Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Regulier onderwijs vanaf augustus toegankelijker voor gehandicapte: Met het ‘rugzakje’ naar school

Komend schooljaar gaat de leerlinggebonden financiering van start. Met dit ‘rugzakje’ kunnen ouders hun gehandicapte kind naar een gewone school sturen. Weifelende scholen wordt koudwatervrees verweten. ‘Er staan heus geen busladingen met gehandicapte kinderen voor de poort.’

Maaike (16) zit in 5-VWO op een reguliere scholengemeenschap in Amstelveen. Ze is doof, al sinds haar achtste jaar. Dankzij een ‘cochleair implantaat’ kan ze voor een deel weer wat horen. Bij een aantal lessen zit er een audiotolk naast haar die alles wat de leraar vertelt op de computer intikt. Het Gak betaalt hem voor 240 uur per jaar. De flop neemt Maaike mee naar huis zodat ze haar huiswerk kan maken. Sinds Maaike na een hersenvliesontsteking plotseling doof werd, heeft ze altijd regulier onderwijs gevolgd. Haar vader: ‘Indertijd wilde ze niet naar een speciale school voor dove kinderen. Ze wilde in haar vertrouwde omgeving blijven, bij haar vriendinnetjes. De specialist van het Audiologisch Instituut ontraadde ons dat. Want als het niet zou lukken op de gewone basisschool zou de klap veel groter zijn. Maar wij hoopten dat de aansluiting met het regulier voortgezet onderwijs makkelijker zou gaan als ze op de gewone basisschool bleef.

De directeur van de basisschool wilde alles doen om het te laten slagen. De remedial teacher, die toevallig ervaring had met onderwijs aan dove kinderen, kreeg meer uren waardoor ze dagelijks een paar uur alleen aan Maaike kon besteden. Daarnaast schafte de school een overheadprojector aan, zodat de leerkracht niet op het bord hoefde te schrijven. Met zijn gezicht naar de klas kon Maaike hem liplezend volgen. In de eerste klas van het voortgezet onderwijs, toen ze nog in dezelfde klas les kreeg, werd het lokaal akoestisch aangepast. Tot de vierde klas werd ze goed geaccepteerd door de andere leerlingen. Maar sinds de vierde klas zit ze met wisselende klassen. Nu wordt er minder rekening met haar gehouden. Niet alle leerlingen zijn bereid stil te zijn, zodat ze de leraar kan verstaan. Soms lachen ze haar uit als ze verkeerd huiswerk heeft gemaakt omdat ze de opdracht niet goed had verstaan. Maar Maaike kan gelukkig goed van zich afbijten. Ze krijgt ook ondersteuning van een ambulant begeleider van het doveninstituut. Die adviseert de leerlingcoördinator over het omgaan met deze handicap.’

Sleutelen

Zo’n achtduizend gehandicapte kinderen volgen regulier onderwijs. Daar is al jaren een financieringsregeling voor. Maar die heeft een plafond: zodra dat potje op is krijgt een gewone school geen geld voor extra voorzieningen. Dat wordt anders met de wettelijke invoering van de leerlinggebonden financiering per augustus 2003. In plaats van een gunst krijgen ouders van kinderen met een handicap of stoornis nu het recht te kiezen voor speciaal of regulier onderwijs. Het geld voor extra voorzieningen krijgen ze als het ware in een rugzakje mee. Dat is voor elk kind een vast bedrag, vergelijkbaar met wat het onderwijs op een speciale school kost. Het is bestemd voor ambulante begeleiding door een speciale school, voor extra formatie (bijvoorbeeld voor een remedial teacher) en voor extra leermiddelen, zoals een speciale rekenmethode.

Om de leerlinggebonden financiering te laten slagen gaan speciale scholen intensiever samenwerken met reguliere scholen, maar ook met elkaar. Hun deskundigheid bundelen ze in Regionale Expertise Centra (REC’s). Er komen vier soorten REC’s: voor blinde en slechtziende kinderen (deze valt overigens buiten het rugzakje), voor dove en slechthorende leerlingen, voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapte leerlingen en voor leerlingen met psychiatrische stoornissen en gedragsproblemen. Een onafhankelijke indicatiecommissie van een REC beoordeelt of een kind in aanmerking komt voor speciaal onderwijs. Als dat zo is mogen ouders kiezen voor speciaal onderwijs dan wel gewoon onderwijs met het rugzakje. Reguliere scholen kunnen alleen kinderen weigeren als ze daar goede argumenten voor hebben.

Aan de leerlinggebonden financiering is jarenlang gesleuteld. Eigenlijk zou ze vorig jaar al zijn ingevoerd. Maar een onderzoek van de protestants-christelijke schoolleidersorganisatie PCSO gooide in april 2002 roet in het eten. Een deel van haar achterban zou zichzelf niet in staat achten gehandicapte kinderen op te vangen. Vervolgens zag de Eerste Kamer allerlei beren op de weg. Worden de scholen niet overbelast? Worden deze leerlingen met de toenemende verruwing in het onderwijs wel geaccepteerd? Is het niet een botte bezuiniging op het speciaal onderwijs? En komt er straks niet een reeks van rechtszaken van ouders die in beroep gaan tegen het indicatiebesluit of tegen de weigering van een school een kind te accepteren?
De VVD en het CDA in de senaat stemden tegen. Het wetsvoorstel werd vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Eind november 2002 ging het CDA alsnog door de bocht en kan het dan eindelijk van start gaan.

Koudwatervrees

De Federatie van Ouderverenigingen en de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, die samen een voorlichtingsproject uitvoeren over het rugzakje, zijn tevreden. Projectleider Lia Genee: ‘Ouders kunnen nu zelf kiezen wat zij het beste vinden voor hun kind. Het past ook in de trend om gehandicapte kinderen te integreren in de samenleving. En gewone leerlingen leren zo omgaan met gehandicapte kinderen.’

Om diezelfde redenen staat ook de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS) positief ten opzichte van het rugzakje. Beleidsmedewerker Aleid Schipper bespeurt weinig weerstand onder hun leden. ‘Het afgelopen jaar hebben scholen zich er goed op kunnen voorbereiden. Het ministerie heeft veel energie gestopt in goede voorlichting. Ook wij geven veel voorlichting. Ik hoor zelden een negatief geluid. Scholen zijn wel bezorgd over de concrete uitvoering ervan. Sommige scholen vrezen straks een buslading gehandicapte kinderen voor hun poort. Maar dat is koudwatervrees.’ Ook Rob de Koning, bestuurder van de onderwijsbond AoB noemt die angst koudwatervrees. ‘Ik heb het eens uitgerekend. Er zitten nu vijftigduizend kinderen op het speciaal onderwijs, in de leeftijd van 4 tot 18 jaar. Als, zoals wordt verwacht, tien procent daarvan naar een reguliere school gaat, krijgen scholen gemiddeld een keer per vier jaar een gehandicapt kind. Niet alle ouders zullen kiezen voor het regulier onderwijs. Als je een motorisch gehandicapt kind hebt, ben je toch heel blij met het aangepaste zwembad en de fysiotherapie op de speciale school.’ De angst voor overbelasting en dat gehandicapte leerlingen niet zullen worden geaccepteerd door de andere leerlingen leeft wel onder leerkrachten.

‘Dat heeft deels te maken met onbekendheid. Uit eigen onderzoek blijkt dat scholen die ervaring hebben met gehandicapte leerlingen in de klas het rugzakje verwelkomen. Scholen krijgen er ook deskundige ondersteuning voor. Daarnaast vind ik dat een leraar die zijn vak verstaat leerlingen respect voor andersoortige leerlingen bij moet kunnen brengen.’ Hij verwacht dan ook niet dat veel scholen gehandicapte leerlingen zullen weigeren. Maar hij maakt een uitzondering voor vmbo-scholen. ‘Die zijn doodsbenauwd dat ze kinderen met ernstige gedragsstoornissen moeten accepteren. Maar die kinderen hebben 24-uurs zorg nodig. Scholen mogen leerlingen weigeren als ze kunnen aantonen dat dit onderwijs én voor het kind én voor de rest van de groep niet goed is.’

De angst voor de zogenaamde zmok-leerlingen hoort ook Jack Beijer, locatieleider van de vmbo-school St. Paul in Den Haag, bij zijn collega’s. ‘Ze zien de bui al hangen. Een leerling met gedragsproblemen is volgens de school niet te handhaven. En de inspectie zegt “u heeft er al twee en daarmee gaat het goed, dan kan er ook nog een derde bij, en een vierde”. Of een gehandicapt kind kan niet in bepaalde lokalen komen. Dan moet de school er maar voor zorgen dat de lessen die dat kind volgt alleen in lokalen op de begane grond worden gegeven. Het is natuurlijk gemakkelijk om problemen steeds naar de scholen toe te schuiven.

Maar het ministerie heeft geen idee van de problemen waarmee scholen kampen.’ Overigens verwacht Beijer voordeel te hebben van de leerlinggebonden financiering. ‘Deze school was voorheen een lom-school. Anderhalf jaar geleden is het voortgezet lom- en mlk-onderwijs opgegaan in het vmbo. Wij worden nu gefinancierd als een gewone vmbo. Maar van onze tweehonderd leerlingen zijn er wel dertig dyslectisch, dertig autistisch en hebben dertig adhd. Een aantal van hen gaan we nu laten indiceren bij het REC voor leerlinggebonden financiering. Op die manier hopen we het geld dat we met de invoering van het vmbo zijn kwijtgeraakt terug te winnen.’

Maria van Rooijen

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden