Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Kwaliteit van leven helpen hervinden is mijn drijfveer’

Okkie Klinkspoor (54) vierde onlangs haar 25-jarig jubileum bij Iriszorg, de verslavingszorg en maatschappelijke opvang in Gelderland. Ze studeerde maatschappelijk werk en geeft als behandelcoördinator inhoudelijk leiding aan drie teams. ‘Chronisch verslaafden zijn nergens welkom. Dat vind ik niet oké en dat is mijn drijfveer.’
‘Kwaliteit van leven helpen hervinden is mijn drijfveer’

Door Martin Zuithof - ‘De eerste vijf jaar na mijn opleiding werkte ik bij de Kinderbescherming. Ik moest de belangen van 42 kinderen vertegenwoordigen en rapporteren aan de Raad voor de Kinderbescherming. Het was een ontzettend waardevolle tijd, ik heb er veel geleerd. Ik had met de kinderen te maken die uit huis waren geplaatst en waren verspreid over pleeggezinnen en internaten. Die ouders hadden van de rechter te horen gekregen dat ze hun kind niet konden opvoeden. Wat me het meest bezighield, was dat het niet vanzelfsprekend was dat die kinderen contact onderhielden met hun ouders. Dat was niet gemeengoed, terwijl het zo belangrijk is.’

‘In die tijd is mijn belangstelling voor het denken in sys-temen ontstaan. Ik ging daarom een cursus Therapeutische Gezinsverpleging doen. Met die methode werd de zorg binnen de pleeggezinnen zo verbreed, dat je niet alleen keek naar de zorg binnen het gezin, maar ook naar de achtergrond van het kind, naar de ouders, de oma of opa. Daarmee probeerde je het pleeggezin ook open te laten staan voor het contact met de natuurlijke ouder. Voor pleegouders was dat heel moeilijk, want ze kregen dan ook te maken met de geschiedenis van het kind. Maatschappelijk werk was heel individueel gericht. Toen ik overstapte naar de verslavingszorg zag ik het ook weer: de omgeving bleef te veel buiten beschouwing.’

‘Ik kreeg een baan bij de verslavingszorg in Groenlo. Dat team was vooral aan het pionieren. We voerden nog een zogenaamd goed gesprek met cliënten. Zo van: “Middelen zijn slecht, daar komt u van in de problemen.” Er werd weinig methodisch gewerkt, maar met het hart op de goede plek. Er is veel veranderd, het maatschappelijk werk is geprofessionaliseerd en dat was ook hard nodig. Het uitgangspunt is niet meer: “Wij zitten hier en de klant kan komen. Als hij niet komt, is hij niet gemotiveerd.”’

Stapje verder
‘Verslavingszorg heeft te maken met complexe problematiek. Er is een medische kant, justitie komt er bij kijken, het is psychosociaal. Omdat het zo breed is, vind ik het leuk. Tegenwoordig weten we dat het niet zo is dat mensen niet willen afkicken, maar dat ze niet kunnen. Ze zijn door langdurig middelengebruik zo beschadigd in hun kop dat ze ziek zijn. Niet dat we de verantwoordelijkheid bij de cliënt weg willen halen, maar je moet eerst weten of iemand die verantwoordelijkheid wel kan dragen.’

‘We gingen in Groenlo wel op huisbezoek, maar dat mocht eigenlijk niet meer. In de Achterhoek wonen de mensen nogal verspreid en het openbaar vervoer is er slecht. Daarom gingen we naar de mensen toe, niet omdat we ze eerst wilden motiveren. Thuis bij cliënten zie je zoveel meer dan op kantoor. Je komt bij gezinnen waarin alcoholmisbruik en mishandeling plaatsvindt. Als jonge moeder met kleine kinderen raakte me dat erg. Toch vond ik het leuk om met cliënten een stapje verder te komen, zodat er weer kwaliteit van leven is. Grote woorden, maar dat is de gedrevenheid waarom ik dit werk zo lang doe.’

Maatschappelijke kant
‘Ik wist 25 jaar geleden ook niet hoe schadelijk alcohol is voor de groei en voor de hersenen. Ik heb me daar steeds verder in verdiept. Ik deed de voortgezette opleiding maatschappelijk werk en allerlei cursussen, ook op het gebied van verslavingszorg. Ik ben nu behandelcoördinator, maar zonder al die opleidingen zou ik dat als maatschappelijk werker nooit kunnen worden.’

‘Toen de verslaving in de jaren negentig als psychiatrische ziekte werd beschouwd en viel het onder de geestelijke gezondheidszorg. Dus heb je dokters nodig, psychiaters en psychologen. Als agoog zeg ik: verlies ook het maatschappelijke niet uit het oog. Mensen moeten nog steeds een dak boven het hoofd hebben en geld verdienen. Dat is net zo belangrijk. Daarin hebben we ons als maatschappelijk werk niet goed geprofileerd, we schurken veel te veel tegen de GGZ aan. Maatschappelijk werkers wilden ook de therapeut spelen en dat was niet slim.’

‘Sommige maatschappelijk werkers zeggen tegen mij: “We hadden psychiatrisch verpleegkundige moeten worden”. Dan zeg ik: “Profileer liever je eigen vak en laat zien hoe belangrijk dat is”. Iedere verslaafde heeft medische problemen, maar moet ook wonen, werken, dagbesteding doen. Ze zitten in de schulden, hebben ruzie met hun vrouw en hun kinderen lopen weg. Dat zijn bij uitstek de gebieden van het maatschappelijk werk. Ons vak was een tijd diffuus, omdat het tussen de GGZ en de maatschappelijke opvang in zit. De toekomst van het maatschappelijk werk in de verslavingszorg ligt in de bemoeizorg, in het motiveren, mensen onder de arm nemen en naar de sociale dienst gaan, zorgen dat ze een uitkering krijgen. In de gaten houden wat er met de kinderen gebeurt.’

‘Ik geef nu leiding aan drie multidisciplinaire teams. Nu werk ik niet meer met de cliënt zelf, maar kijk ik met mijn teams hoe we goede plannen kunnen maken voor de cliënten. Het is een ander niveau, maar ik doe in wezen hetzelfde. Uiteindelijk doe ik het voor klant die er niet best aan toe is. Ik heb een heel sterk gevoel voor rechtvaardigheid. Chronisch verslaafden zijn nergens welkom. Niet bij de hulpverlening, de woningbouw of de zorg, eigenlijk nergens. Dat vind ik niet oké en dat is mijn drijfveer. Nederland is een heel tolerant land, dachten we altijd, maar we zijn verschrikkelijk door de mand gevallen. Het politieke klimaat helpt niet bepaald bij het oplossen van dit soort problemen. Daarom zit ik in dit werk.’

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 7/8, juli/augustus 2008

Bron: Foto: Claudia Kamergorodski

Martin Zuithof/Foto: Claudia Kamergorodski

2 reacties

  • no-profile-image

    Marianne en Sjaak

    Ha Okkie, van harte!! je bent al deze hele dag (18-10) in mijn gedachten! We hebben even naar je foto gekeken; zegt Sj: ze is nog niks veranderd! Gaat het je goed? Paul ook?
    Kan je tel.nr en e-mail niet vinden. Als je zin hebt, mail. liefs van ons en dat iets van wat jij je wenst mag uitkomen! Marianne

  • no-profile-image

    jeanne-marie knops

    Geen inhoudelijke reactie op artikel; maar ben jij Okkie uit Rozendaal bij Velp?
    Dan hebben we elkaar vroeger gekend; grappig als dat zo is !
    Woon al jaren in Nijmegen (e.o.); elkaar nooit tegen het lijf gelopen.
    Weet niet of jij dit bericht persoonlijk krijgt, trouwens, maar ik zie wel.
    In ieder geval, hartelijke groet van
    Jeanne-Marie

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden