Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Wat maakt de professional betrokken? - De roeping terug in de hulpverlening

Betrokkenheid drijft mensen tot grotere prestaties. Maar het frustreert ook als de betekenis ervan onherkenbaar wordt. Bijvoorbeeld als zorg in tijdsblokjes wordt ingedeeld. Professionals in de zorg- en welzijnsectoren kenmerken zich door hun betrokkenheid bij hun werk en bij de cliënt. Wat maakt de professional betrokken?
Wat maakt de professional betrokken? - De roeping terug in de hulpverlening

Door Carolien Stam - Je krijgt als professional allerlei methodieken aangeleerd. Dat wekt de suggestie dat die methodieken de oplossing zijn voor de problemen van cliënten. Maar de oplossing ligt meer in de kwaliteit van de professional als persoon. Je moet eerst contact hebben met een cliënt voor je een methodiek kunt inzetten.’
Ellen Grootoonk, docente en onderzoeker maatschappelijke dienstverlening en onderzoeker bij het kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht, is ervan overtuigd dat betrokkenheid de hulpverlening bepaalt. ‘Het is de basis van je werk. Omdat betrokkenheid de werker veel input, energie en waarde geeft. Door die betrokkenheid ben je in staat contact te maken met de cliënt. Je kunt ze meekrijgen in veranderingen die doorgevoerd moeten worden.’

Betrokkenheid van professionals met hun werk heeft de afgelopen tijd ontegenzeglijk aan ruimte ingeboet. Reorganisaties, bezuinigingen, fusies, maar ook een andere visie op de uitoefening van het werk van beroepskrachten in zorg- en welzijnsectoren, heeft de bevlogenheid van mensen naar de achtergrond gedrukt.
Sterker nog, dramatische incidenten zoals de moord op Savanna door de ouders, hebben betrokkenheid van hulpverleners zelfs ter discussie gesteld. Hulpverlening moet, onder druk van allerlei externe factoren, meer methodisch zijn. Protocollen moeten worden gevolgd om de te verlenen hulp ook controleerbaar te maken en professionals besteden steeds meer tijd aan verantwoording geven over wat ze doen.

Prestaties
Wat is er nog over van het engagement van de hulpverlener en is het een drijfveer waar je op kunt varen? Zeker wel, vindt Jos Kole. Hij is onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en doet ethisch onderzoek naar ‘de goede professional’. Een project waarin wordt gekeken naar de omstandigheden waarin beroepskrachten hun werk zo goed mogelijk doen. Volgens Kole drijft betrokkenheid mensen tot grotere prestaties. ‘Dat extra uurtje meer doe je niet alleen omdat je er extra geld mee verdient. Je doet het ook vanuit de passie voor je werk, je doet het voor die cliënt. Betrokkenheid komt vaak voort uit idealen. Omdat idealen moeilijk te verwezenlijken zijn, geven ze je het gevoel dat het nooit goed genoeg is wat je doet.’

Idealen kunnen dus ook tot frustratie leiden. Kole: ‘Zeker als er externe factoren bijkomen. Zoals reorganisaties, eindeloos rapporteren of andere druk die ertoe leidt dat je je werk niet kunt doen zoals je het zelf graag zou willen doen. Mensen op de werkvloer vervreemden van hun werk als ze alleen nog maar zorg in meetbare tijdseenheden en afvinkbare taken kunnen geven. Het verliest zijn betekenis.’

Roeping
Betrokkenheid heeft te maken met roeping, meent Kole. ‘Je voelt je geroepen omdat je ziet dat de cliënt je hulp nodig heeft.’ Ellen Grootoonk van de Hogeschool Utrecht bevestigt dat: ‘Studenten raken betrokken als ze stage gaan lopen. Ze worden in de praktijk geraakt door wat ze tegenkomen. Ze leren mensen kennen die over de rand kunnen vallen. Dachten ze bijvoorbeeld eerst vrij minachtend over daklozen, tijdens hun stage zien ze dat achter elk individu een verhaal zit. Dat raakt je.’

Een gedreven professional weet wat de kwetsbaarheid is van mensen in relaties en in de samenleving, volgens Carol van Nijnatten. Hij is bijzonder hoogleraar maatschappelijk werk aan de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Die kwetsbaarheid kan je zelf of in je nabijheid ervaren hebben. Een belangrijke voorwaarde om je beroep goed uit te oefenen is wel dat de professional die betrokkenheid kan disciplineren.’ Door optimaal geïnformeerd te zijn en door kennis en specifieke vaardigheden, kortom door vakmanschap, aldus Van Nijnatten. ‘Je ziet het nogal eens misgaan. Dan wint het engagement het van de vaardigheden. Professioneel optreden is je eigen beweegredenen op de achtergrond stellen.’

Ervaringsdeskundig
Veel studenten die beginnen aan de opleiding maatschappelijke dienstverlening hebben op een of andere manier zelf met hulpverlening te maken gehad. Of het om familieleden ging of wellicht om henzelf, de ervaring met problemen geeft mensen vaak de motivatie om professioneel het hulpverleningsvak in te gaan. De vraag is of die ervaringsdeskundigheid gunstig is. Wordt de betrokkenheid niet zo groot dat de professional geen afstand kan nemen?

‘Je moet je eigen problemen in ieder geval een plek hebben gegeven,’ zegt Ellen Grootoonk. De kans dat je specifieke uitgangspunten hebt, is inderdaad groot, erkent ze. ‘Daar staat tegenover dat je goed kan helpen, omdat je de problemen zelf hebt meegemaakt. En wat niet onbelangrijk is: je spreekt dezelfde taal.’ In de opleiding wordt vanzelf duidelijk of een hulpverlener die afstand kan nemen, denkt Grootoonk. ‘In de hulpverleningspraktijk is het ook belangrijk dat je voortdurend feedback van je collega’s krijgt, zodat je de nodige distantie kunt blijven houden.’

Ook Jos Kole denkt dat ervaringsdeskundigheid een pré is. ‘Niet alles is in wetenschappelijke kennis vast te leggen. Veel kennis over hulpverlening zit in de handen en vingers van de hulpverleners zelf. Die kennis hebben ze in de loop der jaren in de beroepspraktijk verworven en kan niet vervangen worden door wetenschap.’

Onzekerheid
Carol van Nijnatten vindt dat de betrokkenheid van professionals steeds meer wordt aangesproken in het hulpverleningswerk. ‘Er komt veel aandacht voor systematiek en wetenschappelijk onderzoek in deze sector. Dat is een groot goed. Maar het mag niet ten koste gaan van dat andere goed: klinische expertise. Ik zie nu dat werkers zich ook bezighouden met morele vraagstukken en dilemma’s.’
Ellen Grootoonk vindt ook dat betrokkenheid meer wordt aangesproken, zeker als je kijkt naar de outreachende hulpverlening. Ze vraagt zich af of er in de instelling ook voldoende ruimte is voor alle gevoelens die dat bij de professional oproept. ‘Managers durven rustig te stellen dat onzekerheid en chaos horen bij het hulpverleningswerk. Maar veel werkers voelen zich niet gesteund. Ze durven niet te erkennen dat het werk moeilijk is en hebben het idee dat ze alleen, met de cliënt, alle keuzes moeten maken.’

Feedback
Belangrijk is dat zorgwerkers feedback krijgen van collega’s en leidinggevende in intervisiebijeenkomsten, vindt Grootoonk. ‘En dat je goed contact met jezelf hebt en je niet laat overmannen door het verdriet van de ander. Je kunt heel betrokken zijn, maar je hoeft niet mee te huilen omdat je weet: het is niet jouw verdriet. Helaas zitten dit soort vaardigheden onvoldoende in de opleiding. Daarin is men nog te veel bezig met welke doelen de hulpverlener moet bereiken.’

Moreel beraad
Jos Kole vindt het belangrijk dat zorgwerkers de tijd krij-gen voor bezinning op hun werk. Die ruimte moet ingeroosterd worden: ‘Noem het moreel beraad. Met elkaar spreken over waarden en ervaringen in je werk. Het geeft professionals de zin van hun werk terug, waardoor ze minder snel opgebrand raken.’

Professionals moeten zich laten leiden door het goede te doen, in plaats van door alleen maar te proberen het goed te doen, zegt Carol van Nijnatten. Een goede professional kan dus gerust afwijken van de geijkte procedures, vindt Van Nijnatten, als hij het maar kan verantwoorden. ‘Ik zie dat professionals te veel bezig zijn met of ze het allemaal volgens de regels doen. Ze worden gemangeld tussen de mondigheid van de cliënt en de procedurele eisen van de overheden. Ik denk dan: je hebt je eigen expertise ontwikkeld, laat dat zien en versterk je positie. Zodat de cliënt weer bij de professional om raad komt vragen. En niet andersom.’

De nieuwe betrokkenheid van sociale professionals bij hun cliënten stond lange tijd in een kwaad daglicht. Het begon ruim 25 jaar geleden met het boek ‘De markt van welzijn en geluk’ van Hans Achterhuis. Dankzij stellingen als ´Iedere professionele interventie is er een te veel´ werd de bemoeienis van sociale professionals ronduit verdacht. Later drukten ook bureaucratie, bezuinigingen, reorganisaties en nieuwe visies hun stempel op de uitoefening van het beroep: de betrokkenheid van professionals kwam in de knel. De cliënt was immers zelf verantwoordelijk. De beroepskracht kwam op afstand te staan.Maar het tij lijkt gekeerd. Steeds meer wordt erkend dat betrokken hulpverlening beter werkt. Voor de cliënt en voor de professional. Hoe staat het anno 2008 met de gedrevenheid, de motivatie en de bevlogenheid van de sociaal werkers? Voor onze zomerspecial stelden we deze vraag aan een reeks deskundigen en hulpverleners. Voor hen is betrokkenheid nog steeds een belangrijke drijfveer. ‘Vaak ben ik bewogen door de dingen die ik meemaak.’ ‘Door vertrouwen en respect te winnen, kun je naast de patiënt staan om zorg te bieden.’

U kunt het hele artikel lezen in Zorg + Welzijn Magazine nummer 7/8, juli/augustus 2008


Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden