Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Eindelijk uit de isoleer

Veel verstandelijk gehandicapten kampen met psychiatrische problemen. Maar diagnostiek en behandeling zijn nauwelijks toegespitst op de doelgroep, zeker als het om matig en ernstig verstandelijk gehandicapten gaat. De Swaai in Beetsterzwaag biedt wel gepaste zorg. Psychiater Martin van den Berg: ‘Multidisciplinaire samenwerking is essentieel.’
Eindelijk uit de isoleer

Echt gezellig zijn de meeste keukens en gezamenlijke ruimtes in de kliniek van De Swaai niet. De radio krijgt wel eens vliegles, de gordijnen moeten er soms aan geloven. Zeker voor mensen met matige en ernstige verstandelijke beperkingen is een prikkelarme – en dus kale – omgeving gewenst. De isoleercellen, ook aanwezig in de kliniek, worden weinig gebruikt.

Agressief
Onder begeleiding maakt Harry een wandeling in de tuin van de kliniek. Hij lijdt aan paranoïde schizofrenie en is (matig) verstandelijk beperkt. Bij de ‘gewone’ GGZ zat hij een jaar lang onafgebroken in de isoleercel. Hij schreeuwde en was agressief. De behandelaars wisten niet wat ze met hem aanmoesten. In het jaar dat Harry nu in behandeling is bij De Swaai, bracht hij maar enkele dagen door in de isoleercel. En dat op vrijwillige basis. Hoe kan dat?
‘Het gaat om een scala aan factoren’, verklaart Martin van den Berg, psychiater en directeur behandelzaken bij De Swaai. ‘Bejegening bijvoorbeeld, hoe en op welke toon je iemand aanspreekt. En het creëren van een veilige omgeving, met een eigen kamer met sanitair. Vooral bij mensen met verstandelijke beperkingen en met lagere niveaus is agressie vaak een uiting van angst. Als zij zich veilig en zeker voelen, verdwijnt de angst en daarmee de agressie. Bovendien hebben we Harry voorbereid op zijn komst naar De Swaai. Toen hij nog in de isoleercel zat, zijn we bij hem langs geweest. Met een laptop hebben we hem een virtuele rondleiding gegeven door de kliniek. Voorspelbaarheid en geleidelijke verandering is heel belangrijk voor deze mensen.’
‘We behandelen hier meer cliënten die bij de GGZ maandenlang in de isoleercel zaten’, vervolgt teamleider Tjeerd van der Heide. ‘Het is een hele overwinning om te zien hoe een van deze mensen, na een paar maanden in onze kliniek, dan zelf appels brengt naar de ezel van de kinderboerderij.’

Borderline
Psychiatrisch behandelcentrum De Swaai startte tien jaar geleden. De instelling staat op het bosrijke (woon)terrein van Talant (instelling voor zorg en ondersteuning aan verstandelijk gehandicapten). Het is een samenwerkingsverband tussen GGZ Friesland en Talant. Vijf jaar geleden kwam de kliniek erbij, waar ‘ernstige gevallen’ ter observatie en behandeling worden opgenomen. Op de poli van De Swaai zijn er daarnaast jaarlijks nog eens zo’n 10.000 contacten met verstandelijk gehandicapten van alle niveaus. Het zorgaanbod In Beetsterzwaag zelf omvat zodoende zowel poliklinische behandelingen, dagklinische en klinische opnames. Maar dat is nog niet alles, want De Swaai kent ook nog een Specialistische Ambulante Dienst (SPAD). De medewerkers daarvan trekken de regio in om groepsleiders die met verstandelijk gehandicapten werken te instrueren hoe ze met cliënten met psychiatrische stoornissen moeten omgaan. ‘Een psychiater kan wel stellen dat een cliënt een borderlinestoornis heeft, maar een groepsleider kan daarmee niet uit de voeten’, zegt Van den Berg. ‘Hoe treed je zo’n cliënt tegemoet? Stel je extra grenzen of juist niet? Dat is vaak het manco van psychia-trische diagnoses bij deze doelgroep: er is vervolgens geen nazorg.’

Multidisciplinaire samenwerking is daarom juist bij deze groep essentieel, aldus Van den Berg. Tussen de verstandelijk gehandicapten zorg (VGZ) en de psychiatrie, maar ook met de familie. Bij De Swaai werken dan ook niet alleen psychiaters, maar ook orthopedagogen, systeemtherapeuten en artsen voor verstandelijk gehandicapten. Het verplegend personeel heeft speciale trainingen gevolgd, toegesneden op de doelgroep.

Obstipatie
Bij cliënten met matige of ernstige verstandelijke beperkingen zijn (psychische) stoornissen in de regel lastig te diagnosticeren. De doelgroep kan zich niet goed uiten. Ook is vaak onduidelijk of bijvoorbeeld agressie samenhangt met een verstandelijke beperking of dat er een psychiatrische aandoening in het spel is. Of is er misschien sprake van lichamelijk ongemak? Van den Berg: ‘Alles grijpt in elkaar, daarom moet je het samen doen. Een cliënt die last heeft van obstipatie, gaat zich wellicht anders gedragen. Zo hebben we wel eens een cliënt gehad die maandenlang had rondgelopen met een gebroken enkel. Lichamelijke oorzaken of veranderingen in de leefomgeving moeten daarom eerst zijn uitgesloten. Pas dan wordt er eventueel een psychiatrische diagnose gesteld.’

Borsten
In de kliniek loopt Bas de keuken binnen. Voordat hij teamleider Van der Heide aanspreekt, tikt hij hem even op de schouder. Een dwangmatige handeling die onder de psychiatrische stoornissen valt, weet Van der Heide. ‘Eerst greep hij mensen in het kruis of vrouwen bij de borsten. Wij hebben hem geleerd om op de schouder te tikken. Als zijn handeling was uitgelegd als grensoverschrijdend gedrag dat samenhangt met zijn verstandelijke beperking, was er anders mee omgegaan. Daarom is het zo belangrijk om goed onderscheid te maken.’
Inmiddels is het tijd voor Jetske om de tuin in te gaan. Begeleidster Inge Donk draait de deur van het slot en stapt haar kamer binnen. Jetske, een blond meisje van zeventien, zit op een omgekeerd bed. De poten steken omhoog. Onwennig kijkt ze op en bijt in haar hand. ‘Het is een dame die nogal wat beweging veroorzaakt’, vertelt Van der Heide. ‘Toen ze pas bij ons was, vernielde ze haar bed en trok ze de gordijnen van de muren. Ze is autistisch en verstandelijk gezien van een vrij laag niveau. In de woongroep waar ze verbleef, begon ze veel te gillen, agressief gedrag te vertonen en zichzelf te slaan. Dat zit wel in haar, maar het werd wel erg extreem. De begeleiders begrepen het niet.’

Schroefjes
Na twee maanden verblijf in de kliniek van De Swaai is Jetske meer ontspannen en rustiger geworden. De psychiater onderzocht of de Zyprexa toereikend was en op welke dosis ze het beste reageert. Ook experimenteerden de medewerkers met verschillende vormen van bejegening en activiteit. Donk geeft Jetske drie pictogrammen van de activiteiten die de komende uren op het programma staan: in de tuin zijn, op de kamer met schroefjes spelen en een kopje koffie drinken. Jetske plakt de plaatjes in de juiste volgorde onder elkaar op de muur en herhaalt elke activiteit hardop. ‘In de woongroep werkten ze ook met pictogrammen. Wij hebben dat verder uitgebouwd’, zegt Donk. ‘Voor mensen van een laag niveau maakt het heel veel uit hoe je ze aanbiedt. Omdat Jetske ook autistisch is en dus veel structuur nodig heeft, is het voor haar erg belangrijk dat we in de juiste volgorde precies doen wat er op die plaatjes staat. Anders raakt ze van slag. De plaatjes zijn haar zekerheid.’
De begeleiding ontdekte verder dat Jetske behoefte heeft aan korte, bondige taal. Een zin als: ‘Zullen we in de tuin gaan schommelen?’ is al teveel voor haar. ‘Kom schommelen’ is voldoende. Van den Berg: ‘Dit soort taal geeft al zoveel meer rust en ruimte in het hoofd.’
Jetske ligt inmiddels languit in de tuin. Eén schoen en één sok heeft ze uitgedaan. Die liggen naast haar in het gras. Het is de bedoeling dat Jetske uiteindelijk teruggaat naar haar woongroep. De begeleiders komen regelmatig langs om de resultaten van haar behandeling te bespreken. Van der Heide: ‘Soms nodigen we de plaatsende instantie uit om een dagje mee te draaien. Zodat ze goed zien hoe wij het hier met de cliënten omgaan.’

Dit artikel staat in het dubbele Zorg + Welzijn zomermagazine nummer 7/8, juli/augustus 2009

Bron: Foto: Koos Groenewold

Sigrid Starremans

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden