Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Verstandelijk gehandicapten binnen of buiten de bossen? - Sociale integratie onder vuur

De Twentse Zorg Centra (TZC) haalden een groep verstandelijk gehandicapten vanuit de wijk terug naar de centrale instelling. Als je dat doet, begrijp je het vak niet’, zegt Frits Brink, bestuursvoorzitter van Stichting Philadelphia Zorg.

Door Esther van Andel - April 2007: de vermaatschappelijking van de zorg ligt onder vuur. De Twentse Zorg Centra halen een groep van negentig bewoners vanuit de wijk terug naar het instellingsterrein. Van de 180 cliënten blijkt de helft te vereenzamen; van integratie is geen sprake. Hun bewegingsvrijheid is te beperkt en ze voelen zich onveilig. Tegen de verwachtingen in groeit de vraag naar traditionele instellingen. Dit staat haaks op het streven van de overheid om verstandelijk gehandicapten zo veel mogelijk op te nemen in de maatschappij. Organisaties uit het veld reageren meegaand op de gebeurtenissen bij de TZC. ‘Nog even, dan gaat het ook zo bij ons.’ Is centralisatie de trend?

Furieus
‘Integendeel’, antwoordt Frits Brink. Furieus is hij op de omslag bij de TZC. ‘Ik ben enorm teleurgesteld op de trendbreuk van de TZC. Sinds de jaren zeventig wordt ontzettend hard gewerkt om mensen met een verstandelijke beperking in de wijken te laten wonen. Door de enorme groei van woonlocaties in de wijk is dit in de laatste twintig jaar de algemene opvatting van de te leveren zorg. Het gaat juist goed met gehandicapten in de wijk.’ Maar volgens Hans van der Molen, directeur van de Twentse Zorg Centra (TZC), is sociale integratie voor bepaalde groepen gewoon onmogelijk. ‘Een irreële verwachting’ noemt hij het. ‘Meervoudig verstandelijk gehandicapten kunnen niet participeren in de maatschappij. Zelfs ondersteunend personeel kan daar niet bij helpen. Het stokt bij buurtbewoners. Zij verwachten ‘vriendelijk lachende mongolen’, maar merken dat velen heel ander gedrag vertonen. Van integratie komt in zo’n situatie niets terecht. Verzorgenden moeten zich meer inspannen, zeggen voorstanders van integratie, maar die worden al overvraagd.’ Dit zegt ook Erma van Lamoen, communicatiemanager bij brancheorganisatie Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). ‘Ja, verstandelijk gehandicapten gaan soms terug naar de centrale instellingen. Máár, het komt hier en daar alleen op kleine schaal voor. Eén kanttekening: centrale instellingen zijn niet meer als 35 jaar geleden: een gebouw midden in de bossen met een groot hekwerk er omheen. Ook op instellingsterreinen zijn er kleine woonvormen. Instellingen zijn niet meer zo besloten als vroeger. Omgekeerde integratie is een trend. Een instellingsterrein wordt een woonwijk voor mensen met of zonder beperking.’ Maar wat wordt er onder integratie verstaan? Is het al voldoende als de buurman zijn verstandelijk gehandicapte buurjongen eenmaal per maand meeneemt naar de boerderij? Moeten ze wekelijks bij elkaar op de koffie? Of vraagt integratie van verstandelijk gehandicapten wat van de hele samenleving?

Noorwegen
Het antwoord op de laatste vraag is ja. Zorgaanbieders in Noorwegen weten dat als de beste. In de jaren negentig heeft het Scandinavische land de centrale inrichtingen bij wet opgeheven. Het beleid is erop gericht dat iedereen zijn beste beentje voor zet. En met succes; mensen met een verstandelijke beperking maken gebruik van bestaande maatschappelijke faciliteiten en doen mee in de samenleving. De overheid, zorginstellingen, familie en vrienden, vrijwilligers, gemeenten, buurtverenigingen, belangenorganisaties en de cliënten zelf zijn allemaal onderdeel van het integratieproces.

Sociale afwijzing
Toch blijft de integratie van mensen met een verstandelijke beperking ergens steken. Wonen in de wijk draagt niet bij aan een grotere deelname aan de samenleving. Het rapport ‘Een eigen huis’ van het Sociaal Cultureel Planbureau bevestigt dat. Het SCP schrijft in januari 2006: Verstandelijk gehandicapten sporten minder dan de gemiddelde Nederlander, maken minder uitstapjes en gaan minder vaak op vakantie. Ze voelen zich afgewezen door ‘de gewone samenleving’. Juist daar zit het knelpunt. Terwijl de Nederlandse bevolking unaniem van mening is dat mensen met een beperking in de maatschappij moeten worden opgenomen, is maar tien procent bereid om zijn handen hiervoor uit te steken. Dat staat in het onderzoeksrapport ‘Beeldvorming over mensen met een beperking’, dat TNS NIPO in oktober 2005 maakte in opdracht van de VGN. Onwetendheid en angst voor het onbekende staan die bereidheid in de weg. Van de driehonderd respondenten die aan het onderzoek meededen, zien 33 ondervraagden zichzelf als verantwoordelijke. De overgrote meerderheid schuift de verantwoordelijkheid af op de overheid, familie en zorgaanbieders.

Lees het hele artikel in Zorg + Welzijn Magazine 1, januari 2008

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden