'We doen onze stinkende best! (maar het helpt niets).' Dat was de kop van een interview met Heinz Schiller, directeur van Welzijnsorganisatie Doenja, in de Volkskrant mei 2009. Hij herhaalde dat op het Welzijnsdebat. En: 'Er is teveel geld. De bezuinigingen zullen ons tot keuzes dwingen. Dat is goed voor de sector.'
Op de dag van het Welzijnsdebat, 14 oktober, zit het nieuwe kabinet in een constituerende vergadering. 'We kunnen daar van alles van vinden', zegt Schiller. 'Maar er wordt binnenkort heel veel bezuinigd. Dat is fijn, want het dwingt ons om keuzes te maken. En daar is onze sector erg aan toe, eens kiezen wie we nu zijn.'
Miljoenen
Welzijnsorganisatie Doenja, waar Schiller directeur van is, werkt onder meer in de Utrechtse Vogelaarwijk Kanaleneiland: een homogene buurt met vooral laagopgeleide Marokkaanse Nederlanders. Er gaan miljoenen om, weet Schiller, vanuit het Vogelaar-budget, het Grotestedenbeleid en in het kader van sociale vernieuwing. 'Het is de vraag of dat helpt. Je denkt dat je heel hard bezig bent, maar verander je nu iets aan de achterstandssituatie?'
Bitter weinig
Het antwoord is duidelijk, aldus Schiller: er verandert bitter weinig. 'De Citoscores van gekleurde kinderen op Kanaleneiland zijn nog altijd veel lager dan van kinderen in het algemeen in de stad Utrecht. Er zit geen vooruitgang in. In Kanaleneiland gaat maar 9 procent van de kinderen naar de havo of het vwo. Je maakt mij niet wijs dat eigenlijk de helft van de kinderen dat zou kunnen.'
Dweilen
Maar hoe komt het nu dat welzijnswerk zo weinig effect sorteert? Schiller: 'De focus ontbreekt, het is een projectencarrousel en er is te weinig begrip van hoe sociale mobiliteit werkt. Bovendien staan institutionele en politieke belangen een fundamentele aanpak in de weg.' De bezuinigingen zijn wat dat aangaat een zegen, vindt Schiller. 'Er is nu te veel geld en we hoeven niet te kiezen. Het welzijnswerk is ontzettend goed in dweilen, maar wel met de kraan open. Aan de echte oorzaken van achterstandsproblemen doen we niets.'
Sociale stijging
Voor zijn boek, De kunst van het stijgen, deed Schiller onderzoek naar hoe sociale stijging werkt. 'Als mensen klimmen op de maatschappelijke ladder, doen onderwijs en werk er enorm toe. Het hebben van werk, geld verdienen en een geregeld bestaan hebben, blijkt de beste manier om vooruit te komen. Maar als onderwijs de beste ontwikkelingskansen biedt, is het natuurlijk de vraag wat het welzijnswerk moet doen. Zet bijvoorbeeld opvoedingsondersteuning zoden aan de dijk? Het lijkt erop dat we eindeloos zonder kop of staart met burgers werken van wie we denken dat we ze empoweren. Maar moeders toeleiden naar werk blijkt minstens zo belangrijk, want uit onderzoek blijkt dat kinderen van werkende moeders op school beter presteren.'
Passiviteit
Volgens Schiller zou het welzijn behalve te investeren in de wijk, ook wat terug moeten vragen. 'Dat is ook de ervaring in Kanaleneiland: als je alleen maar geeft, dan leidt dat tot passiviteit. Alles is gratis, we krijgen het geld voor projecten niet eens op en hebben er niet eens klanten voor. Zo werkt de verzorgingsstaat.' De directeur kan zich beter vinden in de filosofie van de civil society. 'Daarbij vraag je veel meer van burgers zelf: die moeten actief burgerschap tonen, laten zien waarom ze iets belangrijk vinden. Het welzijnswerk denkt heel veel voor anderen. Maar als je wilt stijgen op de maatschappelijke ladder, dan kun je dat alleen maar zelf doen.'
Bungelen
Het welzijn moet geen grote broek aantrekken bij het bestrijden van achterstanden, vindt Schiller. 'We zijn belangrijk als het gaat om mensen op twee benen te zetten; mensen die onderaan de ladder bungelen of een beperking hebben. Dat is werk dat veel vraagt. En dat kun je niet alleen aan mbo’ers overlaten', vindt hij. 'Helpen zodat jij jezelf kunt helpen: dat is het adagium, daar draait het in het welzijnswerk om.'
Meer nieuws in uw inbox? Klik hier voor de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Voor meer achtergronden en opinies, neem hier een abonnement op Zorg + Welzijn Magazine.
Volg Zorg+Welzijn op Twitter
Bron: Foto: Herbert Wiggeman
door
Hedwig Ramirez Londoño-Neggers
14 okt 2010
laatste update:20 okt 2010