Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Chris Loth: ‘Mijn vechtersmentaliteit komt goed van pas’

Het beroep van verpleegkundige heeft te weinig status, de verslavingszorg ook, vindt Chris Loth. Ze zet zich al ruim 25 jaar in om de positie van beide te verbeteren. ‘Methadonverstrekking heette vroeger ook wel “varkens voeren”.’
Chris Loth: ‘Mijn vechtersmentaliteit komt goed van pas’

Door Hedwig Neggers - Hilversum, 1983. Als kersverse verpleegkundige begint Chris Loth op een methadonpost. ‘Ik had het gevoel dat ik niets voorstelde’, vertelt ze. ‘Op een ochtend werd ik wakker en dacht: “ik heb op school geleerd om verpleegkundige zorg te verstrekken en hier mag ik behalve methadon delen helemaal niets doen.” Toen is mijn liefde geboren voor de verslavingszorg. En voor gemarginaliseerde mensen. Ik identificeer me met hen, kies voor de underdog.’

Schreeuwertje
Niets is vanzelfsprekend, en niets zomaar onmogelijk, vindt Loth. ‘Ruim 80 procent van de ggz-cliënten is verslaafd. Erken dat probleem, ga ermee aan de slag, neem het mee in opleidingen voor hulpverleners’, zegt ze. Daar strijdt ze voor, al jaren. ‘In het begin vond men mij maar een emotioneel schreeuwertje. Van dat imago ben ik nog niet helemaal af. Maar ik heb wel geleerd om argumenten zo te verwoorden, dat mensen niet om me heen kunnen.’

Eén van haar grote overwinningen is de landelijke reorganisatie van de methadonverstrekking. Dat gebeurde op basis van de richtlijn Opiaatonderhoudsbehandeling (RIOB) die zij vanuit Tactus Verslavingszorg ontwikkelde. Het ministerie van VWS trok er veel geld voor uit. De richtlijn is landelijk geaccepteerd en wordt nu door bijna alle verslavingsinstellingen gehanteerd. ‘Vroeger werd methadon gegeven in groepsverstrekkingen. Het werd ook wel “varkens voeren” genoemd’, zegt Loth. ‘Eindelijk mag nu ook echt verpleegkundige zorg worden geleverd, individueel, met voor iedere verslaafde een vaste begeleider. Het kan dus wél, vanuit de underdogpositie tot op hoog niveau dingen voor elkaar krijgen.’

Op maat
Samen optrekken, daar zet ze op in. ‘De richtlijn is in overleg met cliënten ontwikkeld. Het hulpverleners- en cliëntenperspectief komen erin bijeen. Dat werkt veel beter dan wanneer je tegenover elkaar staat’, benadrukt ze. ‘Cliënten willen graag goede zorg op maat, verpleegkundigen willen die graag leveren.’
Loth vindt het belangrijk om contact te houden met het veld. Na Hilversum werkte ze bij de Verslavingskliniek Utrecht (nu Centrum Maliebaan), tijdens haar studie Verplegingswetenschappen bij een huiskamerproject voor verslaafde straatprostituees. Ook nu ze gepromoveerd is, draait ze nog regelmatig diensten op een methadonpost in Zutphen. Loth: ‘Ik kom er met groot plezier. Het is natuurlijk ook de corebusiness van mijn werk. En wat ik achter mijn bureau bedenk, kan ik meteen in de praktijk toetsen.’

Slechte managers
Ze werkt bij Tactus Verslavingszorg als opleider, begeleidt stagiaires en zorgt ervoor dat de scholen verslaving in hun curriculum opnemen. Maar ze is er niet in dienst. ‘Ik ben in Amsterdam ooit docent verpleegkunde geweest. Lesgeven is heel leuk, maar ik kon niet omgaan met de grote, logge, ambtelijke organisatie. Dat was niets voor mij’, vertelt ze. Begin jaren ’90 begon ze haar eigen bedrijf, LOTH Verpleegkunde. ‘De belangrijkste reden was dat ik slechte managers boven me enorm zat was’, zegt ze. ‘De verhouding opdrachtgever-opdrachtnemer is gelijkwaardiger. Daar floreer ik bij. Ik kom nog wel eens opdrachtgevers tegen die ik minder goed vind. Maar nu kan ik zeggen: “ik doe niets meer, want ik vind dat het op een andere manier veel beter kan.”

Compliment
Ze is perfectionistisch, zegt ze. ‘Ik ben nog lang niet uitgeleerd. Binnen de ggz en de verslavingszorg is nog veel te doen. Natuurlijk is het fijn als anderen zeggen dat ze veel aan mijn werk hebben. Dat is een enorm compliment.’
Het meeste, vertelt Loth, heeft ze geleerd van cliënten. ‘Neem Piet. Ik ontmoette hem op de post in Zutphen. Hij is lichamelijk heel zwak, maar geestelijk erg sterk. Als ik iets wil weten over de drugsscene, praat ik met hem. Bijvoorbeeld hoe hij aan heroïne kan komen als hij dat zou willen. Wat de weg is, en hoe dat voelt. Hij heeft ook concepten van de richtlijn gelezen’, zegt ze. ‘Dan kwam hij terug met allemaal aantekeningen: hier staat een fout, die dosering klopt niet. Erg nuttig.’
Haar studenten wil ze vooral meegeven dat werken met verslaafden veel plezier geeft. ‘Het is een uitdaging om mensen met multiproblematiek op de rit te helpen. Maar het begint ermee dat een verslaafde op de post komt en je naam kent. Dan is mijn dag helemaal goed.’ Toch kan het in die rauwe wereld ook lekker zijn om iemand die je verschrikkelijk kwaad maakt uit te schelden, zegt ze. ‘Vergeleken met ziekenhuizen vind ik dat we in de verslavingszorg heel eerlijk met patiënten omgaan. Dat directe contact spreekt mij aan. Ook al vind ik soms doodeng. Maar het past wel bij mij. Ik kan niet tegen slinks gedrag, achterkamertjespolitiek.’

Tevreden
In de verslavingszorg is lang niet altijd resultaat te zien. ‘Het begint ermee dat mensen niet verder achteruitgaan, stabiliseren. Veel hulpverleners zouden daar niet tevreden mee zijn’, weet Loth. Is het voor haar dan niet frustrerend? ‘Ik ben heel sterk opgevoed met het idee “wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd”. Het is voor mij ook het credo bij zorginnovaties: begin maar klein, het waaiert vanzelf wel uit.’

Dat, gecombineerd met strijdbaarheid, blijken in haar vakgebied waardevolle eigenschappen. ‘Ik vroeg het laatst nog aan mijn moeder: hoe kom ik toch aan die straatvechtersmentaliteit? Die moet ik toch ergens hebben opgepikt. Ik weet niet hoe of waar. Maar ik heb wel altijd de drive gehad om af te maken waar ik aan begin. En ik ben opgeleid met het idee dat je trots moet zijn op je vak, je er niet onder moet laten duwen, ook niet door artsen’, zegt ze. Loth stoort zich er bijvoorbeeld aan dat De Libelle nog steeds schrijft over “verpleegsters”, terwijl de aanduiding sinds de jaren ’70 al “verpleegkundige” is. ‘Ik kan het dan niet laten om me aan zulke mensen voor te stellen als Zuster Loth’, zegt ze. ‘Je moet jezelf op de kaart zetten. Dat geldt ook voor de verslavingszorg, want die is altijd het sluitstuk van de ggz, ook in de opleidingen.’

Chris Loth promoveerde maart 2009. De titel van het proefschrift is ‘From Cram care to Professional Care: from handing out methadone to proper nursing care in methadone maintenance treatment.’ Ook verscheen dit jaar bij Elsevier Gezondheidszorg het boek ‘Verslaving. Handboek voor zorg, begeleiding en preventie’, onder redactie van Chris Loth, Ruud Rutten en Adri Hulshoff.

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 12, december 2009.   

Hedwig Neggers/Fotografie Claudia Kamergorodski

Eén reactie

  • no-profile-image

    marco de vries

    Gelukkig zie ik een heel helder beeld
    ten aanzien van je functioneren.
    Blijf er voor knokken om ,hulp te verlenen.
    Beetje pilletjes geven en dan weer naar huis
    kan toch niemand voldoening geven.
    Voelt misschien wel machtig ,achter de tap.
    Ik kan het gevoel [cafe gehad].
    Echter de werkelijke intentie om te helpen is
    kostbaar ,maar niet makkelijk en gaat niet
    altijd volgens protocol.
    Ik proef dit bovenstaande niet ,ga zo door.
    Alleen de `echte` blijven overeind en niet
    de `meelopers volgens protocol`.
    Marco

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden