Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Schreeuwend gebrek aan methodieken voor zwakbegaafde jongeren’

Hij is verbaasd dat de hoofdcommissaris Akerboom ‘zo gemakkelijk zwakbegaafde jongeren kan detecteren’. Het probleem met zwakbegaafde jongeren is namelijk dat men niet weet wie het zijn en hoeveel het er zijn, zegt Xavier Moonen, voorzitter landelijk kenniscentrum LVG. ‘Er is een schreeuwend gebrek aan methodieken.’
‘Schreeuwend gebrek aan methodieken voor zwakbegaafde jongeren’

Door Carolien Stam - ‘Hoofdcommissaris Akerboom ziet dat zwakbegaafde jongeren een speciale plaats innemen bij jeugdbendes en daarin opvallen. Interessant is hoe hij dat waarneemt,’ constateert Xavier Moonen, voorzitter van het landelijk kenniscentrum LVG. Dit is het kenniscentrum rondom licht verstandelijk gehandicapte jongeren en kinderen. ‘We weten niet welke jongeren in detentie en gesloten jeugdzorg licht verstandelijk gehandicapt zijn en hoeveel het er zijn. Omdat we ze niet systematisch in kaart brengen. Daar valt wel wat voor te zeggen.’

Kwetsbaar
Afgelopen weekend verklaarde hoofdcommissaris Erik Akerboom bij RTL Nieuws dat criminele jeugdbendes steeds meer zwakbegaafde jongens in hun gelederen opnemen. ’De signalen die wij oppikken is dat deze kinderen extra kwetsbaar zijn, maar soms ook wel extra gevoelig om erbij te horen. Daar wordt dan misbruik van gemaakt door ze de klusjes te laten verrichten maar ook om ze binnen zo'n club te halen’, aldus Akerboom.

Aangepaste hulpverlening
Xavier Moonen, ook verbonden aan de vakgroep forensische pedagogiek van de Universiteit van Amsterdam, benadrukt dat lvg-jongeren aangepaste hulpverlening nodig hebben: ‘Reguliere hulp slaat niet aan omdat deze jongeren anders reageren. Ze hebben vaak moeite met sociale situaties, met ingewikkeld taalgebruik, een korte aandachtspanne. Dat vergt een andere aanpak. We moeten deze jongeren echter eerst opsporen voordat ze aangepaste hulp kunnen krijgen. Dat gebeurt nu niet systematisch in gevangenissen en gesloten jeugdzorg.’

Onderzoek
Sterker nog: het is onbekend hoeveel lvg-jongeren in de justitiële jeugdinrichtingen en in gesloten jeugdzorg zitten. Moonen: ‘Men vermoedt 25 tot 30 procent, maar er is nooit onderzoek naar gedaan.’

Volgens Moonen is er ook een ‘schreeuwend tekort aan methodieken’ voor signalering van lvg-factoren én voor aangepaste hulpverlening. ‘Om vroegtijdig in te kunnen grijpen is het nodig dat we meerdere factoren voor lvg kunnen signaleren bij jongeren en vervolgens de vinger aan de pols houden.’ Moonen pleit voor een ‘overleg van deskundigen’ om de juiste signalen voor lvg te achterhalen en te benoemen, om er vervolgens methodieken voor specifieke hulpverlening aan te verbinden.

Opvoeding
‘Ik ben blij dat de hoofdcommissaris het probleem benoemt,’ zegt Xavier Moonen, ‘maar dan moet er ook verder iets gebeuren, namelijk werk maken van de signalering en de hulpverlening. We moeten verder onderzoek doen naar aangepaste hulp, zowel tijdens detentie als daarna. Detentie voor jongeren is niet alleen gericht op straf, maar ook een deel opvoeding. Dan moet je voor jongeren met een licht verstandelijke handicap ook de juiste aanpak hebben.’


Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.

Carolien Stam

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden