Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Basisschooldirecteur Hans Christiaanse over ‘vergeten’ autochtone achterstandsleerlingen: ‘Mogelijkheid ontbreekt om leerkrachten te ondersteunen’

De allochtone leerlingen winnen terrein, zo blijkt uit het onderzoek ‘Een vergeten groep’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Tegelijkertijd lopen de onderwijsprestaties van autochtone achterstandsleerlingen terug. Schooldirecteur Hans Christiaanse van basisschool By de Boarne uit Boornbergum in Friesland wist dit al langer. Hij vindt dat de aandacht voor allochtone en autochtone achterstandleerlingen evenredig moet worden verdeeld.

Om het geld ter ondersteuning van achterstandsleerlingen te verdelen, heeft het rijk begin jaren negentig een zogeheten ‘gewichtenregeling’ ingevoerd. Een allochtone achterstandsleerling heeft het gewicht 1.9, een autochtone 1.25. Voor de bekostiging voor de school is dat een groot verschil, immers een allochtone laagvlieger levert voor een basisschool veel meer geld op dan een autochtone. Daarbij komt, dat wanneer een basisschool meer dan 9 procent achterstandleerlingen heeft, dan pas in aanmerking komt voor de extra gelden. Voor een plattelandsschool, met weinig ‘1.9-leerlingen’, komt die drempel automatisch veel hoger te liggen, op 36 procent. Allochtone achterstandsleerlingen (200.000 in Nederland) zitten vaak op zwarte scholen, veelal in grote steden. Autochtone achterstandsleerlingen (eveneens 200.000) zijn verspreid over het hele land. Een directeur van de Koningin Beatrixschool in de Schilderwijk in Den Haag zit qua financiële middelen en extra personeel heel goed, een directeur van een Friese dorpsschool kan niet van de extra formatie en gelden profiteren.

Directeur Hans Christiaanse kan het weten. Hij heeft als directeur ervaring op beide scholen en ziet de verschillen.
‘Negentig procent van de leerlingen op mijn school in Den Haag behoorde tot de “gewichtenkinderen”. Vaak allochtone kinderen die moeite hadden met de Nederlandse taal. We konden rekenen op veel ondersteuningsgelden van het rijk. We hadden een Haagse Voorschool, opvang voor nieuwkomers, oudereducatie, en bovendien hadden we veel extra leerkrachten. Ook kregen de kinderen muziekles op school, met echte instrumenten. Allemaal extra aandacht en tijd. ‘Nu ben ik in Friesland werkzaam op een basisschool in het dorpje Boornbergum. Er staat één juf voor een klas met 29 kleuters. En er komt niets binnen, geen cent, terwijl er veel achterstandleerlingen bij ons op school zitten. Maar niet genoeg voor extra formatie en geld.’

In Den Haag dus niets te klagen?
‘Als zwarte school sta je in de schijnwerpers. Je krijgt de aandacht van de pers en de aandacht van de politiek. En ik juich dat ook toe. Ik vind het belangrijk dat er veel aan achterstandbeleid wordt gedaan. En dat moet ook zo blijven. Maar toen had ik ook geen weet van wat er buiten de randstad gebeurde. Nu zie ik die situatie anders. Autochtone achterstandskinderen hebben ook aandacht nodig.’

Waarom blijven de schoolprestaties bij autochtonen achter bij die van allochtonen?‘Dat heeft verschillende oorzaken. Ik merk dat de ouders van allochtone achterstandskinderen graag willen dat hun kind het goed doet op school. Ze pushen meer. Ze willen het hoogst haalbare voor hun kind. Het liefst VWO op een witte school. Bij autochtonen is dat anders. Van ouders die zelf maar een lage opleiding hebben genoten, hoeft dat allemaal niet zo. Word maar timmerman, net als je vader, die instelling.

‘Ook signaleert de onderwijsinspectie van de provincie Friesland dat het onderwijsaanbod vaak niet voldoet aan de norm. Onze leerkrachten moeten extra tijd en ondersteuning krijgen om hun didactische vaardigheden bij te spijkeren en te vergroten. Die mogelijkheid is er nu niet, omdat een plattelandschool geen extra middelen krijgt. ‘Daarnaast is het zo dat we op het platteland, net als in de grote stad, ook te maken hebben met kinderen die de school binnenkomen met een taalachterstand. Nederlands is ‘een nieuwe taal’ voor de leerlingen. Fries is hun thuistaal. Deze kinderen hebben vergelijkbare problemen als bijvoorbeeld Turkse en Marokkaanse kinderen, maar zo worden ze niet gewogen. Datzelfde geldt natuurlijk voor Drenten, Groningers en Zeeuwen.’

Toch blijkt uit het onderzoek ‘Een vergeten groep’ dat autochtone achterstandleerlingen niet alleen een probleem is van het platteland, maar ook een stadsprobleem.
‘Klopt, maar het grote verschil met mijn school in Den Haag is gelegen in het feit dat ik toen kon terugvallen op inzet en professie van een taalcoördinator, een tweetal taalondersteuners en verscheidene tutoren in de kleuterklassen. In Boornbergum moeten de kleuterjuffen het doen met pabo- en SPW-studenten.’

Waar pleit u dan voor?
‘Er moet gekeken worden naar de daadwerkelijke achterstanden. Er moeten duidelijke meetcriteria zijn. Etniciteit is voor mij geen criterium, maar opleiding van de ouders bijvoorbeeld wel. En daar heeft de politiek inmiddels gehoor aan gegeven. De gewichtenregeling wordt veranderd. Hoe is nog onduidelijk. En of dat ten koste moet gaan van het gewicht van een allochtone achterstandleerling of ten gunste moet worden gesteld aan de autochtone achterstandsleerling, weet ik niet. De politiek beslist. Er moet wel een eerlijke verdeling komen, zodat de autochtone groep net zoveel aandacht en zorg krijgt als de allochtone groep.’

Hoe meet je de kwaliteiten van de leerling dan?
De kleutertoets gaat niet door en er wordt veel bezuinigd in het onderwijs. Maar misschien is het een idee om een landelijke toets in groep drie in te voeren om zo de kwaliteiten en de achterstanden van de leerlingen te meten.’

Maar voor nu, heeft u het liefst een hele groep Marokkaanse kinderen die in Boornbergum komen wonen?‘Nou, dat hoeft niet. Al waren het maar heel veel “1.25 leerlingen”, dan ben ik al tevreden.’

Matthijs Timmers

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden