Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Nieuwe Awbz zorgt voor omslag in maatschappelijke opvang: ‘Structurele aandacht voor kwaliteit is nu mogelijk’

De vernieuwde Awbz zorgt voor grote veranderingen in de instellingen voor maatschappelijke opvang. Positief is bijvoorbeeld dat de mogelijkheden voor het bieden van zorg aan moeilijke bewoners in de opvang. Keerzijde is echter de verplichte indicatie en bureaucratie. Blijft de hulpverlening wel laagdrempelig?

Bewoners van instellingen voor maatschappelijke opvang kampen met een steeds zwaardere problematiek. Ze hebben vaak zware psychische problemen, lichamelijke mankementen en zijn aan meerdere drugs verslaafd. In 2001 bleef voormalig minister van VWS Els Borst nog volhouden dat de maatschappelijke opvang zich moet beperken tot bed, bad en brood. Dit leidde tot onhoudbare situaties. Te weinig en te laag opgeleid personeel kon slechts pappen en nathouden. De laatste jaren wordt noodzakelijke verzorging en verpleging met veel kunst en vliegwerk wordt geboden, omdat dit niet gefinancierd wordt vanuit de Welzijnswet.

De vernieuwde Awbz kan echter uitkomst bieden. In principe is het leveren van de zeven Awbz-functies voorbehouden aan instellingen die door het College van Zorgverzekeringen (CvZ) zijn toegelaten tot de Awbz. Deze procedure is niet gewijzigd. Wel kunnen welzijnsinstellingen als de maatschappelijke opvang of de vrouwenopvang sinds 1 april toelating vragen voor één of meerdere functies. De maatschappelijke opvang staat voor een grote omslag. Als instellingen toelating vragen voor één of meerdere Awbz-functies, kunnen deze welzijnsinstellingen zelf contracteren als zorgaanbieders met het zorgkantoor.

Verplicht is het bieden van Awbz-functies niet, maar volgens Rina Beers van Federatie Opvang zien de meeste instellingen het als een groot voordeel om die onderdelen van zorg en begeleiding te kunnen bieden aan de cliënten, die niet uit de doeluitkering van de Welzijnswet worden betaald. Beers: ‘De instellingen willen een kwaliteitsslag maken. Er is nog nooit extra rijksgeld beschikbaar gekomen om specifiek een betere kwaliteit van zorg te leveren, alleen voor uitbreiding van capaciteit. Doordat de Awbz-financiering uitgaat van een bepaald kwaliteitsniveau, biedt dat mogelijkheden om meer en anders gekwalificeerd personeel te werven.’

Aanvullende zorg

Hoewel de Stichting Volksbond Amsterdam (waar onder andere sociaal pension Fokke Simonszhuis onder valt) wonen en hulpverlening altijd strikt scheidde, heeft directeur Carmen Salvador bij het CvZ een aanvraag ingediend voor toelating voor functies van de Awbz. Salvador: ‘De visie van scheiding tussen wonen en behandeling werd in de jaren tachtig en negentig breed gedragen. Toen klopte dit, maar met de zwaardere doelgroep die we tegenwoordig hebben is het bieden van onderdak alleen niet voldoende meer. We hebben een grote behoefte aan gezondheidszorg als aanvulling op de maatschappelijke opvangfunctie. Als al onze cliënten door Stichting Tot en Met (het regionale indicatieorgaan in Amsterdam, red.) geïndiceerd zijn hebben ze ook recht op deze geïndiceerde zorg en is er eindelijk een garantie voor de financiering en de noodzakelijke kwaliteit. Met geld uit de Awbz kunnen we structureel aandacht besteden aan verbetering van zorg, doorstroom en begeleiding.’

De zorgkantoren in Amsterdam en Utrecht komen in september met de uitkomsten van een inventarisatie van de cliënten van de maatschappelijke opvang: welke problemen hebben ze en welke zorg hebben ze nodig. Het is de bedoeling dat uiteindelijk alle cliënten individueel worden geïndiceerd, maar dat zal waarschijnlijk jaren duren. Voorlopig moeten de resultaten van de inventarisatie in grote lijnen aangeven wat er nodig is. Daarna kan wat de zorgkantoren betreft zo snel mogelijk begonnen worden met nieuwe vormen van zorg, binnen en buiten de opvanginstellingen.

Bij HVO-Querido, stichting voor maatschappelijke opvang en geestelijke gezondheidszorg in Amsterdam waar onder andere sociaal pension Vrijburg onder valt, is op dit moment ook een alternatieve indicatie gaande. Sectordirecteur Stan Poels legt uit waarom dit noodzakelijk is. ‘Deze snelle administratieve indicatie is nodig om daadwerkelijk van start te gaan met de nieuwe manier van werken. Het afgelopen jaar zijn we erg druk geweest om de papieren en registratie op orde te krijgen. Gelukkig heeft HVO na de fusie met Querido meer expertise in huis om dit soort zaken te regelen. Die papieren rompslomp waren we niet gewend, Querido als Awbz-instelling wel.’

Bureaucratie

Na de fusie van beide instellingen op 1 januari 2002 kreeg sociaal pension Vrijburg van HVO een ribw-erkenning. Deze erkenning als regionale instelling voor beschermde woonvormen maakte Vrijburg in één keer een Awbz-gefinancierde instelling. Waar de meeste instellingen sinds 1 april op bepaalde Awbz-functies toelating vragen, is Vrijburg nu al een officiële Awbz-gefinancierde instelling en kan de instelling zich zo de toelatingsprocedure besparen. Uniek, volgens Poels. ‘We hebben ontzettend veel reacties gehad van andere instellingen, die net als wij worstelden met te weinig middelen. We werkten al langer samen met Querido en we zagen dat zij bepaalde zaken veel beter voor elkaar had: meer geld, goede zorgplannen. Wij wilden dat ook. Een medewerker van Querido hielp ons afgelopen jaar bij de omzetting van Vrijburg in een ribw-voorziening. Ik denk dat veel instellingen zich hierop verkijken. Het vergt een omslag in de manier van denken. Verantwoording afleggen voor de cijfertjes is iets dat instellingen voor maatschappelijke opvang totaal niet gewend zijn en productiegericht werken en zorginhoudelijker bezig zijn doe je niet van de een op andere dag. Ik raad andere opvanginstellingen die toelating tot Awbz-functies vragen dan ook aan om samen te werken met andere Awbz-instellingen, zoals bijvoorbeeld thuiszorg of ggz.’

Carmen Salvador onderschat de omslag niet. ‘Verantwoording afleggen over onze productie zijn we niet gewend. Voor de medewerkers verandert er veel. Alleen al het werken met computers is in onze sector niet ingeburgerd.’ Ook voor de bewoners zal er veel veranderen, meent Salvador. Ze is nog steeds een voorstander van scheiding tussen wonen en hulpverlening. Als er meer zorg binnenshuis komt moeten bewoners nog wel zelf de keus hebben om zorg te accepteren of niet. ‘We moeten laagdrempelig blijven. Dat staat voor mij voorop. Dat betekent dat je cliënten duidelijk moet maken dat er in principe niks hoeft te veranderen. Als zij geen zorg accepteren dan is dat hun keus, zolang ze geen gevaar vormen voor anderen of zichzelf.’ In het verleden werd de meeste zorg buitenshuis geregeld. Veel cliënten kwamen afspraken echter niet na. Hierdoor werd de verhouding met deze zorgleveranciers er niet echt beter op. Binnenkort zal de zorg en hulpverlening intern worden geboden. Salvador: ‘Deze zorg verlenen wij niet zelf, maar we maken afspraken met andere instanties. Als de hulpverlening intern is, kunnen cliënten er langzaam wennen. Ze leren het systeem binnenshuis kennen en zullen er uiteindelijk ook minder weerstand tegen hebben. Naast het laagdrempelig blijven maak ik me ook zorgen om de indicaties. De capaciteit bij de rio’s is er voorlopig niet, maar op termijn zullen de cliënten allemaal apart moeten worden geïndiceerd. Dat betekent ruim veertig pagina’s vragen doorworstelen. Geen geschikte manier voor onze doelgroep. Veel cliënten hebben een verleden in de psychiatrie, waar ze geen goede herinneringen aan hebben. Die rennen weg als ze die vragen weer krijgen.’

Federatie Opvang heeft in een brief aan Staatssecretaris Ross duidelijk gemaakt dat er iets moet veranderen aan de bureaucratie bij de indicatie. Rina Beers: ‘Het zal minstens twee jaar duren voordat er praktische indicatieprocedures zijn en er een goede samenwerking is tussen de opvang en de rio’s in alle delen van Nederland. Toch mag angst voor bureaucratie geen reden zijn om cliënten niet te wijzen op de mogelijkheid om een indicatie aan te vragen voor zorg en begeleiding.’

Poels is van mening dat veel collega-instellingen zich actiever moeten opstellen. ‘Vaak zijn de contacten met het regionaal indicatieorgaan en het zorgkantoor nog erg moeizaam. Maar je hebt ze wel nodig. In de maatschappelijke opvang moet je bijvoorbeeld op sommige punten afwijken van de standaardprocedure. In principe is het zo dat een cliënt eerst Awbz-geïndiceerd wordt voor er sprake is van plaatsing. Maar als we dat doen, duurt het maanden voor een cliënt aan de beurt is en is het vogeltje gevlogen. Dan raken we onze laagdrempeligheid kwijt. Om deze regeltjes te “omzeilen” moet je initiatief tonen en met creatieve oplossingen komen.’

Ester Mijnheer

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden