17 sep 2012

Blog / Opiniestuk

Lost generation


Ik kom ze op straat tegen, tijdens een onderzoek naar kwaliteitsverbetering van het jeugd- en jongerenwerk in een kleine stad in het noorden. Ze verschillen van huidskleur, opleiding, thuissituatie, hangplek, politieverleden, zorgcontacten en sekse. Maar hebben het buitensporig drank- en drugsgebruik gemeen en een eensluidende visie op hun stad: ‘Er is geen fuck te doen’.
Lost generation

Nu de pensioengerechtigde leeftijd nadert, bezint Daan Vosskühler zich op wie hem in het werk gevormd hebben. Lees hier meer blogs van Daan Vosskühler >>


Op de vraag wat ze dan wensen wordt het even stil. Want wat houden  ‘Meer activiteiten’ in ?  ‘Nou een chill lounge, waar je ook mag blowen als je 14 bent!’ Ik vind ze sympathiek, ook in hun wrokkige onverschilligheid en hun ‘no future’ houding, maar huiver als ik bedenkt hoezeer zij hun maatschappelijke kansen al bij voorbaat geëlimineerd lijken te hebben.

Neem hun dromen, waarover ze gaandeweg het straatinterview , hardop gaan mijmeren. Roem en aandacht ‘on stage’, landelijke bekendheid, iemand zijn die zich onderscheid van anderen, werk dat er toe doet ;  meiden of boys  ‘scoren’ bij de vleet, trendy shoppen in Groningen met veel poen, terwijl je matties als vakkenvuller bij C1000 niet verder komen dan 3.62 euro per uur. Dat gekoppeld aan een onafgemaakte VMBO of Praktijkschool  levert een te scherp contrast op met wat er in de praktijk haalbaar is. Wat ook steevast opvalt, is de beperkte pedagogische invloed van hun ouders. Je komt immers alleen thuis om te slapen en te eten, verder heb je er niets te zoeken.  In meer dan 50 procent van de gevallen zitten de ouders zelf ziek of werkloos thuis. 

Natuurlijk zitten het welzijn, zorg en arbeidscircuit in de stad niet stil. Want dat er een jeugdprobleem ligt is evident, maar niets nieuws  ‘omdat de ouders van deze jongeren al hetzelfde is overkomen’.  En wat heb je als arbeidconsulent te bieden als de werkgelegenheid  uiterst schaars is en er alleen banen zijn voor ervaren en geschoolde vaklieden? Dan is er ook nog de normering die door alle kids wordt gedeeld: problemen los je zelf of, lukt dat niet dan ga je naar vrienden, maar je bent een absolute loser als je in het circuit van de jeugdzorg terecht komt. Want als je daar eenmaal in zit, kom je er niet meer uit en wordt het van kwaad tot erger.

Een uitzondering wordt gemaakt voor het ambulante jongerenwerk en de jeugdagent, die ongekend populair is, omdat hij  ‘je probeert uit de shit te halen’. Het wordt tijd deze jongeren te vragen voordrachten te houden voor de zorgsector met als thema: Wat moet je vooral niet doen als hulpverlener. Laat ze dat on stage doen in een levendige weergave van wat er allemaal mis kan gaan in dat circuit.

Neem Josje (gefingeerde naam), 16 jaar, weggevlucht van huis, die niet wil praten over wat daar is gebeurd. Kwam bij Jeugdzorg terecht, omdat ze ‘een kamer nodig had’. Toen ze, kwetsbaar als ze was, brak en het hele pijnlijke verhaal eruit gooide , zei de therapeut na veertig minuten: ‘Sorry, ik ga nu stoppen, voor het volgende gesprek'. Ter plekke nam ze de beslissing: ‘Dit zal me niet meer overkomen. De pot op met hulpverleners. Die zijn er alleen om hun eigen ding te doen’.

Bovenstaand beeld is niet uniek. In iedere stad of dorp kom je ze tegen. En naarmate de economische crisis blijft woekeren zijn ze met stip de eerste categorie onbemiddelbare jeugdwerklozen.  Daar veranderen stages of arbeidgewenning projecten niets aan. Wat me raakt, is het beeld van een kaste-samenleving, waar de muren tussen jong en oud hoog opgemetseld zijn, waar zo weinig pedagogische rolmodellen zijn. De grenzeloosheid van het experimenteergedrag van tieners kan dan op straat, in het stadspark of in de parkeergarage van het winkelcentrum wezenloze vormen aannemen. Lege bierblikjes zijn lege whisky-, gin- en wodkaflessen geworden.  

Dit is geen pleidooi voor meer jeugdwerkers of behoud van subsidies. Het is eerder een wrange constatering  dat we als onderwijs, arbeid, welzijn en zorgcircuit  vaak geen antwoord hebben, niet eens weten hoe de kids leven, denken of benaderd willen worden. Niet dat ze onbereikbaar zijn. Bij ieder gesprek verbaas ik mij  over de gretigheid waarmee ze willen vertellen over hun leven en de dingen die hun raken, maar besef ook dat ze de jongste exponenten zijn van een komende  ‘lost generation’.

Daan Vosskühler (1948) werkt als projectleider voor Stichting BottomUp Onderzoek en Advies. Hij houdt zich al meer dan 30 jaar als onderzoeker bezig met de vraag hoe welzijnswerk een vitale en patroondoorbrekende werksoort kan zijn in een land waar onderwijs, welzijn, veiligheid en bestuur hardnekkig categoraal blijven denken en werken.

door Daan Vosskühler 17 sep 2012