Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

God kijkt mee in kindertehuis Nieuw Maliesteyn

Een tijdelijk thuis voor kinderen die even niet bij hun ouders kunnen wonen. Kindertehuis Nieuw Maliesteyn wordt geëxploiteerd door het Leger des Heils. ‘Betrokkenheid en flexibiliteit onderscheidt onze medewerkers,’ stelt manager John Krone. ‘De Evangelisatietaak bijt soms met de praktijk.’

door Carolien Stam - ‘Mammaaaaa…, mammaaaa.’ Lennart, vier jaar maar nog moeilijk pratend, drukt een geel plastic telefoontje in Miriams handen. ‘Wat moet ik tegen mama zeggen?’ speelt de groepsleidster mee. ‘Lieverd!’ kirt zusje Wendy, vijf jaar. ‘Hallo lieverd…’ De kleintjes grissen het gele telefoontje uit haar handen en gaan weer spelen.Negen kinderen van vier tot negen jaar telt de observatiegroep ‘De Kajuit’ van Nieuw Maliesteyn in de Utrechtse wijk Lunetten. Het kindertehuis biedt onderdak aan drie groepen: een crisisgroep, een observatiegroep en een behandelgroep. Elke groep heeft een grote woonkamers met open keuken, met op de tweede verdieping negen kleine kamertjes met een bed, een klein kastje voor de eigen speeltjes en een prikbord met kaarten en foto’s.

Leger de Heils
Nieuw Maliesteyn is een jeugdhuis van het Leger des Heils. Dat wil zeggen: het gebouw. Verder wordt bijna alles gefinancierd met overheidssubsidie. Manager John Krone moet aan de provincie én aan de directie van de Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg verantwoording afleggen. En er zijn bepaalde regels waaraan de medewerkers zich moeten houden. Zoals het ondertekenen van de doelstelling van het Leger des Heils. Daarin is ook het uitdragen van het Evangelie in woord en daad opgenomen. En elke medewerker heeft een maand geleden het boekje ‘het paspoort’ ontvangen. Dat is een gedragscode met normen, waarden en gedragsregels als geen seksuele relaties tussen collega’s en geen aanstootgevende kledij.

Aandacht
Klokslag drie uur staat Miriam op het schoolplein om acht kinderen op te halen. Isabella wil graag spelen bij haar vriendinnetje thuis. Je mag ook wel eens bij ons op Maliesteyn spelen,’ oppert Miriam. ‘Dat durft ze nog niet zo goed,’ legt de moeder van het vriendinnetje uit. De kinderen drommen opgewonden de voordeur door, ieder met zijn eigen werkje van school. In de eetkamer hangt een lichte uiengeur. Gastvrouw Sylvia heeft het avondeten al klaar. De kinderen zoeken hun eigen vaste plaats aan de lange eettafel op.’ Saunik gaat zaterdag voorgoed bij zijn mamma wonen,’ begint Miriam het dagelijkse na-schooltijd-gesprek aan tafel. ‘Wat betekent voorgoed?’ vraagt ze aan de groep. ‘Voor altijd,’ vult Saunik zelf in. ‘Nou, dat zei Kevin ook,’ mompelt Roy, ‘maar die kwam na twee weken weer terug.’
Na het drinken en de overgebleven Sinterklaaschocolade worden afspraken gemaakt; ieder kind moet aangeven met welk speelgoed het gaat spelen. Vooral de jongere kinderen vragen ook onder hun spel vaak de aandacht van Miriam, die tot half vijf helemaal alleen op de groep staat. Af en toe springt gastvrouw Sylvia bij.

‘Wij zijn erg gericht op het belang van de kinderen,’ antwoordt groepsleidster Miriam op de vraag wat hun begeleiding sterk maakt. ‘Daar steken we veel tijd. Ik ga morgen kerstkleding kopen met een aantal kinderen, deels in mijn vrije tijd. Ik geef ze de zorg die ze nodig hebben, kleding, afspraken met artsen, therapeuten, het contact met ouders. Alles wat je je eigen kind mee zou willen geven.’ En liefde? ‘Ja dat ook, maar het is ook nodig om afstand te houden. In ons vak moet je jezelf als instrument gebruiken. Iedere leidster heeft daar haar eigen persoonlijke manier voor. Liefde is niet altijd gemakkelijk, als je niet die klik hebt met een kind. Daar zoek je dan naar.’
De ouders zijn en blijven de belangrijkste personen in het leven van het kind, benadrukt Miriam. Die rol houden de leidsters in stand. ‘Door er bijvoorbeeld altijd op te wijzen dat je niet mama bent, maar dat je nu even voor ze zorgt. Door het contact met de ouders te leggen en te stimuleren. Natuurlijk zijn er vaak ouders die zeggen: “Ik kom jou halen”, terwijl dat helemaal niet aan de orde is. Het kind is overstuur en dan is het onze taak uit te leggen dat mamma heel graag wil dat haar kind weer bij haar komt wonen, maar dat het nog niet kan.’
‘Betrokkenheid, flexibiliteit, dat heb je of je hebt ‘t niet,’ vindt manager Krone. ‘Onze mensen willen iets betekenen voor een ander. Dat “roze wolksyndroom” moet je vooral koesteren. Daar kun je op terug vallen als het zwaar wordt. Vergeet niet dat mensen hier met zwaar leed hun brood verdienen.’

‘Dan gaan we nu allemaal de handjes vouwen,’ Miriam wacht tot het helemaal stil is. ‘Onze lieve Heer…….’ Twee pannen staan op de grote tafel. Een met hutspot, een met gehaktballen. Isabella eet snel en veel, Fatima wil weinig eten op haar bordje. Boris, zes jaar, praat onophoudelijk. Miriam moet hem voortdurend waarschuwen, waarna hij schuldbewust twee minuten stil is. Saunik vertelt in geuren en kleuren over het vakantiekamp, waar hij deze zomer met nog een paar kinderen uit de groep is geweest. Miriam wijst telkens een kind aan dat zijn verhaal mag doen, terwijl de anderen hun best doen om hun beurt af te wachten. Als de Yoghurt met suiker in de buikjes zit, zegt Miriam: ‘Ik wil nu een verhaal gaan lezen, dus we doen allemaal de armen over elkaar….’ Er volgt een lang ssssssst. Miriam leest uit de mooi geïllustreerde kinderbijbel. De kinderen worden moe, Fatima legt het hoofd op tafel, net als Boris. Na het dankgebed worden weer afspraken gemaakt wie met welk speelgoed gaat spelen.

Evangelisatie
‘Voor mij betekent het christelijk geloof dat je klaar staat voor een ander en dat je van daaruit werkt,’ vertelt Miriam. ‘Natuurlijk zijn er ook kinderen die niks hebben met het christendom. Als je een ander geloof hebt, moet het kind daar ook de ruimte voor hebben. Fatima bidt bijvoorbeeld niet mee aan tafel. We hebben afgesproken dat zij dan haar eigen gebed opzegt in haar hoofd. Ik denk dat je wel iets meegeeft van het christelijk geloof. Soms merk ik ook dat kinderen daar houvast aan hebben. Dat God bijvoorbeeld luistert. Maar ze komen ook met vragen: “en wat gebeurt er als God nou eens de andere kant uitkijkt?”’
Evangelisatie staat in de doelstellingen van het Leger des Heils. ‘Ja, dat bijt soms met de praktijk,’ geeft manager John Krone toe. ‘Als je zo expliciet het christelijk geloof gaat uitdragen, dan kun je het kinderen met een ander geloof of geen geloof moeilijk maken.’

De video gaat aan, een paar kinderen willen naar Assepoester kijken en ploffen neer op de grote bank. Isabella moet naar bed, maar heeft daar helemaal geen zin in. Stagiaire Noortje doet haar best Isabella mee te krijgen naar boven. Miriam is bezig met Boris die in het kantoortje met papa belt. Twee leidsters bezetten de groep tijdens de drie drukste uren ’s avonds. Maar voor de rest van de dag staat er slechts één leidster op een groep van negen kinderen. In de reguliere kinderopvang is het verplicht om een leidster op tien kinderen te zetten. ‘Ik kom regelmatig in die tweestrijd,’ zegt Miriam, ‘moet ik mijn aandacht aan het kind besteden of aan de regeldingen, aan rapporten schrijven, aan huishoudelijke taken.’Wendy staat tegen half zeven hartverscheurend te huilen. Ze wil graag knutselen, maar moet naar bed. Noortje troost haar even. Dan gaat ze op zoek naar Isabella, die nog steeds naar de douche moet. Wendy kruipt huilend op de bank: ‘Mammaaaa, mammaaaaa’. Assepoester kan haar ook niet troosten.
De namen van de kinderen zijn veranderd.

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden