Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Jan Troost neemt afscheid als voorzitter van de CG-Raad: ‘Samenleving wordt harder voor gehandicapten’

De Chronisch zieken en Gehandicapten-Raad heeft op 1 mei afscheid genomen van voorzitter Jan Troost. Ruim acht jaar strijdlust hebben hem een boegbeeld van de koepelorganisatie gemaakt. ‘De CG-Raad staat op de politieke kaart. Nooit eerder werd er in de Tweede Kamer zo veel gesproken over chronisch zieken en gehandicapten als in de afgelopen periode.’

Dag en nacht bereikbaar zijn, hoorde volgens Jan Troost (46) bij zijn werk. Zijn vrouw Paula vond dat één van de mindere kanten van zijn baan. ‘Als Jan zegt "dag en nacht bereikbaar", dan bedoelt hij dat ook,’ zegt ze vanuit Troosts huiskamer in Wijchen. ‘Met als gevolg dat hij zelfs op vakantie werd gestoord. Hij is een keer met spoed van Vlieland vertrokken. En liet ons daar achter. Je kunt een boek volschrijven over dit soort gebeurtenissen.’ Maar die tijd is nu voorbij. Troost neemt na 8,5 jaar afscheid als voorzitter van de CG-Raad. Afscheid van een mooie periode, zo zegt hij zelf. Als een theaterman in hart en nieren genoot hij van z’n speeches die hij in het hele land hield als boegbeeld van de koepelorganisatie met ruim 150 aangesloten lidorganisaties.

Tijdens de ledenvergadering in november vorig jaar gaf Troost aan dat hij zich nog voor slechts een half jaar verkiesbaar wilde stellen. De voorzitter wilde niet per direct opstappen. ‘We zaten midden in een reorganisatie om de gevolgen van de bezuinigingen op te vangen. Het leek mij niet netjes om mijn opvolger daar mee op te zadelen.’

Het laatste jaar was, op z’n zachtst gezegd, roerig te noemen. Jan Troost en de rest van het bestuur overleefden een motie van wantrouwen van een groep lidorganisaties, die hen incompetent bestuur verweet. De CG-Raad was volgens deze motie schromelijk tekortgeschoten als collectieve belangenbehartiger. Bovendien zou de CG-Raad lijden aan versnippering, door de uiteenlopende deelbelangen van de leden. Uiteindelijk konden de bestuursleden toch op steun van de meeste leden rekenen. Het neerleggen van zijn functie heeft volgens Troost niets te maken met deze affaire. ‘Je moet opstappen voordat je het gevoel krijgt dat je dingen al eens eerder meegemaakt hebt,’ zo lichtte Troost zijn besluit destijds toe. Op 27 april is Annelies Verstand, oud-staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, door de leden als zijn opvolger gekozen.

Strijdlust

‘Het is misschien gek om te zeggen,’ begint Troost, gevraagd naar hoe hij het boegbeeld van een belangenorganisatie is geworden. ‘Maar mijn rolstoel - waar ik door een aandoening die broze botten veroorzaakt in zit - heeft in mijn werk als een voordeel gewerkt. Ik val op. Met name in de beginperiode had ik er baat bij, want mensen leerden me snel kennen. Toen ik voorzitter werd, was het de bedoeling dat ik een boegbeeld van de organisatie zou worden. Dat is in ieder geval aardig gelukt. De CG-Raad staat op de politieke kaart. Nooit eerder werd zo veel gesproken over chronisch zieken en gehandicapten als in de afgelopen periode. Met strijdlust kom je erg ver.

‘Mijn carrière als actievoerder begon op veertienjarige leeftijd, toen ik me aansloot bij de actiegroep Integratie Gehandicapten. Samen met andere jongeren streden we voor aangepaste voorzieningen in een nieuw cultureel centrum in Nijmegen. Toen is mijn strijd echt begonnen. Na mijn opleiding maatschappelijk werk leefde ik tien jaar van een Wajong-uitkering. Ik kwam rond van een bedrag tussen de negenhonderd en duizend gulden per maand. Hierdoor ben je erg afhankelijk van anderen en je voelt je minderwaardig. Uiteindelijk kreeg ik toch een soort Melkertbaan en streed daarnaast op lokaalniveau voor gelijke rechten. Ik merkte dat ik, met name op het terrein van openbaar vervoer, lokaal niet veel kon bereiken. Zo belandde ik in 1996 als voorzitter bij de CG-Raad. Het openbaar vervoer moest toegankelijk worden voor iedereen. Dat was in eerste instantie mijn motivatie. Bij de gesprekken met betrokken partijen bleef het bij overleg en gebabbel. Ik ben toen op een gegeven moment opgestapt en zei: "Pas als we echt wat gaan doen aan de problematiek, kom ik terug." Ik heb toen een soort mobiliteitsmanifest opgesteld en dat was het begin van de gesprekken die leidden tot de afspraak dat het openbaar vervoer in 2030 toegankelijk is voor iedereen. Niet blijven praten, maar actie in de tent.’

‘In een functie als voorzitter van een koepel van belangenorganisatie moet je reëel zijn.’ Troost blikt terug op de afgelopen acht jaar bij de CG-Raad. ‘Soms win je, soms verlies je. Toen ik besloot te stoppen, had ik een tijdje het gevoel: wat heb ik eigenlijk bereikt? Ik was korte tijd wat negatief over mijn prestaties. Maar nu we een paar maanden verder zijn, besef ik dat we met z’n allen toch erg veel gedaan hebben. Met de wet die discriminatie op grond van handicap strafbaar maakt als één van de laatste hoogtepunten. Ook merk ik dat mijn naam ergens voor staat. Als ik mijn naam verbind aan een organisatie staat dat bijna garant voor geld en steun. Dat geeft toch een heel goed gevoel. En dat er in de politiek eindelijk aandacht is voor chronisch zieken en gehandicapten, maakt me trots.

‘Maar natuurlijk zijn er ook dingen die niet eindigen zoals je wilt. Het verlies in het proces tegen het Valys-vervoerssysteem was een hele domper. Dat het is toegestaan dat mensen met een functiebeperking een kilometerlimiet krijgen, is niet eerlijk. Het maakt een oneerlijk onderscheid tussen burgers, want mensen met een beperking kunnen minder kilometers tegen het openbaar vervoertarief reizen dan andere Nederlanders.’

Vooroordelen

‘Toen ik als voorzitter bij de CG-Raad begon,’ zegt Troost, ‘waren er meer zekerheden voor gehandicapten en chronisch zieken. De verzorgingsstaat brokkelt langzaam af. Ook de samenleving wordt harder, en dat is zorgwekkend. Je moet mensen met elkaar in contact brengen. De hardheid die je nu ziet, komt voort uit verlegenheid en onbekendheid. Eigenlijk geldt bij de integratie van gehandicapten hetzelfde als bij de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. De vooroordelen verdwijnen alleen als je met elkaar in contact komt. Gehandicapten moeten infiltreren in het gewone leven. Ga de politiek in, zoek een reguliere baan, maak normaal onderdeel uit van een gemeenschap. De emancipatiebeweging blijft wat mij betreft nog te veel in de vergadercultuur hangen.

‘Aan de andere kant biedt de huidige situatie ook kansen. Als gemeenten meer verantwoordelijkheden krijgen met de WMO, zijn er weer nieuwe mensen te overtuigen van goede ondersteuning. Bovendien worden door de verslechtering van de financiële situatie steeds meer gehandicapten boos. En boosheid kun je omzetten in energie en nieuwe initiatieven. Voor de nabije toekomst maak ik me zorgen over het nieuwe verzekeringsstelsel. Als er geen goede voorlichting komt, zullen alleen mensen met hogere inkomens zich bijverzekeren. Dat betekent dat vooral veel jongeren voor de minimumpakketten zullen kiezen. En wat als ze hun nek breken en daardoor gehandicapt raken? Ik ga uit van een ander soort solidariteit. In principe krijgt iedereen te maken met een chronische ziekte of handicap. Wat dat betreft strijdt de CG-Raad voor iedereen.’

‘Het lobbyen in Den Haag vond ik erg leuk. Het is een prachtig spel. Het heeft een tijdje geduurd, maar toen ik eindelijk mijn pasje had om het gebouw van de Tweede Kamer in te komen, hebben ze het geweten. In het restaurant had ik een opvallende plek, zodat niemand om me heen kon. Het is trouwens een wisselwerking. Kamerleden namen contact op met mij als ze informatie wilden en daarnaast pleitte ik bij hen voor de belangen van gehandicapten en chronisch zieken. De contacten ga ik missen. Ik heb erg veel mensen leren kennen. Het leukste zijn toch alle gesprekken die je met mensen voert.

‘Eerst moet ik afstand nemen,’ zegt Troost. ‘Dus tot 1 september neem ik rust. En vanaf september ga ik aan de slag bij het gezamenlijke programma Versterking Cliënten Participatie - de VCP - van de FvO en de CG-Raad. Ik ga lokale cliëntorganisaties helpen bij hun politieke lobby. Daarnaast geef ik ondersteuning bij de beeldvorming en werk als bruggenbouwer als er een strijd is tussen verschillende partijen. Het lokale wereldje is erg versnipperd. De VSP is opgericht om in kaart te brengen waar lokaal behoefte aan is en om tot goede samenwerkingsverbanden te komen. Samen ben je sterk. Dat wil ik in mijn nieuwe functie uitdragen.’

En hoe staat het met de politieke ambities die hij eens liet doorschemeren? ‘Eigenlijk wil ik hier nog niet te veel over zeggen,’ reageert Troost, maar ik ben inderdaad in gesprek met verschillende partijen. Het is een behoorlijke zoektocht naar de partij die het meest aansluit bij mijn ideeën. Bovendien heb ik ook twijfels of ik het wel moet doen. Is de politiek wel de beste plek om wat te bereiken? Ik ben geen specialist op een bepaald terrein en heb bovendien vrijheden nodig. Daarnaast is het werk als Kamerlid een ontzettend drukke baan, die ook veel van het gezin zal vergen. Misschien moet ik iets rustigers zoeken.’ Wat zijn vrouw Paula vanuit de keuken doet roepen: ‘Het idee dat die man het rustiger aan gaat doen, is een illusie hoor. Die hoop heb ik allang opgegeven. Jan blijft Jan.’/Ester Mijnheer

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden