Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Huisbezoekproject Amsterdam legt relatie tussen bewoners en instanties: Hulp achter de voordeur

Direct contact leggen en actie ondernemen. Dat is de sleutel van het succes van de huisbezoekprojecten. Consulenten praten met bewoners over hun woonomgeving, hun sociaal-maatschappelijke problemen en waar ze daarvoor terechtkunnen. Ze bellen direct met een hulp- of dienstverlener over huisvesting, schuld en buurtoverlast. En dat is niet vrijblijvend. ‘Wie de deur dicht doet, wordt gekort op zijn uitkering.’

Als een bewoner met een probleem zit, dan belt de bewonersconsulent nog tijdens het gesprek naar een contactpersoon van de betreffende instantie voor hulp, dan wel een afspraak. Backoffice wordt dat genoemd; het team van hulp- en dienstverleners dat direct verbonden is aan de bewonersconsulenten van het huisbezoekproject in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes. De consulenten brengen het contact tot stand, dat bewoners en instanties zelf niet kunnen leggen. ‘Veel bewoners zijn niet zo zelfredzaam dat ze overal de weg naartoe weten,’ verklaart bewonersconsulente Phil de Vries. En inderdaad: de samenwerking tussen instanties onderling en tussen bewoners en instellingen laat te wensen over. ‘Men zou meer outreachend kunnen werken. Wat wij nu doen, zouden instellingen wellicht zelf kunnen oppakken,’ suggereert de Vries. ‘Preventief werken betekent naar mensen toe gaan en niet alleen afwachten wie er in de wachtkamer zitten.’

Belletje

Het huisbezoekproject in voornamelijk één straat – de Orteliussstraat in het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes – begon in oktober 2002 als onderdeel van het Grote Stedenbeleid en een Europees economisch programma. Dat laatste leverde extra subsidie op. Dat is hard nodig, want het project kost ruim 7000 euro per huisbezoek, schat de portefeuillehouder Welzijn, Henk Boes. Daarin zijn dan ook de kosten begrepen voor alle projecten die eromheen zijn opgezet. De Orteliusbuurt is een zogenoemde ‘aandachtswijk,’ die dreigt af te glijden naar achterstandsbuurt als niet wordt ingegrepen. Maar wat te doen? Een beproefd project – in onder meer Amsterdam Slotervaart en in Leiden-Noord zijn al huisbezoekprojecten afgerond - moest een beeld geven van de sociaal-maatschappelijke situatie van de bewoners en van hun leefomgeving. De gemeente wilde weten hoe de bewoners over hun buurt dachten en wat de mogelijkheden zijn voor verbetering. Het is bovendien een aardige binnenkomer om bewoners van dienst te zijn bij het vinden van oplossingen voor hun individuele vragen en problemen.

Na ruim een jaar zijn 331 gesprekken gevoerd in de Orteliusbuurt Noord, 102 huishoudens bleken geen behoefte te hebben aan een gesprek en 108 huishoudens zijn nog niet bereikt. Vijfenzestig huishoudens zijn doorverwezen. De problemen waar de consulenten het meest tegenaan lopen zijn: taalcursussen, werkloosheid en het ontbreken van begeleiding naar werk en de schuldenlast van bewoners.

Aan deze – tussentijdse - uitkomsten van het project heeft Henk Boes inmiddels ook acties verbonden. Een Huis van de Taal is tot stand gebracht. Dat is een centraal coördinerend punt, dat het grootste struikelblok voor de cursussen Nederlands voor migranten moet wegnemen, namelijk de bureaucratische rompslomp rondom de toelating voor de cursus. Verder werken de consulenten nauw samen – ‘Een belletje is voldoende voor een afspraak’ - met het Instapcentrum, dat trajectbegeleiding aanbiedt aan (langdurig) werklozen. Tot slot komt er extra geld voor schuldhulpverlening. Het huisbezoekproject werpt dus vruchten af, niet in de laatste plaats voor de bewoners.

Vertrouwen

Bouchra, 26 jaar, is een alleenstaande Marokkaanse vrouw zonder werk, moeder van een zesjarige dochter. Haar schulden stapelden zich op. Ze heeft net haar diploma als administratief medewerkster gehaald, maar spreekt nog te slecht Nederlands om een baan te vinden. Bewonersconsulent Amina Rourou wees haar op de mogelijkheid van schuldsanering. ‘Nu kan ik alles beetje bij beetje aflossen en heb weer wat lucht. Door die schulden heb je veel zorgen, het gaat alles beheersen.’ Via Amina heeft Bouchra zich aangemeld bij het Huis van de Taal om beter Nederlands te leren spreken. ‘Dat geeft me meer vertrouwen om met mensen een gesprek aan te gaan.’

Toch is het lang niet altijd gemakkelijk binnen te komen, weten de bewonersconsulenten Amina Rourou en Phil de Vries. ‘Het is ook een kwestie van de tijd nemen en een basis van vertrouwen opbouwen. Inmiddels zijn onze gezichten bekend in de buurt. Dat helpt bij het leggen van contacten.’ In problematische gevallen is het belangrijk om juist niet aan te dringen, maar de moeilijke zaken even te laten rusten, weten de consulenten. ‘Ik kwam aan de deur bij een man van wie het huis een grote uitdragerij was. Vrouw en kind leefden in een ander land en hij gaf aan gokproblemen te hebben. Vervolgens kwam ik er niet meer in. Hij dacht waarschijnlijk: ‘Ik heb te veel aan die vrouw verteld’. Dan moet je het even laten rusten en over een tijdje kijken of je wel weer contact kunt krijgen.’

De contactpersonen van de instellingen vergaderen één keer in de veertien dagen met de consulenten over de ‘moeilijke gevallen’. ‘Dat werkt uitstekend voor de uitwisseling van informatie. Mensen worden in ieder geval bij een instantie ondergebracht, wat lang niet altijd gemakkelijk is omdat men in een complex van problemen kan ronddraaien.’

In Leiden Noord hebben tussen 1999 en 2003 twee huisbezoekprojecten aan de basis gestaan van de verbetering van de leefbaarheid. Zowel woningcorporatie als de gemeente wilden inzicht in de mogelijkheden voor ontwikkeling van de achterstandswijk en ‘wat zich achter de deuren van de flats afspeelde’. Instanties hadden geen contact met bewoners, de kwaliteit van de woningen ging hard achteruit en er was weinig participatie van bewoners in de buurt. Inderdaad werden veel individuele problemen direct aangepakt. Maar opmerkelijk was dat het project een kloof dichtte tussen de praktische werkelijkheid van de mensen en het negatieve beeld dat bij instellingen bestond over de buurt, volgens projectleider Vincent Kokke van de Leidse Welzijnsorganisatie: ‘Er waren wel degelijk mogelijkheden. Er is nu een actieve bewonerscommissie, er is een beheersplan voor de buurt gemaakt en de woningbouwcorporatie investeert in de renovatie van de buurt.’

Minder duidelijk zijn de structurele oplossingen voor de sociale problematiek, volgens Kokke. ‘Het huisbezoekproject heeft als direct gevolg dat mensen een steuntje in de rug krijgen bij individuele problemen. Maar er zijn geen structurele gevolgen uit voortgekomen. Wij hebben een netwerk opgebouwd, waarbinnen de lijntjes heel kort zijn. Het is de bedoeling dat er één wijkadvies- en informatiecentrum gaat komen.’

Opvoedkundige rol

In juni 2004 loopt het project in De Baarsjes af. Het is niet waarschijnlijk dat het in deze vorm wordt voortgezet. Want het kost een lieve duit, vertelt portefeuillehouder Boes. Wat zal het vervolg zijn op dit succesvolle project? ‘We halen er elementen uit die we kunnen toepassen in andere projecten en buurten.’ Boes wil graag een vergelijkbaar huisbezoekproject op te zetten in de Chassébuurt, een achterstandswijk vlakbij de Orteliusbuurt. Dat zal naar schatting 10.000 euro per huisbezoek gaan kosten, omdat aan de huisbezoeken ook verschillende vervolgtrajecten vast zullen zitten. ‘Ik vind dat de vrijblijvendheid van het project af moet,’ zegt de portefeuillehouder, die daar nog met de stadsdeelraad over in discussie zal gaan. ‘Bewoners moeten meewerken aan de geboden oplossingen voor hun problemen bij werkgelegenheidsprojecten, anders kunnen ze een deel van hun uitkering kwijtraken. Wij willen met name via de vrouwen het gezin binnenkomen door hen aan te spreken op hun opvoedkundige rol. Van daaruit kunnen we dan verder werken, bijvoorbeeld hulp bieden bij schuldsanering en trajectbegeleiding naar werk.’

Over de samenwerking tussen instellingen bevestigt Boes de suggestie dat meer outreachend werken door instellingen een les zou kunnen zijn die uit het huisbezoekproject getrokken kan worden. ‘Maar die conclusie moet door instellingen zelf worden getrokken. Het directe contact met de hulpverleners is succesvol, maar je kunt natuurlijk niet iedereen zijn eigen hulpverlener aanbieden. De directe dienstverlening is denk ik wel te bevorderen door verschillende instanties in een wijk onder één dak te zetten, zodat ze gemakkelijk voor bewoners te bereiken zijn.’

Carolien Stam

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden