Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Het trauma ná het oorlogstrauma

Oorlogsveteranen met traumatische ervaringen krijgen hulp en ondersteuning van de Basis. Zelfredzaamheid en controle over het leven zijn belangrijke doelen. Het is een lange weg. Hans Kreuzen weet er alles van.
Het trauma ná het oorlogstrauma

Door Patrick Pouw - Ze hadden elkaar eigenlijk nooit moeten ontmoeten. Een gruwelijke moord bracht Libanon-veteraan Hans Kreuzen en hulpverlener Wim van Bussel in oktober 2006 volstrekt onverwacht samen. Na tweeëntwintig jaar worstelen met in Libanon opgelopen trauma’s, had Hans een jaar daarvoor eindelijk hulp gezocht voor zijn problemen.

Pijnlijke spiegel
Als nog thuiswonende jongen van achttien gaf Kreuzen zich in 1985 op voor de laatste lichting van de Nederlandse vredesmissie in Libanon. Hij zocht het avontuur en hoopte wat voor de bevolking te kunnen betekenen. Maar Kreuzen kwam terug met gruwelijke beelden die niet van zijn netvlies af te krijgen zijn. Gevolg: hij had de neiging te veel te drinken, huilde veel, had moeite zijn agressie te beheersen en sliep slecht. En daardoor liep het in zijn gezin ook niet lekker. Een artikel in een tijdschrift voor veteranen hield hem een pijnlijke spiegel voor: alle beschrijvingen van het posttraumatische stresssyndroom (PTSS) waren op hem van toepassing. Kreuzen liet het tijdschrift quasi-nochalant in huis rondslingeren, in de hoop dat zijn vrouw het artikel ook zou lezen. Toen bleek dat ze dat al gedaan had, en dat ook zij Hans herkende in de verhalen over PTSS, beseften ze dat het tijd werd hulp te zoeken.

Vermoord
Kreuzen kwam, via het Veteraneninstituut, bij de Basis in Doorn terecht, dat gespecialiseerd is in de behandeling van oud-militairen met psychische klachten. Hij voelde zich meteen begrepen door zijn hulpverlener, voelde zich veilig – hoe confronterend de vragen ook waren die hij bij hun eerste ontmoeting stelde. Ja, met deze hulpverlener kan ik echt aan mijn problemen gaan werken, dacht Kreuzen. Maar toen werd de hulpverlener, waar hij in korte tijd al zoveel steun bij vond, dood gevonden in zijn huis. Gruwelijk vermoord, door overvallers die op zoek waren naar geld. Wim van Bussel, maatschappelijk werker bij de Basis en teamleider van de hulpverlener, moest Hans het dramatische nieuws brengen. ‘Vreselijk moeilijk was dat,’ zegt Van Bussel drie jaar later.
Hij maakte snel na dat eerste pijnlijke en moeilijke gesprek een afspraak. ‘Dat was een heel rare start van mijn hulpverlening aan Hans. Eigenlijk was het de bedoeling dat ik een tussenpaus zou zijn, en dat een collega het van mij zou overnemen. Maar ik besefte al snel dat het verbreken van onze relatie voor hem weer verlies zou opleveren. Dat mocht niet gebeuren.’

Slapeloosheid
De eerste gesprekken tussen de hulpverlener en de cliënt waren vreemd, zeggen beiden. Wim: ‘De hulpverlening draaide om de klachten van Hans. Het zou moeten gaan over PTSS, zijn slapeloosheid, Libanon. Maar het ging vooral over de moord op zijn hulpverlener, die mìjn collega was geweest. Dat zorgde vanaf het begin voor een band tussen ons tweeën. Maar het stond de behandeling soms ook in de weg.’
Kreuzen: ‘Ik moest ontzettend wennen aan Wim. Dat kwam niet door hem. Ik wilde gewoon dat de hulpverlener die me in eerste instantie zo goed had opgevangen, weer op die stoel zat. Maar die was er niet meer. Ik heb erover gedacht om met de behandeling te stoppen. Het deed allemaal extra pijn. Ik was bang dat ook Wim er op een gegeven moment niet meer voor me zou zijn.’
Wim: ‘We hebben op een gegeven moment besloten minder over de moordzaak te spreken. De klachten van Hans namen in die periode enorm toe. Het werd een obsessie voor hem, hij wilde de moord wreken. Iets dóen.’

Kalasjnikovs
‘In Libanon heb ik dingen meegemaakt waarbij ik niet kón of mocht ingrijpen’, zegt Kreuzen. ‘Ik heb, vanaf een wachtpost, een marteling gezien. Jongens werden met stenen en kalasjnikovs geslagen. Daarna werden ze in de kofferbak van een auto geduwd, die vol gas achteruit tegen een muur reed. Niets kon ik doen. Dat neem ik mezelf nog dagelijks kwalijk. Schaamte en onmacht. Ik nam me voor dat nooit meer te laten gebeuren. Ook hier niet. Toen mijn hulpverlener was vermoord, wilde ik een misdrijf begaan, zodat ik in de gevangenis zou komen. Om daar de moordenaars van mijn hulpverlener wat aan te doen.’
Wim: ‘Ik zag Hans in die tijd verdrinken in zijn verdriet, ik zag hem wegzakken. Dat moest echt normaliseren. We moesten terug naar de eerste hulpvraag: zijn ervaringen in Libanon en de problemen die daaruit voortvloeiden.’

Vriend
Nu, drie jaar later, hebben hulpverlener en cliënt samen grote progressie geboekt. Dat heeft veel te maken met de werkwijze van de Basis, benadrukt Kreuzen. ‘Wim komt voor onze gesprekken eens in de vier weken bij mij thuis over de vloer. We drinken een kopje koffie, en praten, met een lijstje erbij. We bespreken of alle afspraken zijn nagekomen, en eventuele incidenten. Het voelt heel huiselijk, alsof er een vriend langs komt. Maar Wim biedt meer dan een luisterend oor. Hij heeft ook antwoorden op mijn vragen, doordat ze bij de Basis veel ervaring hebben met mensen als ik. Ook dat helpt, want daardoor besef ik dat ik niet de enige ben. Het is ook belangrijk dat mijn vrouw erbij kan zijn, want zij heeft de afgelopen jaren heel wat met me te stellen gehad’, zegt Kreuzen. ‘Ik moet er trouwens niet aan denken dat we elkaar in een kantoortje zouden zien. Eerder heb ik andere vormen van hulp gehad, maar het was vreselijk irritant als zo’n hulpverlener na drie kwartier opzichtig op z’n horloge zat te kijken.’ Wim, lachend: ‘Nou, Hans, ook ik moet rekening houden met de tijd, hoor!’ Dan, serieus: ‘Maar de Basis heeft bij de behandeling van veteranen met klachten wel degelijk bewuste keuzes gemaakt. Zoals die gesprekken, die thuis in een laagdrempelige, veilige setting plaatsvinden. Onze tweeëntwintig maatschappelijk werkers bedienen zo ongeveer duizend veteranen door het hele land. Omdat het werkt voor onze cliënten, en omdat het voor ons als maatschappelijk werkers belangrijk is om een goed beeld te krijgen van de thuissituatie. Wat niet betekent dat het voor hulpverleners altijd makkelijk is: je voelt je toch gast, en je wilt niet meteen de pijnpunten op tafel leggen.’

Rustiger
Toch, ondanks alle vooruitgang, heeft Hans nog een lange weg te gaan. Dat beseft hij zelf ook. Ja, hij is rustiger geworden. Hij kan eindelijk over zijn traumatische ervaringen spreken. En hij durft ook te vertellen dat hij daarvoor in behandeling is. Maar volledig herstel van PTSS is niet mogelijk, weet Hans. ‘Ik heb dankzij mijn gesprekken met Wim alles beter onder controle. Of laat ik het zo zeggen: ik begin het allemaal beter onder controle te krijgen. Ik had gehoopt dat die vreselijke flashbacks er niet meer waren. Maar ook daar leer ik mee omgaan. Langzaam, maar zeker.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 11, november 2009.

Patrick Pouw/Fotografie: Herbert Wiggeman

Gerelateerde tags

Eén reactie

  • no-profile-image

    Daan

    tjonge wat een indrukwekkend verhaal, ik ken de persoonlijke band van hulpverleners en hun client maar heb mij nooit gerealiseerd dat de stoere militairen natuurlijk ook enorme klachten kunnen krijgen van hun indrukwekkende ervaringen. Wat vreselijk goed dat er zoiets is als de basis. ik ben ontroerd

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden