Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Psychiatrische patiënten wonen zelfstandig op ggz-terrein: De marges van Huize Padua

‘Als het brandalarm steeds maar weer afgaat, kan iemand misschien beter niet meer zelf koken,’ zo geeft Rob Mesman, teamleider bij Huize Padua in het Brabantse Boekel, als voorbeeld. Op het terrein van GGZ Oost-Brabant vinden psychiatrisch patiënten onderdak in zelfstandige woningen. Deze groep heeft geen baat bij opname, maar redt het ook niet in de maatschappij. Ze krijgt vrijheid, maar wordt wel in de gaten gehouden.

‘Je kunt lullen wat je wilt, maar psychiatrische
patiënten krijgen binnen woonwijken een stempel. Mensen begrijpen niet wat je
hebt, weten niet dat het bestaat. Dan vereenzaam je. Dat deed mij de das om.’
Aan het woord is Joost. Hij is al 27 jaar psychiatrisch patiënt. Elke keer dat
het beter met hem ging, kreeg hij meer vrijheid. Soms te veel. Hij moest de
maatschappij in. In zes jaar tijd heeft hij in acht verschillende beschermde
woonprojecten in een woonwijk gewoond. ‘Steeds met tien anderen in een huis.
Daar word je toch gek van. Het liep stuk op het stigma, het onbegrip. Ik
belandde uiteindelijk in de crisisopvang in Huize Padua. Vanuit daar wilde ik
niet terug naar de woonwijk. Dus kreeg ik hier een appartement. Dat ging ook
niet meteen goed. Maar nu heb ik mijn plek gevonden. Ik wil hier wel 95
worden.’



Vanaf juni 2002 woont Joost zelfstandig op het instellingterrein van Huize
Padua. Hij heeft nu een eigen huisnummer, zitkamer, keukentje, badkamer en
telefoon. Op het terrein staan dertig eenkamerappartementen, waarvan 24 bestemd
zijn voor patiënten die lijden aan schizofrenie of psychoses.



Joost krijgt in Huize Padua steeds meer de regie over zijn eigen leven,
zonder de controle te verliezen. Hij doet nu zijn eigen boodschappen, heeft
samen met andere bewoners een groentetuintje en kookt zelf. Joost heeft
suikerziekte. Hij spuit nu vier keer per dag zijn eigen insuline in, volgt een
afvalprogramma en wil binnenkort stoppen met roken. Sinds hij op het terrein van
Huize Padua woont, gebruikt hij minder medicijnen. ‘Vroeger ging ik om negen uur
naar bed. Gister heb ik tot half twaalf televisie gekeken, dat had met die
medicijnen niet gekund.’ De kwaliteit van zijn leven is met sprongen vooruit
gegaan, sinds hij alleen woont. ‘Hier vragen ze wat ze voor mij kunnen
betekenen. Ik was gewend dat ze zeiden "wij vinden dat jij zus en zo moet". Als
ik nu iets wil, kan ik daar afspraken over maken. Hier heb ik een normaal leven
in een beschermde omgeving. Dat is heel fijn,’ vertelt Joost.



Gecontroleerde vrijheden



‘Wij werken hier veel vanuit het begrip rehabilitatie,’ zegt teamleider Rob
Mesman. ‘Wij kijken naar wat mensen hebben en kunnen en nemen niet de ziekte als
uitgangspunt.’ Mesman werkt bijna drie jaar bij Huize Padua. Hij was betrokken
bij de opzet van het appartementenproject. De grootste uitdaging tot nu toe is
de mate van zelfstandigheid van patiënten, vindt hij. ‘Veel van de bewoners
komen van een afdeling waar ze veel bemoeienis kregen, veel regels. Hoeveel
vrijheid kun je geven zonder een structuur los te laten?’ Omdat de bewoners van
de appartementen kwetsbare patiënten zijn, is het begeleidende team constant op
zoek naar de balans tussen loslaten en structureren. ‘Elk jaar wordt de
structuur aangepast. Je blijft zoeken. We zoeken naar een algemene structuur,
maar kijken ook naar het individu. Mensen die aan schizofrenie lijden, moeten
over het algemeen aangespoord worden om iets te ondernemen. Dus als ze iets
willen, juichen wij dat in principe toe.’



Het katje dat Joost sinds een aantal weken heeft, is hier een goed
voorbeeld van. In principe mogen de bewoners van de appartementen alleen
gekooide huisdieren houden. Maar Joost wilde graag een katje. Na lang wikken en
wegen kreeg hij toestemming, mits hij beloofde goed te zorgen voor het diertje
en zelf voor verzorgers zorgt als hij niet thuis is. Joost: ‘De begeleiding mag
niet verantwoordelijk worden voor mijn huisdier.’



Veel bewoners zijn niet zo ondernemend als Joost en worden dus gestimuleerd
om zelfstandiger te worden. ‘In het begin kregen de bewoners nog een
broodmaaltijd. Daar zijn we van afgestapt. Nu krijgen ze een budget waarvan ze
zelf boodschappen kunnen doen. Voor sommigen was dit even schrikken. Er waren
mensen die al tien jaar niet naar een supermarkt waren geweest en dan sta je het
elfde jaar wel even vreemd te kijken. Dus gingen we met hen mee, leerden we ze
hoe je dat doet. Nu gaat dat prima. Zo goed zelfs dat sommigen mensen, zoals
Joost, nu ook zelf voor de warme maaltijd zorgen,’ vertelt Mesman. ‘Eerst konden
we geen appel doen op de zelfstandigheid van bewoners. Maar we zien nu dat ze
van alles oppikken. Dus moeten we ze ook meer vrijlaten. Eerst waren we als
verpleging bijvoorbeeld geneigd te zeggen dat bewoners drie keer per dag moesten
eten, terwijl we zelf ook lang niet allemaal ontbijten. Dat bevoogdende gaat er
steeds meer vanaf.’ Het is een mentaliteitsverandering voor zowel de patiënten
als de begeleiding.



Wie tot diep in de nacht televisie wil kijken, kan dit doen, mits hij zijn
buren maar niet stoort. Wie zo af en toe ’s ochtends een biertje wil drinken,
mag dit, mits het geen gewoonte wordt. Wie vier keer per week pizza wil eten,
kan dit doen, mits zijn gezondheid er niet onder lijdt. Maar er zijn natuurlijk
grenzen. Mesman: ‘Als het brandalarm bijvoorbeeld steeds maar weer afgaat, kan
iemand misschien maar beter niet meer zelf koken.’



Plafond



Hoe bewoners omgaan met hun vrijheid, wordt op verschillende manieren
gecontroleerd. Alle bewoners hebben twee begeleiders. En voor elke patiënt is
een draaiboek gemaakt waarin staat hoe vaak er ‘een contactmoment’ is. Dit kan
drie keer per dag zijn, maar ook een keer per week. De begeleiders houden goed
in de gaten hoe het met de bewoner gaat, maar ook hoe bijvoorbeeld zijn koelkast
eruit ziet.



Ook is er voor elke patiënt een behandeldoel vastgesteld. ‘In het begin
hadden wij de gedachte dat een flink aantal mensen kon doorstromen naar de
maatschappij,’ zegt Mesman. ‘Als wij patiënten hierna vroegen, riep de helft dat
zij uiteindelijk helemaal zelfstandig wilde wonen, een vriendin wilde en een
baan. Maar dat bleek een sociaal wenselijk antwoord wat voor de meeste niet
haalbaar is. Eén bewoner werkt nu buiten de instelling, maar de rest komt
waarschijnlijk niet veel verder dan dit. We moeten accepteren dat er een plafond
is.’



Joost heeft dit geaccepteerd. Hij moet er niet aan denken om terug te gaan
naar de woonwijk. ‘Ik wil hier oud worden. Het is zelfs een grote angst van mij
dat ik hier weg zou moeten. Wat als ik een terugval heb? Geven ze mijn
appartement dan aan een ander?’ Mesman stelt Joost gerust: ‘Zolang bewoners hier
willen wonen, mogen ze blijven. En ook als patiënten naar de crisisopvang
moeten, kunnen ze na die tijd gewoon weer terugkomen.’



Ook Ypsilon - de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie -
ziet dat veel schizofrenie patiënten een plafond kennen. In de woonwijk
verslonzen en vereenzamen ze vaak. Maar opname is veelal ook niet het antwoord
op hun problemen. ‘De helft van de schizofrene mensen is ernstig ziek. Die hoort
zorg te krijgen onder het dak van de psychiatrie, maar dan wel alleen. Als je
vijf gekken in een doorzonwoning plaatst, is er altijd een de baas, de rest moet
dat maar verkroppen,’ vertelt Ria van der Heijden van Ypsilon. ‘Bij Huize Padua
kunnen bewoners hun buurman uitnodigen voor een kop koffie, maar dat hoeft niet.
Dat is humaan.’



Eind vorig jaar heeft Ypsilon de Kwaliteitsprijs Schizofrenie uitgereikt
aan GGZ Oost Brabant. Mesman is blij met de prijs, maar begrijpt niet wat er zo
bijzonder is aan de appartementen. ‘Ik ben verbaasd dat men deze aanpak zo uniek
vindt. Dat zou hij niet moeten zijn. Vroeger woonden heel veel patiënten op het
terrein van een psychiatrisch ziekenhuis. Ze kregen daar zorg, maar er waren ook
voorzieningen zoals een supermarkt, kapsalon, bioscoop en sportruimte. Dat is
bij veel instellingen verdwenen. Patiënten moesten de maatschappij in. Hier zijn
alle voorzieningen gebleven. Hier is het veilig. Als iemand zich hier misdraagt,
wordt hij niet nagekeken. Dat is in de stad wel anders. Daarom moeten we
ouderwetse instellingsterreinen koesteren.’



Van der Heijden van Ypsilon deelt die mening. Ze is dan ook erg blij dat de
GGZ Oost Brabant meer appartementen gaat bouwen op het terrein van Huize Padua.
Ook op het terrein van de instelling in het nabijgelegen Coudewater komen
soortgelijke woningen. Toch is dit volgens van der Heijden niet genoeg. ‘GGZ
Oost Brabant kan helaas geen voortrekkersrol vervullen, omdat ze daar te klein
voor is. Er moeten landelijk veel meer dergelijke huisjes komen. Het is de beste
huisvesting voor schizofrenie patiënten die het in de stad niet redden.
Vermaatschappelijking is geen vooruitgang.’/Lisette Douma

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden