Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Terugblik op drie jaar van Utrechtse hostels voor daklozen en verslaafden: ‘Bewoners verleiden tot zorg’

Hoe vangt een gemeente overlastgevende daklozen op die zwaar zijn verslaafd? Utrecht bedacht hiervoor hostels. Meer dagritme, verbetering van de gezondheid of doorstromen naar een andere woonvorm, worden al mooie doelen gevonden. De 35-jarige Rinco is één van de bewoners van de eerste hostel in Utrecht. Zorg + Welzijn zoomt in op zijn nieuwe leven in hostel De Hoek.
Terugblik op drie jaar van Utrechtse hostels voor daklozen en verslaafden: ‘Bewoners verleiden tot zorg’

‘Het jachtige bestaan is eindelijk over. Nu de chaos voorbij is, bevalt het leven me eigenlijk wel.’ Dat zegt Rinco (35). Hij woont bijna drie jaar in de Utrechtse hostel De Hoek. Samen met zijn hond Loesje heeft hij, nadat hij jarenlang verslaafd aan heroïne en cocaïne op straat leefde, eindelijk rust gevonden. In De Hoek wonen twintig mannen en vijf vrouwen. Ze zijn allemaal aan harddrugs verslaafd. ‘Ik wil niet meer terug naar mijn vorige bestaan, hoewel ik de spanning wel mis. De spanning van de zoektocht naar geld, naar spullen om te stelen, naar een goede dealer, naar een geschikte plek om te gebruiken. Het is nu allemaal een stuk burgerlijker; dat was vroeger wel anders.

‘Nadat mijn ouders gescheiden zijn, woonde ik met mijn broertje en zusje bij mijn moeder. Ik had het er niet naar mijn zin en was bijna nooit thuis. Nu weet ik dat zij psychisch ziek is, maar toen ik klein was, wist ik niet beter dan dat het thuis niet goed ging. Op mijn vijftiende ben ik in een jeugdinrichting geplaatst. Dat was een verademing. Hier was stabiliteit, en bovendien was het gezellig met leeftijdsgenoten. Toen ik zeventien was, ben ik hier weggegaan en heb een paar jaar rondgezworven. Ik sliep bij vrienden en had hier en daar wat baantjes. Ik was twintig toen ik weer een tijdje bij mijn moeder ging wonen om de opleiding tot weg- en waterbouwmachinist te doen. Het was een combinatie van werken en leren en ik vond het geweldig. Naast het werk en de studie werkte ik ook nog als roadie bij verschillende rockbands. Hiervoor moest ik midden in de nacht podia opbouwen en het geluid doen. Dat was te veel druk voor mij en uiteindelijk ging het mis. Eerst kreeg ik lichamelijke klachten en uiteindelijk psychoses. Het was één grote nachtmerrie. Ik hoorde stemmen, dacht de meest vreselijke dingen en enge dromen werden werkelijkheid.

‘Toen de situatie rustiger werd, ging het weer goed. In die tijd gebruikte ik weleens heroïne en ik merkte dat het me rustig maakte en psychoses onderdrukte. Een tijdje ging het best goed, tot allerlei persoonlijke problemen uit de hand liepen. Ik begon steeds meer coke en heroïne te gebruiken. Was helemaal de draad kwijt. In het begin dealde ik om aan geld te komen. Maar op een gegeven moment ben je zo verslaafd, dat je niks meer kunt. Negen jaar heb ik op straat gewoond en leefde echt voor de drugs. Soms sliep ik weken niet om ’s nachts maar drugs te kunnen scoren. Af en toe werd ik opgepakt en belandde in de gevangenis. Hier herstelde ik van het zware leven, rustte ik uit en at ik weer bij. In een paar maanden tijd ging ik een keer van vijftig naar negentig kilo. Het zitten, dat was dus helemaal niet erg. Na al die jaren op straat slijt het lichaam snel en het had ook niet veel langer moeten duren.

‘Drie jaar geleden kreeg ik een plek aangeboden in hostel De Hoek. Die kans greep ik met beide handen aan. Ik heb nu eindelijk een plek voor mezelf. De meeste andere bewoners ken ik uit de scene en met een paar heb ik goed contact. Het eten en koffiedrinken kun je gezamenlijk doen, maar als je geen zin hebt ga je gewoon naar je kamer. Met de begeleiders heb ik goed contact. Meestal is het rustig in huis en iedereen gaat z’n eigen gang. Af en toe zijn er weleens ruzies en vooral de vrouwen hebben hier een handje van. De sfeer is over het algemeen goed, maar je kunt niemand vertrouwen. Een tijdje geleden is er zelfs ingebroken in mijn kamer.

‘Het grootste deel van de dag ben ik op mijn kamer. Hier kijk ik veel tv en schilder ik af en toe. Ook drum ik dinsdags in een bandje, dus ik vermaak me zo wel. Maar de echte ommekeer in mijn leven is gekomen door mijn hond Loesje. Ze woont ruim twee maanden bij me en slaapt ’s nachts op mijn bed. De hele dag praat ik met haar en we lopen vaak in het park. Als ik niet bij haar ben, dan mist ze me. Ik probeer dus zo vaak mogelijk bij haar te zijn. Goedkoop is het allemaal niet, want ik krijg maar veertig euro per week. Elke donderdag krijgen we het weekgeld, en dat gaat voor de meeste bewoners meteen op aan drugs. Ik geef 25 euro per week uit aan coke. De rest is grotendeels voor Loesje. Door de dagelijkse dosis methadon gaat het goed met me, hoewel ik op donderdag wel wat meer coke willen gebruiken. Helaas heb ik daarvoor tegenwoordig te weinig geld, maar ondanks dat wil hier niet meer weg.’

Hostel De Hoek

In december 2001 gingen in Utrecht de deuren open van de eerste hostel De Hoek. Deze 24-uursvoorziening voor aan harddrugsverslaafde daklozen is de eerste van in totaal zeven die er in 2008 moeten zijn. De gemeente Utrecht wilde wat doen aan de overlast rond het station Hoog Catharijne. Onder leiding van wethouder Hans Spekman zijn de hostels in het leven geroepen. Ze bieden op een laagdrempelige manier (bed, bad en brood) huisvesting aan een kleine tweehonderd daklozen. Verdeeld over verschillende panden in de stad hebben de bewoners een kleine kamer waar ze een groot deel van de dag doorbrengen. De meesten krijgen dagelijks methadon, een enkeling krijgt onder medisch toezicht heroïne verstrekt en, als ze geld hebben, mogen ze op hun kamers coke of andere drugs gebruiken. Inmiddels zijn er vier hostels geopend (waarvan twee tijdelijk), de overige vijf moeten in 2008 gerealiseerd zijn.

De GG&GD heeft onder de naam Project BinnenPlaats de leiding over de realisatie van de hostels. Het Leger des Heils en de Stichting Beschermende Woonvormen Utrecht (SBWU) zijn verantwoordelijk voor de zorgverlening binnen de hostels. De realisatie ervan verloopt niet zonder slag of stoot. ‘Veel omwonenden zitten niet te wachten op een hostel in hun buurt, maar uit de onderzoeken blijkt dat de overlast erg meevalt,’ zegt algemeen projectleider Jan-Nico Wigboldus van de GG&GD. ‘Bovendien krijgen gebruikers na verloop van tijd een gezicht, als buurtbewoner. De vooroordelen verdwijnen.’ Om te zorgen dat alles goed verloopt rond de hostels is een beheergroep samengesteld. Voordat de eerste paal de grond in gaat, is deze groep al aan het werk gegaan. Ze bestaat overigens uit omwonenden, politie, medewerkers van het Leger des Heils, vertegenwoordigers van de gebruikers en de gemeente. De groepsleden stellen een beheerplan op, waarin onder meer is opgenomen hoe de klachtenregeling eruit ziet, wat het politieprotocol inhoudt en hoe de buurt zo veilig mogelijk gehouden kan worden met bijvoorbeeld extra verlichting in de straat.

De eerste twee hostels, De Hoek en Habi Tante (voor verslaafde vrouwen), zijn de eerste tijd volledig betaald door de gemeente. Maar sinds 1 januari 2004 zijn de voorzieningen AWBZ-gefinancierd en betaalt het zorgkantoor een zeer groot deel van de structurele kosten. De wijziging in financiering zorgt voor veel veranderingen. De bewoners moeten geïndiceerd worden en de opvang wordt minder laagdrempelig doordat de medewerkers van het Leger des Heils meer zorg en begeleiding bieden. Elsbeth Rip, teamleider van De Hoek, vertelt dat de hostel in een veranderingsfase zit. ‘We gaan op een andere manier werken en dat vergt de nodige voorbereidingstijd. Maar alle medewerkers staan hier achter. Je wilt tenslotte naar een doel streven met een bewoner. Dat hoeft niet in grote dingen te zitten. Meer dagritme, de gezondheid verbeteren of gecontroleerder drugsgebruik is al een mooi streven. Maar ook doorstromen naar een andere woonvorm kan een optie zijn. Voor de begeleiders geldt dat ze behandelplannen moeten maken en zijn er bepaalde competenties nodig. Het lastigste is de combinatie van zorg en laagdrempeligheid. In de communicatie naar bewoners toe moet je heel voorzichtig zijn.’

Projectleider Wigboldus noemt het ‘bewoners verleiden tot zorg’. ‘Bij deze doelgroep moet je niet zeggen: "Jij gaat in dit traject". Wij draaien het om. Eerst rust bieden, vertrouwen opbouwen en vervolgens stappen ondernemen. Als bewoners zich na een tijdje in de hostel gaan vervelen, is dat een teken dat het goed met ze gaat. Ze gaan meer nadenken, in plaats van de constante drive om drugs te moeten scoren. Vervolgens kun je kijken naar dagbesteding. Zo biedt De Hoek bijvoorbeeld muziektherapie en kunnen hostelbewoners in het gebouw schoonmaakwerk doen. Ik ben eigenlijk best trots op het project. Ondanks alle kritiek bij de start zijn de hostels een succes. Vooral nu we bewoners met de AWBZ-financiering meer perspectief kunnen bieden.’

Ook Machiel Spek, leidinggevende van het Leger des Heils over De Hoek en Habi Tante, is tevreden. ‘De spiraal doorbreken, daar gaat het om. Stabiliteit zorgt ervoor dat bewoners minder gaan gebruiken, gezonder worden en een humaner leven leiden.’

Ester Mijnheer

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden