Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Tweede Kamerlid Hans Spekman: ‘We hebben massaal mensen uitgekotst’

Hans Spekman (43) profileerde zich als eigengereide wethouder van Sociale Zaken in Utrecht. Hij maakte zich druk om armoede, maatschappelijke opvang, asiel- en wijkbeleid. Wat heeft de PvdA-linksbuiten sinds zijn entree in de landelijke politiek in 2006 voor elkaar gekregen?
Tweede Kamerlid Hans Spekman: ‘We hebben massaal mensen uitgekotst’

Door Martin Zuithof / Foto Stijn Rademaker - 'Ik doe nog net zoveel. Als wethouder kwam de landelijke media-aandacht bij vlagen. Dat is nu nog zo. Gisteren was ik in Hart van Nederland en bij het Jeugdjournaal naar aanleiding van het verhaal van Hevien. Een 11-jarig meisje met Syrisch-Koerdische ouders, dat in Nederland opgroeide en mogelijk het land uitmoet. Hevien is geboren in Dokkum, maar zij en haar ouders komen niet in aanmerking voor het generaal pardon. Reden: ze waren bijna twee jaar in Duitsland voor medische zorg. Ik kies voor het kind. Ondanks de bestuurlijke risico’s, want ouders kunnen zelfs een kind nemen voor een verblijfsvergunning. Maar mensen komen hier niet zomaar en de meesten zullen er alles aan doen te blijven. Dat snap ik ook. Voor Hevien heb ik als Kamerlid een brief gestuurd naar staatssecretaris Albayrak (Justitie). Ze heeft de bevoegdheid om in uitzonderlijke gevallen van de regels af te wijken.’

‘Daarin zie je het verschil tussen wat ik als wethouder kon, en nu als Kamerlid kan. Als wethouder kon ik zeggen dat ik illegalen wilde opvangen. Ik liet ze in mijn stad niet creperen. En dus opende ik een noodopvang. Utrecht was de eerste stad die dat deed en die mensen zo een gezicht gaf. Maar ik kon niet voorkomen dat er dag in dag uit door minister Verdonk op de knop werd gedrukt en mensen weer op straat werden gezet. In de Tweede Kamer kan ik van het initiatief rond alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA’s) in Utrecht nu wel een landelijk initiatief maken. Zodat zij nergens meer op straat belanden.’

Geen probleemeigenaar
‘Als Kamerlid kun je heel veel bereiken. Maar als er verschillende ministeries met een probleem gemoeid zijn, dan is het in de Haagse politiek een strijd van lange adem. Dan probeert iedereen vooral geen probleemeigenaar te zijn, want dan loop je een veel groter afbreukrisico. En de tweede vraag is altijd: wie betaalt? Dat is ook niet erg populair. Als er meer ministeries betrokken zijn, hebben bewindspersonen constant de neiging naar elkaar wijzen.’

Spekman vindt het wethouderschap leuker. ‘Maar ik ben niet de politiek ingegaan voor de leukigheid. Ik heb met de gemeente Utrecht de prijs voor het beste armoedebeleid gewonnen. Maar dat is heel betrekkelijk. Het betekende evengoed dat een bijstandsmoeder nog steeds niet kan rondkomen en haar kind niet naar een sportvereniging kan laten gaan. Dan kun je wel de beste zijn, maar daarmee was ik niet tevreden.’

Hij zoekt nog steeds naar de beste manier om te voorkomen dat mensen op straat belanden. Ook achter de schermen. Je kunt uitrekenen wat een uitzetting kost. Dat kan ook als iemand afglijdt naar de straat, in aanraking komt met justitie. Daar zit ook een kostenplaatje aan. Los van de menselijke tragedie. De oplossing is: meer preventief werk, het geld naar voren halen. Dat moet je dan niet laten zitten bij het justitieapparaat, want met dat geld kun je misschien wel vijftien huisuitzettingen voorkomen. Maar het is enorm ingewikkeld om dat tussen de oren te krijgen bij de Haagse politiek.’

Crisispakket
‘We hebben geregeld dat er heel veel geld is bijgekomen voor armoedebeleid. De hele bezuiniging van Balkenende I, II en III is ongedaan gemaakt. Dat was 380 miljoen. Bij het crisispakket was ik de enige aanjager om ervoor te zorgen dat er ook een groot bedrag voor schuldhulpverlening kwam. En ik wilde per se voor elkaar krijgen dat het een landelijk beleidsdoel zou worden dat kinderen uit arme gezinnen toch hun hobby wordt gegund. Of dat nou viool spelen, voetbal of scouting is. Daar is nu veel geld voor vrijgemaakt, voor meerdere jaren. Daarnaast is als kabinetsdoel vastgelegd dat het aantal kinderen dat geen hobby heeft vanwege de financiën van de ouders, met de helft omlaag moet. Het gaat om honderdduizenden kinderen.’

In een wijk als Kanaleneiland komen de beste initiatieven van onderop, vindt Spekman. ‘Vaak zijn het initiatieven van jongeren en vrouwen. Mijn kritiek op het welzijnswerk is dat het die vrouwen inkapselt en vervolgens de moeilijkste gevallen in de maag splitst van een vrijwilligersorganisatie. Die gevallen worden wel in de boeken gezet voor de financiering.  Het welzijnswerk kan het probleem niet oplossen, maar wel de opdracht houden, plus de financiering. Dat gebeurt overal in Nederland.’

Georganiseerd wantrouwen
‘De politiek stuurt vanuit wantrouwen. De oorzaak ligt in georganiseerd wantrouwen. Dat is ontstaan doordat we zijn gaan werken met kerntaken, prestatie-indicatoren, output en outcome. De wethouder moet zich verantwoorden bij de raad, de minister bij de Kamer. Dat heeft zijn weerslag op het welzijnswerk’, zegt Spekman. ‘Ik schaam me er enorm voor dat we zo uit wantrouwen werken. Alleen professionals die onder in het putje werken, voelen dat wantrouwen: de jongerenwerker op straat, de opbouwwerker in de wijk. Alle functies erboven hebben er geen last van. Die doen gewoon alle invuloefeningen. Iedereen presteert op zijn normen redelijk, maar menselijk gezien is het vaak een wanprestatie. Professionals zijn gedwongen om het wantrouwen van boven om te zetten in papieren rapportages.’
Door de hele controledrift verdwijnt ook de rommelruimte, aldus Spekman. ‘De ruimte waarin professionals samen met andere disciplines oplossingen moeten zoeken. Daar ben ik altijd een fan van geweest.’ Door de ketenafspraken is de controledwang alleen maar groter geworden, vindt hij.
‘In Utrecht had je aan de ene kant de psychiatrie. Die was gescheiden van de verslavingszorg. Maar verslaafden zijn vaak ook psychisch niet in orde. Die werden naar elkaar verwezen en donderden in een grijs gat. Niemand voelde zich meer verantwoordelijk. Het succes kwam uiteindelijk doordat we allemaal dezelfde kant opwerkten en zeiden: “Het maakt niet uit wie wat oplost, alleen laten we er niemand meer tussendoor glippen”. Dat lukt alleen door mensen die al iets hebben uitgevonden, sterker te maken. Je moet enthousiast zijn, en creatief met geld.’
In Rotterdam, zo weet Spekman, werkt een oud-politieman met gezinnen die niks meer hebben. ‘Die man zet een stip op het behang en zegt: “we werken dààr naartoe”. Hij gaat dwars door alle organisaties heen, komt op het terrein van allerlei instellingen en heeft daar dan grote ruzies. Maar hij kan dat omdat wethouder Jantine Kriens zijn rug dekt.’

Industrieterrein
‘Als samenleving hebben we massaal mensen uitgekotst. Arbeidsgehandicapten bijvoorbeeld. De overheid heeft weinig over voor Wajong’ers. Werkgevers durven ze niet aan te nemen en collega’s kijken ze vaak weg. Onze tolerantie van mensen die anders zijn is echt laag geworden. De politiek moet laten zien dat dat niet goed is. Dat heb ik in Utrecht geprobeerd met de hostels voor dak- en thuislozen in de wijk. In Den Bosch is nu weer dezelfde discussie. Bewoners zeggen: “Zet ze maar op het industrieterrein.” De politiek durft soms het gesprek met de buurt niet aan.’
Volgens Spekman zijn mensen bang geworden. ‘Daar vindt de hele Geert Wilders-doctrine zijn ingang. Als iedere keer weer in het nieuws komt dat Marokkaanse jongeren iets hebben misdaan, krijg je dat. Maar soms ben ik het met Wilders eens, ja. Vorig jaar heb ik gezegd dat de Marokkaanse gemeenschap jongeren die niet willen deugen, zou moeten vernederen. Daar viel toen iedereen over. Maar toen ik zei “status afnemen”, was er bij de elite ineens veel steun. Veel Marokkaanse jongeren snapten het precies en gaven me groot gelijk. Werkstraffen zijn vaak heel vernederend voor dit soort jongens. Dat werkt in de eigen buurt eerder statusverlagend dan gevangenisstraf. Ik ben dus erg voor werkstraffen in de eigen buurt.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 10, oktober 2009.

 

Martin Zuithof / Foto Stijn Rademaker

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden