zijn niet aangepakt. Terugvallen in het oude gedrag is een reëel risico.

Het overkwam Eliane, die vast zat voor een poging tot doodslag. Toen ze vrijkwam had ze geld voor een treinkaartje, maar op haar terugkeer in de samenleving was ze niet voorbereid. ‘Ik had de straf letterlijk uitgezeten.’ Ze maakte een moeizame tocht langs de instanties. ‘Het is natuurlijk je eigen verantwoordelijkheid, maar het helpt niet echt als de basis niet goed is. Ik moest alles regelen en dat ging heel langzaam. Het duurde twee maanden voordat ik een uitkering had. Een woning vinden was ook lastig, vanwege de lange wachtlijsten. Zonder woning heb je geen eigen, veilige plek en kun je niet aan het gewone leven beginnen.’ Nog tijdens haar proeftijd werd Eliane voor de tweede keer een halfjaar vastgezet.

Naadloze overgang
Jaarlijks komen naar schatting 35.000 gedetineerden vrij uit een penitentiaire inrichting. Volgens cijfers van het ministerie van Justitie recidiveert ruim 70 procent binnen zeven jaar. 47 procent krijgt in die periode opnieuw een detentiestraf opgelegd. Het kabinet vindt deze situatie ‘niet aanvaardbaar’ en streeft naar een vermindering van 10 procent ten opzichte van 2002. Het kabinet wil dit bereiken met een op de persoon gerichte aanpak. Bij de straftoemeting hebben rechters daarvoor een heel palet aan sancties ter beschikking. Is iemand eenmaal vrij, dan staan individuele trajecten te wachten op het gebied van werk, inkomen, huisvesting en zorg. Zo moet de overgang van gevangeniswezen naar vrije maatschappij zo naadloos mogelijk verlopen.

Tot 2004 was nazorg een taak van de reclassering, sinds januari van dat jaar zijn de gemeenten daarvoor verantwoordelijk en kunnen ze de reclassering inhuren om het werk uit te voeren. Voor goede nazorg heeft een gemeente veel informatie nodig over de gedetineerde die na vrijlating aanklopt. Zoals de precieze datum waarop een gedetineerde vrijkomt, de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie, het al dan niet hebben van een woon- en/of briefadres, de inkomens- en/of werksituatie, het mogelijk voorkomen van schulden en afbetalingsregelingen, de zorgcontacten van een gedetineerde voor zijn detentie, het hebben van een zorgverzekering.

Overdracht
Hier komen de medewerkers maatschappelijke dienstverlening (mmd’ers) kijken. Zij inventariseren tijdens de detentie de belangrijkste knelpunten in het leven van een gevangene en leggen die vast in een zogeheten basisdocument. Dit basisdocument wordt digitaal verstuurd naar de gemeente waar de gedetineerde woonde voor zijn of haar arrestatie. Acht weken voor het ontslag uit een inrichting gaat er een overdrachtsdocument naar de betreffende gemeente. Hierin staat welke acties zijn ondernomen op de vier deelgebieden. De gemeente weet dus precies wat voor vlees ze in de kuip krijgt en kan de hulptroepen in stelling brengen.
Tenminste: in het ideale geval. In de praktijk gaat het meestal al in de penitentiaire instelling mis, zo blijkt uit het inspectierapport ‘Aansluiting nazorg in het gevangeniswezen’, van de Inspectie voor de Sanctietoepassing (ISt). Het rapport, dat in december 2008 is gepubliceerd, trekt snoeiharde conclusies. ‘Op slechts enkele punten voldoet de wijze waarop het MMD (het organisatieonderdeel van de penitentiaire inrichtingen waarbinnen de mmd’ers werken; red.) in de inrichtingen wordt uitgevoerd aan de normen en verwachtingen van de ISt. Het ingezette beleid om de beoogde nazorg (...) te realiseren is ontoereikend.’

Aan de inzet van mmd’ers ligt het niet: die zijn ‘enthousiast, betrokken en inventief’. Maar hun rol en taken zijn onvoldoende vastgelegd, en ze krijgen nauwelijks sturing. Het verzamelen van informatie gebeurt niet gestandaardiseerd, informatie wordt onvoldoende geverifieerd en slechts globaal weergegeven. ‘Mmd’ers gaan zich (...) gedragen als professionals die binnen de ruime kaders van het werkproces hun eigen standaards en werkwijzen ontwikkelen.’ Gemeenten worden niet uniform ingelicht. Ze hebben niet eens de zekerheid dat ze ‘überhaupt, laat staan tijdig’ worden geïnformeerd over de insluiting of het ontslag van hun inwoners, omdat ‘niet zeker is dat voor alle gedetineerden een basis- of overdrachtsdocument wordt verzonden’. Al met al is er ‘volstrekt onvoldoende zekerheid dat de screening en informatieoverdracht leiden tot effectieve en gecoördineerde acties van de gedetineerden, van inrichtingsfunctionarissen, gemeenten en andere instellingen die bij de nazorg van gedetineerden een rol kunnen spelen.’

Doorverwijziging
Rien Timmer herkent de problemen die de ISt aansnijdt. Timmer is directeur van de vereniging Exodus Nederland, een instelling die in tien, binnenkort veertien steden Exodushuizen voor ex-gedetineerden exploiteert en hen begeleidt naar een zelfstandig leven in de maatschappij. ‘De mmd’ers valt niks te verwijten, die werken zich een slag in de rondte. Maar voor de complexe taken waarmee ze te maken krijgen, zijn ze in het algemeen te laag opgeleid en hebben ze een te grote case load.’ Timmer heeft regelmatig de indruk dat mmd’ers onderdelen van de analyse van de knelpunten bij een gedetineerde hebben gemist. ‘Daardoor verwijzen ze iemand te laat door of ze verwijzen hem onterecht naar ons.’
Volgens Timmer gaat de aansluiting van detentie naar vrije samenleving ook vaak fout doordat gedetineerden te maken krijgen met talloos veel instanties. Politie, Officier van Justitie, advocaat, reclassering, MMD, bureau selectie detentie, gemeente, enzovoort. Timmer: ‘Mensen worden dan erg handig in het om de tuin leiden van instanties. Maar ze zien ook door de bomen het bos niet meer.’ Als het aan Timmer ligt komt er per gedetineerde een centrale case manager die alles in de gaten houdt en voorkomt dat instanties langs elkaar heen werken. ‘Bij ons blijkt dat erg goed te werken.’

Contactpersoon
Niet alleen de Dienst Justitiële Instellingen laat steken vallen. Veel gemeenten kunnen hun handen niet in onschuld wassen. Om goede nazorg mogelijk te maken moeten alle gemeenten een contactpersoon nazorg aanstellen, maar eind augustus 2008 had 18 procent van de 443 gemeenten dit nog niet geregeld. Slechts 163 gemeenten waren aangesloten op het Digitaal Platform Aansluiting Nazorg, waarmee systematisch informatie over gedetineerden wordt ontsloten van de Dienst Justitiële Inrichtingen naar gemeenten en omgekeerd. Dat is niet bevorderlijk voor de informatieoverdracht.

Onvoorbereid
De gemeente Hoorn onderscheidt zich in positieve zin. De gemeente, Reclassering Nederland en woningcorporatie IntermarisHoeksteen werken sinds twee jaar nauw samen in het nazorgproject, dat een recidive kent van slechts 3 procent op een totaal van 110 gedetineerden die zich jaarlijks (weer) in Hoorn vestigen.
‘We kunnen een hoge garantie op succes geven’, zegt Frank Goezinnen die voor de gemeente het project coördineert.

Eliane kwam na haar tweede detentie door een toevallige samenloop van omstandigheden in Hoorn terecht: haar ex-man en kinderen wonen er. Toen ze zich bij de gemeentebalie meldde om zich in te schrijven, werd direct Roel Blokzijl opgetrommeld. Blokzijl is samen met Liesbeth Wessel door Reclassering Nederland gedetacheerd bij de gemeente als uitvoerders van het Nazorgproject. Wessel en Blokzijl kunnen snel handelen, omdat ze ook kantoor houden op het stadhuis. In het ideale geval weet Hoorn alles voordat iemand aanklopt. Goezinnen: ‘Dan is er geen wachttijd voor een uitkering en geen wachtlijst voor een woning.’ Maar in Eliane’s geval werd de gemeente verrast. Blokzijl: ‘We hadden geen informatie, ik was dus onvoorbereid.’

Blokzijl trof een gemotiveerde Eliane aan: ‘De tweede keer in detentie ben ik echt aan de slag gegaan. Deze keer wilde ik het serieus aanpakken.’ Blokzijl ging direct met Eliane naar de Sociale Dienst om een voorschot op haar uitkering te regelen en binnen drie maanden had ze een woning voor haar en haar kinderen. Blokzijl: ‘Het doel van onze nazorg is een naadloze overgang van de detentie naar de maatschappij. Wij zijn de spin in het web. We spreken de taal van justitie, gemeente en de klanten.’

Corporatie
Hoorn heeft het geluk dat een grote corporatie als IntermarisHoeksteen meedoet, zegt Goezinnen. ‘Hoorn heeft lange wachtlijsten voor woningen, maar dat werkt niet bij ex-gedetineerden. IntermarisHoeksteen geeft hen voorrang.’ Het convenant tussen de gemeente, reclassering en de corporatie spreekt van een wachttijd van een tot twee maanden.

Een ‘geheim van Hoorn’ is er niet, meent Goezinnen: ‘Je moet niet te moeilijk doen over dit project. We zeggen wat we doen en we doen wat we zeggen. De politieke wil moet er zijn: de raad en de burgemeester steunen de nazorg. We verplaatsen ons in de behoeften van ex-gedetineerden: wat hebben ze nodig om een normaal leven te kunnen leiden? Het kost veel moeite om op niveau terug te komen als je de weg bent kwijt geraakt.’

Conform de visie van het kabinet behandelen veel gemeenten ex-gedetineerden als vrije burgers. Goezinnen: ‘Maar in de praktijk hebben ze vaak grote problemen. Op basis van screening van hun problemen bieden we aan ze te begeleiden. We werken dus outreachend, in tegenstelling tot vele zorginstellingen die zorgmijdend te werk gaan. De meeste gemeenten wijzen de ex-gedetineerden op de voorzieningen, maar laten het hen verder zelf uitzoeken.’ Het geheim van Hoorn is dat de gemeente niet afwacht tot gedetineerden zich melden.

Financiën
De gemeenten stonden niet te juichen bij de uitbreiding van hun takenpakket. Nauwkeuriger geformuleerd: ze wilden boter bij de vis. En nog steeds zijn de financiën niet geregeld: in de begroting van het ministerie van Justitie is voor nazorg door gemeenten geen geld gereserveerd. Het gevolg is dat de nazorg in veel gemeenten beperkt blijft tot een contactpersoon die archiveert, meer niet, zegt Rien Timmer van Exodus Nederland. ‘De contactpersonen hebben ook geen verplichte taakomschrijving. De VNG wil dat niet zolang Justitie geen geld beschikbaar stelt.’
Maar Sjef van Gennip, directeur van Reclassering Nederland, kijkt daar anders tegen aan. Hij beaamt dat veel gemeenten weinig doen, maar hij ziet dat ze aan hun nieuwe rol wennen. ‘Er is sprake van een overgangsfase. Alle partijen hebben op elkaar zitten wachten, wij ook. We hebben ons net als de VNG tegen de plannen verzet. Van de ene dag op de andere is nazorg over de schutting van de gemeenten gegooid, terwijl de expertise en deskundigheid bij ons zit. Het is al decennia onze kernactiviteit. Terugkijkend zeg ik: dat had beter gemoeten. Nu de storm is gaan liggen, zoeken reclassering en gemeenten elkaar op.’

Met Eliane gaat het na twee jaar goed. ‘Ik heb aan de grond gezeten en nu rust gevonden.’ Het contact met Blokzijl ervaart ze als ondersteunend en motiverend. ‘Als ik vroeger naar een instantie ging, dronk ik me eerst moed in. Nu heb ik Roel. De drempel voor contact ligt heel laag en hij veroordeelt mijn gedrag niet. Ook niet als ik dingen doe die hij niet zo handig vindt.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 3, maart 2009.

Han van de Wiel

Gerelateerde tags

3 reacties

  • no-profile-image

    E. Jansen, Djoeke-nazorg

    Een realistisch stuk, en daarom een goed stuk. "Kernboodschap Sluitende Aanpak Nazorg".. mooie woorden maar vooral omdat het beleid niet pas een half jaartje oud is maar al jarenlang bestaat, een veel te mooie voorstelling van zaken. Theorie en Praktijk staan nog mijlenver van elkaar, na jaren, nog steeds.
    Er zijn positieve uitzonderingen (gemeenten) maar die zijn erg schaars.

  • no-profile-image

    Valerie

    Heel goed stuk! Krachtig geschreven.

  • no-profile-image

    Joan Bulder

    Prima artikel!
    Als aanvulling op wat in Hoorn ontwikkeld is
    raad ik een eigen kracht conferentie aan.
    (www.eigen-kracht.nl).
    Joan Bulder

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden